Ik wil een mondkapje! (En hoe effectief zijn die dingen?)

Politieagenten in Seattle met maskers van het Rode Kruis tijdens de griepepidemie. December 1918.

Er is veel te doen over de mondkapjes. Eigenlijk overal ter wereld. Pas de laatste dagen is de meest bekende tegenstander van de maskers, de Amerikaanse president Trump ineens voorstander geworden. Hij noemde de mondkapjes zelfs patriottisch. Maar wat is de zin en onzin van zoiets? En wat zijn mijn eigen beweegredenen? Er is veel dat niet duidelijk is, maar één ding staat in elk geval wel vast: het gebruik van de mondkapjes, dat vooral in de openbare ruimte plaatsvindt is uitermate slecht nieuws voor de makers van gezichtherkenningssoftware voor bewakingscamera’s.

Column

Een paar dagen geleden heb ik besloten om, overal waar ik andere mensen tegen kan komen een mondkapje te gaan dragen. De redenatie hiervoor is de volgende.

De afgelopen tijd heb ik onder andere een paar keer een tandartsafspraak af moeten zeggen omdat ik de zogenaamde lichte verschijnselen had, en je bent dan in de praktijk niet welkom. Die lichte verschijnselen heb ik heel vaak. Ik heb in lichte mate een soort chronische verkoudheid en ik ben daarnaast zeer allergisch voor alles waar hooikoortspatiënten last van hebben.

Aangezien de mondkapjes andere mensen meer zouden beschermen dan de drager zelf vind ik dat wel een fijne gedachte. De keren dat ik twijfel, of zoals vaak, onderweg pas hooikoortsverschijnselen krijg voorkom ik zo in enige mate dat ik andere mensen besmet.

In de VS hoorde ik iemand over de niet-medische mondkapjes zeggen dat er twee belangrijke argumenten zijn vóór het dragen van zo’n ding. Allereerst is het een teken van respect, zelfs als de werking beperkt is. Je laat aan anderen zien: kijk ik geef om jouw gezondheid. Het tweede is, dat je je door het dragen van het mondkapje meer bewust bent van de situatie, en daardoor, als je een net persoon bent, ook meer geneigd bent om je aan de andere maatregelen tegen verspreiding te houden zoals handen wassen en de 1,5 meter afstand. Bewust of onbewust.

Voorzorgsmaatregelen in Seattle, Washington tijdens de Spaanse griep-pandemie van 1918. Meerijden met de tram was niet toegestaan zonder mondkapje.

In Nederland is er veel te doen geweest over de mondkapjes. Zowel de medische als de niet-medische mondkapjes. Maar met name over die laatste. De werkzaamheid zou beperkt zijn. Bij invoering van de verplichting in het openbaar vervoer in Nederland werd door gezondheidsorganisatie RIVM gesproken over een werkzaamheid van slechts 10%.

Het vervelende van de coronacrisis is dat er qua berichtgeving zoveel ruis op de lijn zit. De ene dag deze week was er in de publiciteit dat er zo goed als zeker helemaal geen vaccin zal komen. Precies een dag later was er gejubel in de pers omdat het vaccin van de groep in Oxford volgens een eerste trial onder 1000 mensen zo goed lijkt te werken. Het zijn dagkoersen, die uitdrukking gebruik ik tegenwoordig vaak. Laat je niet teveel meeslepen door de waan van de dag.

Maar goed, hoe effectief zijn die mondkapjes nou helemaal?

Dit is wat de Engelstalige Wikipedia daarover schrijft:

Effectiviteit

Stoffen gezichtsmaskers kunnen worden gebruikt voor bronbeheersing bij het reduceren van de overdracht van ziekten als gevolg van de ademhalingsdruppels van de drager, maar worden niet beschouwd als persoonlijke beschermingsmiddelen voor de drager, aangezien zij doorgaans een zeer laag filterrendement hebben. Er zijn geen normen of voorschriften voor zelfgemaakte stoffen gezichtsmaskers.

Peildatum 2015 waren er geen gerandomiseerde klinische onderzoeken of richtlijnen voor het gebruik van herbruikbare stoffen gezichtsmaskers. Het meeste onderzoek dat voorhanden was is uitgevoerd in het begin van de 20e eeuw, vóórdat chirurgische wegwerpmaskers de overhand kregen.

Gezin en hun kat tijdens de Spaanse griep 1918.

Een onderzoek uit 2010 wees uit dat 40-90% van de deeltjes in het bereik van 20 – 1000 nm een stoffen masker en ander textielmateriaal binnendrongen. De prestaties van stoffen gezichtsmaskers variëren daarbij sterk met de vorm, met de pasvorm en met het type stof, evenals met de fijnheid van de stof en het aantal lagen. Vanaf 2006 zijn door de Amerikaanse Food and Drug Administration geen stoffen gezichtsmaskers vrijgegeven voor gebruik als chirurgisch masker. Een Vietnamese studie bij gezondheidswerkers vergeleek de uitkomst van influenza-achtige ziekten bij degenen die stoffen maskers droegen versus dragers van medische maskers. Ze concludeerden dat stoffen maskers niet effectief waren bij het voorkomen van overdracht in risicovolle klinische omgevingen. Hoewel ontmoedigd in klinische omgevingen, kunnen stoffen maskers volgens een systematische review nog steeds een cruciale rol spelen bij het verminderen van de overdracht van ziekten in openbare instellingen.

De belangrijkste rol van maskers die door het grote publiek worden gedragen, is ‘degenen stoppen die al besmet zijn en het virus in de lucht om hen heen verspreiden’. Dit is met name van belang bij de COVID-19-pandemie, aangezien stille transmissie een belangrijk kenmerk lijkt te zijn van de snelle verspreiding ervan. Van de mensen aan boord van het cruiseschip Diamond Princess bleken bijvoorbeeld 634 mensen besmet te zijn, 52% daarvan had geen symptomen op het moment van testen, waaronder 18% die helemaal nooit symptomen ontwikkelde. Het is belangrijk om op te merken dat maskerdragers eerder geneigd zijn om andere hygiënemaatregelen te nemen, zoals handen wassen en afstand nemen. Best practice is om meerdere preventietechnieken te implementeren om het risico te verminderen, zoals gekenmerkt door het Zwitserse kaasmodel. (Zie afbeelding)

Een experiment dat in 2013 werd uitgevoerd door Public Health England, de instantie voor gezondheidsbescherming van dat land, toonde aan dat een commercieel gemaakt chirurgisch masker 90% van de virusdeeltjes uit de lucht filterde die door de deelnemers werd uitgehoest, een stofzuigerzak filterde 86% van de deeltjes uit, een theedoek blokkeerde 72% en een katoenen t-shirt 51%. Het is daarbij echter cruciaal om een ​​doe-het-zelfmasker goed te laten passen en voor een zo goed mogelijke afdichting rond neus en mond te zorgen.

Het gebruik van gewone stoffen bij het maken van gezichtsmaskers is daarbij ook getest. De doelmatigheid van het filter kan worden verbeterd door meerdere laagjes te gebruiken, een hoge weefseldichtheid toe te passen en daarnaast een mix van verschillende soorten stoffen te gebruiken. Katoen is het meest gebruikte materiaal en de filterefficiëntie daarvan kan >80% bereiken voor deeltjes <300 nm door bijvoorbeeld een combinatie van de stoffen katoen-zijde (kapok), katoen-chiffon en katoen-flanel te gebruiken. De meest beschermende stoffen maskers moeten ten minste drie lagen hebben met een hydrofiele binnenlaag (d.w.z. katoen) om vocht uit de ademhaling van de drager te absorberen en hydrofobe buitenlagen (d.w.z. polyester). Maskers moeten verder vaak worden gewassen op de hoogst toegestane temperatuur, afhankelijk van de stof.

(Bron van het deel over Effectiviteit van de maskers: Wikipedia.org)