728. Buitenlanders

728. Buitenlanders

15 augustus 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com

Een tijdje terug werd ik door een kennis gewezen op de enorme troep die het in haar buurt was. Het bleken vooral mensen van buitenlandse komaf te zijn die het afval lieten slingeren. Ze had er een paar foto’s van gemaakt, die me direct terugbrachten naar een eigen soortgelijke ervaring met buitenlandse inwoners van ons land, die ook steevast hun woonomgeving tot een ongelooflijke troep maakten.

Tussen mijn 11e en 17e woonden wij in de wijk Liendert, niet zo heel ver bij mijn huidige woning vandaan. Over de wijk is rond het predikaat Vogelaarwijk hier lokaal een paar jaar geleden nogal wat commotie ontstaan. Dat predikaat uitgedeeld door de minister ging naar een andere achterstandswijk, Kruiskamp, waar de gemeente de zaakjes op dat moment eigenlijk net een heel end op orde had. Liendert daarentegen was rond die tijd de werkelijke Vogelaarwijk. Maar ja, als er een hap geld en aandacht op je afkomt, dan zeg je nog helemaal niet zo makkelijk nee, ook al omdat je vanwege de volgende verkiezingen toch ook de Kruiskampbewoners niet helemaal tegen je in het harnas wilt jagen.

Toen ik zelf met ouders en zussen in Liendert woonde was het nog een kort daarvoor opgeleverde nieuwbouwwijk, in een tijd dat de autochtone inwoners trots waren op hun gehuurde flatwoning. Wij woonden drie-hoog op de bovenste etage. De flats naast ons waren acht etages hoge flats van een iets duurdere makelij dan die van ons. Rondom die flats zag het er ook meestal zo uit als op de foto’s van mijn kennis. Op de stoep stonden bijna altijd oude meubels. En de brievenbussen werden doorgaans gewoon in het trappenhuis geleegd, of als het volkje wat netter aangelegd was en de boel niet voor de deur wilde hebben in de struiken er tegenover of in die bij ons gekieperd. Er woonden in die flats voor de overgrote meerderheid buitenlanders.

Achter deze hoogbouwflats was een grasveldje aan het water waar wij af en toe met leeftijdsgenoten stonden te praten en een paar van ons tegen een bal aan trapten. Ons gezellig samenzijn werd daar nogal eens verstoord doordat er geregeld pal langs de muur volle vuilniszakken naar beneden kwamen zeilen. Die werden door bewoners van meerdere woningen uit het keukenraam gehouden en vervolgens doodleuk losgelaten. Je wist zal ik maar zeggen wel waar ze terechtkwamen dus we maakten ons er op die leeftijd dan ook niet al teveel zorgen over. Toen er echter een keer zonder dat er iemand ook maar even van tevoren uit het raam naar beneden keek, met een grote boog een complete tweepersoonsmatras van de zesde verdieping naar beneden kieperde vonden wij het als veertienjarigen toch niet meer verantwoord om daar nog langer bij elkaar te komen.

De buitenlandse bewoners van deze gebouwen waren vrijwel uitsluitend Amerikaanse militairen en burgers uit datzelfde land die op de Vliegbasis Soesterberg werkten. Het waren de mensen die net iets beter verdienden dan de rest waardoor ze niet in de huizen vlakbij de basis hoefden te wonen. Het meubilair dat regelmatig beneden voor de flats stond te verregenen werd gewoon achtergelaten als men naar de States terug-emigreerde. In de VS worden huizen in de meeste staten gemeubileerd en wel verhuurd en verkocht.

Categorie: opinie – plusminus 508 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.