De historie van het zendamateurisme, deel 7

(zoals de afgelopen weken uitgezonden)

Hele serie lezen: klik hier.

Vandaag deel 7 van de historie van onze zendhobby.

In mei 1940 breekt opnieuw een belangrijke periode aan voor het Nederlandse radio-amateurisme. Er is grote behoefte aan kennis om het door de Duitse bezetter door middel van een luisterverbod, stoorzenders, en vanaf 1943 de verplichte radiotoestel-inlevering geblokkeerde oorlogsnieuws van Radio Oranje te kunnen beluisteren.

Ook tijdens de bezetting blijven onder Corvers verantwoordelijkheid artikelen in Radio Expres verschijnen. Artikelen waarin behoedzaam onder andere het zelfbouwen van toestelletjes voor het beluisteren van Radio Oranje op de kortegolf en kristalontvangers (belangrijk tijdens de stroomloze periode aan het einde van de bezetting) wordt besproken.

Radio Expres krijgt aan het einde van 1943 een verschijnings-verbod opgelegd; het blad verschijnt pas weer in augustus 1945. Na de oorlog blijft Corver nog enige tijd ‚Äėjournalistiek medewerker‚Äô van het Tijdschrift voor Radio Techniek Rens en Rens.

Corver is een fervent voorstander van een politiek en religieus neutrale radio-omroep. In dit kader vervult hij tussen 1928 en 1953 een aantal bestuursfuncties bij de AVRO; laatstelijk als algemeen secretaris.

Corver is daarnaast van 1930 tot 1934 voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Internationaal Radioamateurisme geweest, en een tijdlang bestuurslid van het Wetenschappelijk Radiofonds Veder. Tot zijn overlijden vertegenwoordigde hij de AVRO tevens in de Raad van Beheer van de NOZEMA.

Het is bijzonder hoe in de vooroorlogse periode radio-omroep en zendamateurisme nauw met elkaar zijn verweven. Dit geldt met name voor de omroepen AVRO en VARA. Zelf ben ik vermoedelijk voor het eerst met het radiovirus besmet geraakt door de wekelijkse columns van AVRO-oprichter Willem Vogt in de AVRO-bode in de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig. Die columns van 1 kolom breed gingen niet alleen over het begin van de radio-omroep en over zendamateurisme uit de begintijd, maar ook over astronomie, zwarte gaten en verafgelegen sterrenstelsels. Als tiener smulde ik werkelijk van die colums.

De technische nalatenschap van Jan Corver omvat een honderdtal objecten van wetenschappelijk en historisch belang. Deze vormen de zgn. Corvercollectie en maken deel uit van de Historische Collecties van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum. De collectie staat (nog steeds) opgesteld op de experimenteertafels van het RE-laboratorium in het depot van het Instituut voor Beeld en Geluid. Deze collectie is al eerder uitgebreid onderzocht en beschreven. Tijdens deze research, die zich over een tiental jaren uitstrekt, maakt de enorme hoeveelheid werk die Corver heeft verzet en de accuratesse waarmee en het niveau waarop hij dit heeft gedaan diepe indruk.

Zaken van Jan Corver, nu in het bezit van Beeld en Geluid zijn

Het Draadloos Ontvangstation voor den AMATEUR, Den Haag (1915).

Het Draadloos Amateurstation voor Ontvangst van Telegrafie en Telefonie, derde druk, Den Haag (1922).

Het Draadloos Zendstation voor den Amateur (telegrafie en telefonie), tweede druk, Den Haag (1923).

Het Draadloos Amateurstation voor de Ontvangst van Telegrafie en Telefonie, Deel I en II, achtste druk, Den Haag (1928).

Het Super-Heterodyneboek, Den Haag (1936).

Radio-Ontvangtechniek, Den Haag (1939).

Radio door Zelf Doen, Bussum (1946).

Amateurs speelden een belangrijke rol in het verzet. Diverse daarven lieten tijdens de oorlog het leven. Ik ga in dit gedeelte van de historie hier niet heel diep op in, misschien later in dit item nog, maar bijvoorbeeld de hiervoor genoemde Steringa Idzerda, de grondlegger van de omroep-uitzendingen was ook in het verzet actief. Tragisch genoeg was het zijn wetenschappelijke nieuwsgierigheid waardoor hij het leven liet voor een Duits vuurpeleton.

In november 1944 ging Idzerda in Wassenaar op zoek naar de restanten van een bij de lancering ontplofte V2-raket, die daarvandaan in die periode werden afgevuurd. Hij werd daarbij betrapt, maar werd door de Duitse legerpatrouille die dat deed gewoon weg gestuurd.

Idzerda kon zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en werd later door dezelfde patrouille opnieuw betrapt, en omdat hij op dat moment restanten van de raket in zijn bezit had, dachten de Duitse militairen dat hij een spion was. Enkele weken later werd hij doodgeschoten.

[pauze]

In de meeste landen werd tijdens de Tweede Wereldoorlog onze hobby verboden. Dat was ook in Nederland onder de bezetter uiteraard het geval.

In Duitsland konden vanaf 1924 verenigingen een experimenteervergunning krijgen. Individuele amateurs kregen geen vergunning, en dat leidde ertoe dat de meeste amateurs in die tijd als illegale amateur opereerden. Daar kwam nog bij dat AM in die tijd steeds populairder werd, maar de verenigingsvergunningen stonden alleen morsetelegrafie toe. In 1933, hetzelfde jaar dat ook Hitler aan de macht kwam werd het in Duitsland ook mogelijk om zogenaamde zendvergunningen voor radiovrienden te krijgen. Vergunningen dus voor personen. Dat aantal groeide tot 600 in het jaar 1939.

Ik heb dat niet met zekerheid kunnen achterhalen, maar vrijwel zeker werden die vergunningen aan het begin van de oorlog ingetrokken.

In elk geval werden er in 1939 vanaf het begin van de oorlog in Duitsland zogenaamde Kriegsfunksendegenehmigungen uitgegeven. Amateurvergunningen tijdens oorlogstijd dus. Ik had daar nog niet eerder van gehoord. Het waren er niet veel. Aan het einde van de oorlog waren er 100 van deze Kriegsfunksendegenehmigungen.