Propagatie-onderwerp (deel 4, 26 februari)

Wat de propagatie betreft had ik het gisteren over de eigenschappen van de verschillende lagen en dat, op de zich boven de 210 km bevindende F2-laag na, ’s nachts de andere lagen gewoonlijk verdwijnen. Alleen de F2-laag is er dan nog, en mede vanwege die grote hoogte zijn de afstanden dan ook heel behoorlijk.

Het zijn verder trouwens ook alleen de E, de F1 en F2-lagen die de golven reflecteren.

Dat betekent niet dat de D-laag, die dus geen signalen reflecteert onbelangrijk is, integendeel. De D-laag buigt de signalen dan wel niet terug naar aarde, de D-laag  verzwakt of absorbeert de golven wel degelijk.

Ga je recht omhoog dan valt dat nog mee, maar richting horizon ga je schuin door een groter deel van die laag. Dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat je overdag op 80 meter en in mindere mate 40 meter niet zo makkelijk DX kunt werken.

De F2-laag, die hoogste dus is echter wel de belangrijkste voor de propagatie op HF. De redenen daarvan zijn:

Ten eerste: de F2-laag is 24 uur per dag aanwezig.

Ten tweede: het is de hoogste laag, en dat geeft ook de grootste afstanden.

De derde is een belangrijke: de F2-laag reflecteert van alle lagen ook de hoogste frequenties in het HF bereik.

Morgen verder

Propagatie-onderwerp (deel 3, 25 februari)

Wat propagatie betreft ging het gisteren over de vier lagen waar de ionsosfeer in was ingedeeld, de D-laag, met daarboven de E-laag en dan de F1 en F2-laag, alle vanaf zo’n 50 km hoogte.

De meeste mensen zullen bekend zijn met de 11-jaarlijkse variatie in de zonneactiviteit, de zogenaamde zonnevlekkencyclus.

Op bepaalde tijden tijdens die zonnevlekkencyclus zal de F1-laag de op één na bovenste laag niet te onderscheiden zijn van de hogere F2-laag. De twee vloeien dan als het ware in elkaar over en vormen een tamelijk homogene F-laag.

Niet alleen tijdens de zonnevlekkencyclus varieert de zonne-activiteit, ook is er een verschil tussen zomer en winter en de tijd van de dag.

’s Nachts verdwijnen de vrije elektronen in de D, de E, en de F1-laag grotendeels. Dan blijft de F2-laag alleen nog over.

Omdat dat de hoogste laag is, verklaart dat het effect van de propagatie over grotere afstanden ’s nachts grotendeels.

Script van het propagatie-onderwerp van 14 maart

Gisteren ging het propagatie-onderwerp over sporadische E, en over dat de golven binnen het HF-spectrum zich op drie manieren kunnen verplaatsen: via de grondgolf, met een directe golf, en via de ionsofeer (de zogenaamde ruimtegolf).

Bij deze ruimtegolf worden niet alle kortegolfrequenties door de ionosfeer gereflecteerd. Er is een onder- en een bovengrens bij iedere verbinding tussen twee punten.

ls de frequentie te hoog wordt om nog te worden gereflecteerd, dan gaat deze recht door de ionosfeer heen zo de ruimte in.

Bij een te lage frequentie is het de D-laag die roet in het eten gooit. Door de te grote verzwakking in die D-laag komt het signaal gewoonweg niet meer door.

Ook hier zijn de hiervóór genoemde effecten niet bepaald een constante factor.

Ze varieren met de dag, met de seizoenen, met de zonnevlekkencyclus en met de plaats op aarde.

De volgende keer gaat het over onder andere de maximum usable frequency.

Script propagatie-onderwerp 13 maart

Bij wijze van proef vandaag ook het script van het propagatie-onderwerp op de site.

Bij het propagatie-onderwerp ging het gisteren over de invloed van sporadische E op de propagatie op de kortegolf, die kan bijvoorbeeld voor kortere skipafstanden zorgen en voor veel QSB.

Ik maakte daarbij gisteren nog een foutje, ik zei dat de E-laag tussen 90 en 40 km zat, maar dat moet 90 en 140 km zijn.

Sporadische E bij de lage midden-breedtegraden heeft overigens de neiging om vooral overdag en tijdens de vroege avond op te treden, en is meer aanwezig tijdens de zomer. Bij de hoge breedtegraden vindt sporadische E vooral plaats tijdens de nachtelijke uren.

Er bestaan nog meer van dit soort mode’s, onder andere spread F, maar het voert te ver om die hier allemaal te behandelen.

Bij de propagatie over de kortegolf wordt wel eens voorbij gegaan aan hoe precies het fenomeen van een grondgolf of een ruimtegolf in elkaar zit. Tussen 3 en 30 MHz zijn er drie verschillende manieren waarop een signaal vanaf de zender de ontvanger kan bereiken.

De eerste manier is de grondgolf. Deze werkt alleen over korte afstanden, maximaal 100 km over land en 300 km over zee.Verzwakking van de radiogolven hangt hier af van antennehoogte, type bodem, type terrein (bijv. bebouwd of niet). Ook speelt de polarisatie een rol. Hoe lager de frequentie hoe meer verticaal goed werkt en horizontale polarisatie niet.

De tweede manier is de directe golf. Dit is de manier waarop bijv. ook de golven op VHF en UHF zich voortplanten, boven de grond en het is in belangrijke mate een zichtverbinding, waarbij de golven op deze lage frequenties wel veel langer met de horizon meebuigen dan op de hogere frequenties en bij licht.

De derde modus is de ruimtegolf, via de ionosfeer dus.

Leuke webcamfoto’s

De afgelopen  dagen geëxperimenteerd met webcam’s en webcamsoftware. Dat heeft minstens twee opmerkelijke plaatjes opgeleverd. Eentje van de beide katten. De andere is een foto, ’s ochtends heel vroeg met een vogel in de vensterbank, pal voor de camera. Té leuk dus om niet op de site te plaatsen.

URL tijdelijke webcam-pagina: http://shorties.be/raspi-test/

150309webcam-katten

140311webcam-vogel