
14 april 2012
©2012, copyright: GoHansBrinker.com
Beste webmaster,
Ik heb zelf ook een ergernis op het gebied van spatiegebruik. Een foto hoef ik niet mee te sturen, mijn ergernis betreft namelijk het logo van de website Signalering Onjuist Spatiegebruik zelf.
Ik ben morsetelegrafist. Hobbymatig, want beroepsmatig vind je ze in hoofdzaak alleen nog in delen van Afrika en in China (inclusief het Chinese leger). Ik heb een kleine verzameling seinsleutels om deze hobby mee te bedrijven, en als zendamateur maak ik geregeld via de ether verbindingen in morsetelegrafie. Ik ben dus zeker niet de enige. In Nederland zijn er duizenden net als mij, en internationaal honderdduizenden.
In de jaren 80 heb ik zelf een cursus morse voor zendamateurs geschreven die nog steeds op verschillende plaatsen bij de opleiding wordt gebruikt.
Mijn ergernis is de volgende: de morsetekens onder de drie letters SOS op uw site, daar klopt niets van. Dat wil zeggen, ook spatiematig niet. Een streep moet om te beginnen precies driemaal zolang als een punt zijn. De spatie tussen de punten moet precies één puntlengte groot zijn, terwijl de spatie tussen de tekens voor een letter drie punten groot is (net zolang dus als een streep). Spaties tussen woorden zitten niet in uw logo, maar voor de volledigheid: de spatie tussen woorden verschilt per land, maar die moet ofwel vijf of zeven punten groot zijn. Op het gebied van puntlengte, streeplengte en bovenal de vereiste spaties hiertussen klopt er in het geheel niets van uw logo.
Mijn vraag cq. verzoek is daarom met enige klem: zou u niet bereid zijn om uw logo aan te passen om aan deze flagrante vorm van onjuist spatiegebruik ook een einde te maken?
Vriendelijke groeten,
John Piek
Radioroepnaam PA0ETE
Gestuurd aan: www.spatiegebruik.nl
Categorie: life-log – plusminus 218 woorden – Alles op deze website is in principe fictie, hoewel er elementen uit de realiteit kunnen zijn verwerkt. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
Muziektip: Heartbroken by Hooverphonic http://tinysong.com/FFs8
10 april 2012
©2012, copyright: GoHansBrinker.com
Sinds bijna anderhalf week ben ik over op Linux. Ik weet niet of iedere lezer dat wat zegt. De meeste computers werken met Windows van het bedrijf Microsoft. De meeste mensen weten niet dat er ook alternatieven zijn. De meeste PC’s worden met Windows afgeleverd. Daar betaal je ook voor, het bedrag dat je betaalt zit in de aanschafprijs.
Alleen de PC’s van Apple worden met een ander besturingssysteem dan Windows afgeleverd. Het besturingssysteem van Apple is veel gebruiksvriendelijker dan Windows is. Maar het heeft hooguit 10% van de markt of zelfs nog minder. Apple computers zijn behalve gebruiksvriendelijk en bijzonder mooi, daarnaast ook heel duur. De mensen willen ze zo graag hebben dat Apple ze maar met moeite afstaat. Lange rijen zijn het gevolg als er weer eens een nieuw type uitkomt. Eigenlijk zou iedereen recht op een Apple computer moeten hebben, maar ze zijn daarvoor dus gewoon te prijzig, ook als occasion, en dus zijn ze alleen maar voor de mensen die ze betalen kunnen. En voor een paar fetisjisten die ze niet betalen kunnen maar zich er graag voor in de schulden steken.
Er is nog een systeem en dat is Linux. Slechts heel weinig computers worden standaard met Linux afgeleverd. Alle PC’s zijn echter wel geschikt om met Linux te gebruiken en er zijn dus wel aardig wat mensen die achteraf op Linux overschakelen. Linux is gebaseerd op een ander systeem, dat Unix heet. Voor Linux zijn in tegenstelling tot Unix geen betaalde patenten gebruikt en de software is dan ook open source en gratis. In sommige landen zijn de overheden bang voor spionage van andere landen of van criminelen, en daar wordt dan door de overheid Linux gebruikt in plaats van Windows (Apple is op een paar werkplekken na ook voor gemeentes en andere overheden te duur). De reden van de grotere veiligheid tegen bijvoorbeeld spioneren is dat iedereen weet of kan weten hoe Linux er van binnen uitziet, en om die reden wordt ongetwijfeld ieder stiekem digitaal sleutelgaatje waar iemand misschien bedoeld of onbedoeld doorheen zou kunnen kijken uiteindelijk wel door een speurende hacker of andere computerhobbyïst opgespoord. Bij de andere gesloten systemen weet je maar nooit met welke overheid of erger zo’n leverend bedrijf het al dan niet gedwongen of uit geldbejag op een sleutelgat-akkoordje gooit.
Daarnaast zijn de makers van spyware en allerlei ander vervelend gespuis dat op ons digitaal zuurverdiende geld uit is ook niet gek. Het maken van geniepige trucs om burgers hun geld te ontfutselen is ofwel bijzonder duur, of ingewikkeld en tijdrovend. Dat werk ga je niet doen voor een systeem dat misschien maar vijf procent van de mensen gebruikt. Liever doe je dat voor wat de meerderheid in huis heeft. Op de Nederlandse Wikipedia-pagina van de Linux-variant Ubuntu staat deze zin: “Voor op Linux gebaseerde besturingssystemen zijn er vrijwel geen virussen, waardoor ook Ubuntu hier minder vatbaar voor is. Hoewel er enkele virussen zijn ontwikkeld voor GNU/Linux, worden die in het algemeen beschouwd als onderzoeksobjecten.”
Voor Linux bestaan zelfs nauwelijks virusscanners. Ik ken er maar eentje, maar die heb ik niet geïnstalleerd. Niet nodig… Wel is het zinvol om een soort van firewall (iptables genaamd) te gebruiken.
In de praktijk heb ik mijn systemen ‘dual boot’ gemaakt. Dat wil zeggen dat je bij opstarten kunt kiezen of je hem met Linux wilt gebruiken, of met Windows zoals de fabrikant dat meegeleverd heeft (daar heb je immers voor betaald). Als ik de PC’s aan zet en ik reageer echter niet binnen acht seconden, dan starten ze vanzelf met Linux op.
Ik heb uitgebreid getest met verschillende systemen, door ze onder virtualisatie te gebruiken (daarbij verander je onder andere niets aan je bestaande systeem), maar in de praktijk blijkt het allemaal ook veel prettiger dan met Windows te werken, en het systeem is in zijn huidige vorm ook een stuk sneller. Alle toepassingen en programma’s die je wilt gebruiken zijn heel gewoon gratis.
Ubuntu is het Linux-systeem dat ik na veel overwegingen vooralsnog ben gaan gebruiken. Dit is van alle Linux-varianten waarschijnlijk het eenvoudigst te gebruiken, en ik ben qua beheer natuurlijk een relatieve beginner op dit gebied. Dit soort software wordt met name door hobbyïsten gemaakt, maar er zijn wel bedrijven die zich ermee bezighouden. Die verdienen hun geld door bijvoorbeeld onderhoud, advies en opleiding t.a.v. de systemen die bij hun bedrijfsmatige klanten staan.
Ik ben bij het uitproberen nog niets tegengekomen dat waar ik niet heel eenvoudig een handig programma voor kon vinden, dat is te zeggen op enkele dingen specifiek voor mijn werk na dan. Onder andere de vertaalsoftware die ik gebruik, en mijn software om een tijdschrift in elkaar te draaien, die heb ik alleen voor Windows (hoewel met name dat laatste ook gewoon voor Linux bestaat). Ik denk om die reden dat ik in de praktijk nu voor zo’n 80 procent of iets meer naar Linux overgeschakeld ben en dat het ook wel in die buurt van dat getal zal blijven. Ook met de compatibiliteit overigens geen enkel probleem. Ik had hier ook in de evaluatiefase al naar gekeken. Bestanden fietsen net zo makkelijk van Windows naar mijn Linux-toepassingen als weer terug. Zelfs mijn lokale netwerk hier binnenshuis werkt zonder iets extra te hebben hoeven instellen en/of installeren heel gewoon voor beide systemen. Vanaf Linux kan ik dingen op de harde schijf van een Windows-PC wegschrijven, maar ook hier weer: andersom gaat net zo goed. Het bevalt uiteindelijk allemaal zodanig goed dat ik geweldig spijt heb dat ik niet een paar jaar eerder deze wijsheid tot me heb gekregen.
Categorie: life-log – plusminus 915 woorden – Alles op deze website is in principe fictie, hoewel er elementen uit de realiteit kunnen zijn verwerkt. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
Muziektip: Wrapped Aroung Your Finger by The Police http://tinysong.com/Jfra
31 maart 2012
©2012, copyright: GoHansBrinker.com
Dit keer meteen al een Muziektip aan het begin. Als je de toon van deze column alvast wilt weten klik je voor met lezen te beginnen op deze link http://tinysong.com/Jizx voor wat achtergrondmuziek. (De muziek opent in een nieuw scherm, de column blijft tegelijk leesbaar in dit scherm).
Toen Van Kooten & De Bie een jaar of veertig waren (wat mij toen al heel erg oud leek) hadden ze het in hun tv-programma eens over popmuziek. Ze vroegen zich af waarom ze bij de nieuwe muziek van die tijd nooit meer kippenvel hadden bij een nieuwe plaat die uitkwam. Of desnoods bij de oude muziek, waar ze dat daarvoor wel hadden.
Het leek mij geen leuk vooruitzicht om al ouder wordend ook nog muziek niet meer zo leuk te vinden dan toen je nog wat jaren jonger was.
Hoe haaks staat dit op mijn eigen ervaring. Misschien wijk ik hierin wel van de meerderheid af. Het is in elk geval waarschijnlijk dat ik van de meerderheid afwijk met mijn muzieksmaak. Ik weet nog dat er rond dezelfde periode als deze uitzending van Koot & Bie (ik was tweede helft twintig) er verschillende van mijn vrienden waren die zeiden dat de popmuziek van die tijd ze niet meer aansprak. Ik vond in dezelfde periode juist dat er ineens zulke leuke vernieuwende muziek gemaakt werd.
In de jaren erop waren er geregeld kennissen die er bij mij op aandrongen dat ik toch eens wat meer van muziek moest gaan houden die iets beter bij mijn leeftijd paste. Een deel daarvan vond dat ik me vooral toch eens in de klassieke muziek moest gaan verdiepen. Wat ik tegelijk wel ging merken was dat ik steeds minder van de muziek van mijn ‘muziekhelden’ van weleer ging houden. Ooit was ik nogal into symfonische rock, en zelfs hardrock. Maar ik vond die muziek wat jaren latern helemaal niet zo leuk meer. Hoewel er uitzonderingen waren/zijn.
Steeds meer merkte ik dat zodra muziek meer dan een jaar of vijf oud was, dat mijn belangstelling ervoor dan steeds verder verminderde. Lange tijd wist ik nog wel de herinneringen te waarderen die bij sommige muziek ineens tevoorschijn kwam. Dat verschijnsel is echter verdwenen sinds ik een aantal jaren tussen collega’s zat waar dagelijks popmuziek viel te beluisteren. Met de herhaling vervaagden ook die herinneringen steeds verder.
Het is nog steeds zo dat veel van de muziek die ik echt leuk vind niet meer dan vier, vijf jaar oud is of slechts heel iets ouder. Heel af en toe herontdek ik ineens iets, zoals bepaalde nummers van de band Journey en een nummer van de band Rush. Dat kwam doordat ik zo’n nummer dan bijvoorbeeld eens als achtergrondmuziek in een misdaadserie hoorde en ineens dacht ‘he dat is nog steeds leuk’. Bij de meeste van de muziek die ik van vroeger wel eens probeer slaat echter de saaiheid toe, als het tenminste geen afschuw is..
Hoezeer er soms toch nog steeds (meest van leeftijdsgenoten) kritiek op mijn smaak van muziek komt, ik ben er toch redelijk standvastig in. Als mensen blijven volhouden in hun gedram hierover en dan bijvoorbeeld met een bepaald nummer of muziekstuk aankomen, dan zeg ik na het geprobeerd te hebben naar waarheid steevast “ik houd nu eenmaal niet van gouwe ouwen”. Het zijn vooral de liefhebbers van klassieke muziek die soms enorm beledigd kunnen zijn over zo’n opmerking, die wat mij betreft in het bijzonder juist voor klassieke muziek in meervoud waar is.
Fuck you! Fuck you very much….
(Wat ik dan wel leuk vind? Lady Gaga, Black Eyed Peas, David Guetta, Owl City, Kate Nash, Lily Allen, Calvin Harris, Jessie J., Adele, Cardigans, Rihanna, Hooverphonic, Shantel, Amy Winehouse, Blue, Natasha Bedingfield, Kyteman, Pet Shop Boys, Maria Mena. Onder andere….)
Categorie: life-log – plusminus 538 woorden – Alles op deze website is in principe fictie, hoewel er elementen uit de realiteit kunnen zijn verwerkt. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
Ok, nog een tweede muziektip dan maar, geheel conform mijn eigen huidige smaak:
Listening to What Doesn’t Kill You by Kelly Clarkson #nowplaying http://tinysong.com/LdB5
Maar ook deze, voor de meesten vermoedelijk iets minder toegankelijke muziek vind ik gewéldig:
Listening to Stromae – Alors on Danse by Stromae #nowplaying http://tinysong.com/Dn76
Kippenvel krijg ik van zowat elk nummer van Shantel, dat is zo anders en vernieuwend:
Listening to Mahalageasca (Bucovina Dub) by Shantel #nowplaying http://tinysong.com/Swfh
Listening to Bucovina by Shantel #nowplaying http://tinysong.com/eFrQ
En twee gouwe ouwen die ik dus wel (herontdekt) leuk vind:
Listening to Who’s Crying Now by Journey #nowplaying http://tinysong.com/ZMOP
Listening to Surrender by Jon Anderson #nowplaying http://tinysong.com/pQ4v:
20 maart 2012
©2012, copyright: GoHansBrinker.com
Mensen die al te strak aan taalregels vasthouden vergissen zich deerlijk. Taal is een levend ding. Alleen potjes-latijn en oud-grieks zoals dat bij medici en wetenschappers in gebruik is en bij filosofen zijn dat niet. Maar dat zijn talen die niet gesproken worden. Ze worden dan ook ‘dode talen’ genoemd.
Als bijvoorbeeld genoeg mensen ‘hullie’ gaan zeggen in plaats van ‘hen’, dan raakt dat vanzelf ingeburgerd en wordt het zeker ook officieel Nederlands.
De belangrijkste eigenschap van taal is dat het een serie afspraken is tussen mensen. Als die afspraken voor de meerderheid van de mensen veranderen, dan kom je als je niet meeverandert na verloop van tijd in de situatie dat de meeste mensen niet meer begrijpen wat je bedoelt. Voor spreektaal geldt dat overigens meer dan voor schrijftaal. Meerdere schrijvers bleven zelfs na twee spellingherzieningen gewoon de spellingregels van 1954 gebruiken. Wijlen Harry Mulisch was een schrijver die dat deed.
Het is vanwege de veranderlijkheid van onze taal dus ook dom om al te zeer aan bestaande afspraken vast te houden. De spelling van voor 1954, die sterk afwijkt van hoe we nu schrijven komt bij veel mensen van tegenwoordig nogal potsierlijk over. Er werd veel meer dan nu om de hete brij heen gedraaid met veel omhaal van woorden, met name naarmate de spreker belangrijker was. Bij de spelling van destijds gebruik je nog vaak dubbel o in plaats van enkel oo, zoals bij het woordje zo, dat schrijf je als ‘zoo’. Maar ook zijn er verschillen in hoe sommige naamvallen nog worden gebruikt. Het woord U schreef je destijds met een hoofdletter, ook al werd daarmee niet iemand uit de Bijbel bedoeld.
De gebruiken bij spreektaal zijn met name sinds de jaren zestig nog veel meer veranderd dan bij geschreven tekst, vooral wat betreft de vormelijkheid. Veel meer dan nu werden mensen aangesproken met ‘meneer’ of ‘mevrouw’ en niet bij hun voornaam. Dat gebruik is uit de Anglosaksische wereld over komen waaien, met name uit de VS.
Als in de jaren vijftig een vrouw ongetrouwd was, dan was het heel belangrijk om dat aan te geven, zo iemand was juffrouw of mejuffrouw. Dat was ook omdat het tot halverwege de vorige eeuw in Nederland voor getrouwde vrouwen niet toegestaan was om hun baan te behouden zodra ze in het huwelijksbootje stapten. Ging je trouwen dan werd je automatisch ontslagen. Toen dat niet meer verboden was, bleef dit toch nog zeker tien jaar (tot begin jaren zestig) het gebruik. Een baas keek wel heel verwonderd op van een vrouw die wel wilde blijven werken. Zeker als dat ook nog full-time was. Dat haar man ermee akkoord ging met zo’n slechte huisvrouw getrouwd te zijn. Onvoorstelbaar als je dit met de ogen van nu beziet.
Categorie: bespiegeling – plusminus 457 woorden – Alles op deze website is in principe fictie, hoewel er elementen uit de realiteit kunnen zijn verwerkt. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
Muziektip: My soul pleads for you – Simon Webbe http://tinysong.com/scIv
10 maart 2012
©2012, copyright: GoHansBrinker.com
Cold reading is een techniek die door goochelaars en illusionisten vaak gebruikt wordt om zogenaamd dingen te kunnen voorspellen. De techniek wordt ook wetenschappelijk bewezen gebruikt door tv-persoonlijkheden als Derek Ogilvie en het ‘medium’ Char. Ook wordt de techniek vaak ingezet in het kader van verkoopgesprekken.
Hoe gaat dat cold reading nou in zijn werk, en kan iedereen het leren? Op de eerste vraag ga ik hieronder in, en ja, de meeste mensen met een beetje gezond verstand en enig invoelingsvermogen kunnen leren om cold reading-technieken te gebruiken. Er zijn ook natuurtalenten die de methode als het ware al in zich hebben.
Het doel van cold reading is om zonder daadwerkelijk vooraf iets van een gesprekspartner te weten, de indruk te wekken dat je wel iets (of zelfs veel) over die persoon weet.
Belangrijk voor cold reading is dat je bovenal uitzoekt wat je gesprekspartner graag wil horen, en hem/haar zoveel mogelijk vertelt wat deze persoon wil horen. Met vleierij kom je al een heel eind, zeg maar. Vanzelfsprekend is het belangrijk dat de gesprekspartner vooral in het begin veel aan het woord komt, en eigenlijkl is dat sowieso een belangrijke lijn. Als de gesprekspartner aan het woord is kom je meer te weten, en bovendien maak je zelf geen missers. Zolang dit natuurlijk niet gaat opvallen.
Hoe meer iemand vertelt, hoe meer je weet, en als je veel weet kun je hieraan ook onverwachte conclusies verbinden. Een cold reader houdt daarbij de eigen uitspraken zoveel mogelijk vaag. Een cold reader stelt bovendien vooral veel vragen: hoe meer in de vragende vorm gesteld wordt, hoe kleiner de kans dat je op een verwijtbare fout betrapt kunt worden.
Het ligt voor de hand om bijzonder goed op te letten. Zijn er kleine, onbewuste knikjes of andere signalen waaraan je kunt weten of je je pijlen op het juiste onderwerp richt? Ook aan iemand’s veranderende blijk kun je veel te weten komen over hetgeen besproken wordt. Wat bijzonder goed werkt, met name bij een wat meer lichtgelovige gesprekspartner is zeggen dat je iets wat net verteld werd vanzelfsprekend al wist. Andere belangrijke zaken zie je meteen al bij de eerste kennismaking met een gesprekspartner. Vaak kun je veel informatie al krijgen door te letten op kleding, haardracht, lichaamshouding, accent, sieraden etc.
Door vooral dubbelzinnige vragen te stellen kun je de uitkomst ervan nog in een ongewenste richting buigen. Vraag bijvoorbeeld “Je rijdt toch niet in een Volkswagen?” Wanneer je dan als ‘medium’ een ontkennend antwoord krijgt en iemand rijdt in een Renault zeg je: “Zie je wel, ik dacht al, je bent niet het type voor een Duitse auto”. Maar wanneer iemand het antwoord bevestigt zeg je: “Dan klopt het toch. Ik denk al waarom krijg ik steeds die Volkswagen van de andere wereld door…”
Een andere methode is om een vraag zo te stellen dat een groot aantal van de mogelijke antwoorden juist is. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat je een bepaalde letter doorkrijgt, waarna je een letter noemt die er een beetje op lijkt en zegt “w of een v”. Op zo’n moment gaat de gesprekspartner beide letters vergelijken met eigen voor- en achternaam, naam van mensen uit de omgeving en met andere zaken. De kans is dan nagenoeg 100% dat iemand de vraag kan beantwoorden met “het klopt, want….”
Bijzonder veel gebruikt zijn algemene uitspraken die voor erg veel mensen van toepassing zijn. Je ziet dat ook vaak in de weekhoroscopen in bladen staan en dergelijke uitspraken zijn ook bij de “mediums” op nachtelijk SBS6 bijzonder populair. Bijvoorbeeld: “U krijgt van de meeste mensen onvoldoende waardering, en toch staat u altijd voor iedereen klaar.” of “U vindt het prettig om af en toe een schouderklopje te krijgen.” Het verschijnsel dat mensen zichzelf in dat soort gemeenplaatsen herkent wordt in de psychologie het Forer-effect genoemd. De definitie daarvan luidt (ongeveer): de neiging van mensen om vage en algemeen geldende uitspraken over de eigen persoon te accepteren als rake en typerende omschrijvingen, zonder zich te realiseren dat dezelfde omschrijving voor bijna iedereen opgaat.
Het verschijnsel heet het Forer-effect omdat de Amerikaanse psycholoog Bertram Forer in 1948 een persoonlijkheidstest aan zijn studenten voorlegde. Vervolgens gaf hij hen een ‘nauwkeurige’ persoonlijkheidsanalyse met de mededeling dat dat de uitkomst was van de persoonlijkheidstest zou zijn, waarbij hij vroeg aan de studenten om aan te geven wat volgens hen het waarheidsgehalte was van de uitslag.
De studenten gaven vervolgens gemiddeld aan dat 87% van de uitslag klopte. De studenten waren verbijsterd toen ze de ware toedracht hoorden. Niet alleen omdat ze te horen kregen dat ze allemaal exact dezelfde tekst als persoonlijkheidsanalyse hadden gekregen, maar ook dat Forer de tekst daarvan geheel had samengesteld met teksten uit tijdschrifthororoscopen die hij in een nabijgelegen tijdschriftkiosk had gekocht.
Afijn, zeg dus als je weer eens een zogenaamd medium hoort praten niet dat ik het niet gezegd heb
Categorie: achtergrond – plusminus 811 woorden – Alles op deze website is in principe fictie, hoewel er elementen uit de realiteit kunnen zijn verwerkt. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
Bronvermelding: Wikipedia in diverse talen, diverse andere bronnen
Muziektip: Please Sister by the Cardigans http://tinysong.com/Rxes
8 maart 2012
©2012, copyright: GoHansBrinker.com
Vandaag is de dag dat de Big Brother Awards 2011 bekend worden gemaakt. De Big Brother Awards worden jaarlijks in Nederland toegekend aan de grootste privacyschenders van het afgelopen jaar. Juryvoorzitter is columniste en schrijfster Karin Spaink. Andere juryleden zijn Antoinette Hertsenberg van onder andere het TROS-programma Radar, hoogleraar Media- en Telecommunicatierecht Nico van Eijk, rapper Typhoon en KPMG Advisory partner Edo Roos Lindgreen.
Indrukwekkende deelnemers die privacyschenders van dit jaar mag je wel zeggen. Bijzondere vermelding vanwege hun brevet van onvermogen kreeg het met internetbeveiligingscertificaten stuntelende bedrijf Diginotar. Door hen moest DigiD een tijdje uit de lucht, raakten tal van overheden met hun beveiliging in de problemen en bovenal brachten ze een aantal Iraanse internetgebruikers en dissidenten in levensgevaar.
Ik weet op het moment dat ik dit schrijf nog niet wie het gaat winnen, maar voor mijzelf staat toch wel de Utrechtse gemeente Rhenen bovenaan. Op 30 april houdt koningin Beatrix in die gemeente een deel van de dag haar verjaardagsfeest. De gemeente Rhenen heeft aangekondigd om in de periode vooraf “preventieve huiszoekingen” in te gaan zetten. Volgens burgemeester Joost van Oostrum is dit in het licht van de gebeurtenissen drie jaar geleden in Apeldoorn nodig om de veiligheid van de koningin te kunnen garanderen. Tijdens een informatiebijeenkomst vol inwoners van die plaats die bezorgd zijn over dit plan meldt de burgemeester bovendien: “Mensen die niet meewerken aan deze huiszoekingen worden gearresteerd.” En na vragen hierover: “Ik snap uw emotie maar ik zou u echt willen aanraden om zich daar niet tegen te verzetten. Want als u dat doet, dan denk ik dat u op 30 april niet in Rhenen bent maar in het arrestantencomplex van de politie Utrecht te Houten.” Op twitter schreef de goede man over deze bijeenkomst: “Het is een gevoel van eerst schrikken en daarna het FEESTgevoel weer oppakken. Zo ging het gisterenavond gelukkig ook.”
Een huiszoeking is niet iets dat je zomaar doet. Zoiets grijpt emotioneel zeer bij degenen die het overkomt in. De dreiging ermee aan niet-verdachte inwoners van de gemeente is onnodig intimiderend, en je kunt je afvragen of dit soort zware maatregelen überhaupt nodig zijn. Immers in de andere gemeenten waar sinds 2009 koninginnedag werd gevierd was een dergelijke draconische maatregel ook niet nodig. De laconieke dreiging met de cel vind ik helemaal stuitend. Ik zou me als inwoner van Rhenen in alle ernst afvragen wat ik in een plaats met een dergelijke Nicolai Caucescu als burgemeester nog te zoeken heb.
Bij de kandidaten in de categorie bedrijven valt KPN Mobile op. Zij zijn genomineerd vanwege hun gebruik van de deep packet inspection-technologie, dat zij als eerste ter wereld inzetten. Met de techniek kunnen gebruikers bespioneerd worden, d.w.z. de inhoud van hun berichten wordt ermee bekeken. Vooral het feit dat KPN net doet of haar neus bloedt over de storm van kritiek die ze hierover kreeg en bovendien zegt trots te zijn op het gebruik van de technologie is ronduit stuitend.
Vlak ook Connexxion niet uit. Dit brave busbedrijf ziet zichzelf als verlengstuk van de overheid. Connexxion helpt actief bij de opsporing en uitzetten van mensen zonder geldige verblijfsvergunning, en selecteert die mensen op hun uiterlijk. Als een negroïde vrouw uit Amsterdam zich laat afzetten in een welgestelde gemeente als Heemstede of Bloemendaal moeten Connexxion-chauffeurs standaard de politie inschakelen, waarna zo’n vrouw dagenlang door politiefunctionarissen wordt gevolgd. Het kan in zo’n geval namelijk weleens een illegale werkster zijn. Uiteindelijk wordt vastgesteld waar iemand’s kennelijke werkadres is en vervolgens wordt zo iemand aangehouden. Dit blijkt uit uit de stukken van een procedure die voor de Raad van State is aangespannen. Deze praktijk blijkt zeer onwettig, en het bedrijf werd op de vinger getikt. Verweer van Connexxion voor de rechter: “Als iemand geen geldig plaatsbewijs heeft en zich niet wil legitimeren, moeten wij de politie inschakelen.” Ook klanten die wel betaalden, maar met een uiterlijk dat Connexxion-medewerkers niet aanstond werden echter op deze manier verklikt. Bedenk wel: dit is hoe het bedrijf dus met haar eigen betalende klanten omgaat. Bedenk, ook datzelfde Connexxion kwam in voorbije jaren nogal al eens in aanvaring met minderheidsaandeelhouder de Staat der Nederlanden vanwege de hoge bonussen. Daarbij lagen de normen dus ineens een heel stuk minder hoog.
In dezelfde categorie als KPN Mobile en Connexxion is ook Facebook kandidaat. Het aantal keren dat dat bedrijf op de vingers werd getikt wegens privacyschendingen in de VS en daarbuiten is al niet meer te tellen. Facebook verzamelt gegevens van gebruikers over hun internetgebruik, ook wanneer deze zich op andere sites dan Facebook zelf bevinden, en geeft ook toe gegevens van anderen op internet te verzamelen. Vol trots presenteert het bedrijf het bezit van deze gegevens bij haar beurspresentatie. Het bedrijf belooft gegevens niet met adverteerders te delen, doet dat wel. Gebruikers kunnen de toegang tot hun gegevens beperken tot alleen hun vrienden, maar de apps die die vrienden gebruiken kunnen dan weer wel bij die gegevens, en zo liggen ze dus alsnog op straat. Facebook bouwt in Europa een database met biometrische gegevens van de gezichten op de profielfoto van hun gebruikers. Gebruikers is daarbij niets gevraagd rondom opname in die database, en kunnen, eenmaal daarin opgenomen ook niet vragen om die gegevens er weer uit te verwijderen. Als overheidsorganisaties bezwaar maken, dan worden de verzoeken om aanpassingen zo minimaal mogelijk uitgevoerd en zo gaat het maar door.
Andere kandidaten dit jaar zijn privacybestrijder en staatssecretaris Fred Teeven, minister Edith Schippers die het Elektronisch Patiënten Dossier van parlement en Eerste Kamer (unaniem) niet mocht invoeren, maar die dat via de U-bocht van het uitbesteden aan een commercieel bedrijf nu alsnog gaat doen. Verder zijn politie- en opsporingsdiensten genomineerd, die hun bevoegdheden ten koste van de privacy steeds verder uitgebreid zien, maar die zich desondanks zelf slechts zelden aan de regels op dit gebied houden. Ten slotte was onder andere het Korps Landelijke Politiediensten genomindeerd dat in strijd met de wet, computers van onschuldige burgers hackt en overneemt en daarbij spyware inzet om ze te bespioneren.
Afijn, ik ben dus heel benieuwd wie hem gaat winnen!
Categorie: opinie – plusminus 1007 woorden – Alles op deze website is in principe fictie, hoewel er elementen uit de realiteit kunnen zijn verwerkt. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
`![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
807. De atoomwolk
4 februari 2012
©2012, copyright: GoHansBrinker.com
Een paar weken geleden schreef ik over de treinramp in Harmelen, en hoe dat op mij als kind een enorme indruk maakte. Er was in mijn jeugd nog zo’n ervaring die je altijd bij blijft. Het gebeurde vroeg in de ochtend in Dordrecht waar ik toen woonde, ik denk rond half acht een keer op een doordeweekse dag.
Geschrokken zag ik mijn ouders voor het woonkamerraam staan kijken naar buiten. “Moet je zien.” Wat ik zag was een enorme zwarte wolk. Die steeg echt hoog naar boven. Veel hoger dan een hoog flatgebouw. Een grote pilaar die misschien zo breed was als een derde van ons grote woonkamerraam en die boven de huizen tegenover ons uitsteeg. We konden niet zien hoe ver.
“Jullie blijven thuis.” Jullie, dat waren mijn twee zussen, waarvan de jongste toen vermoedelijk nog niet naar school ging, en ikzelf.
De zwarte rook was inderdaad omineus. Zwarter dan de donkerste onweerswolk die ik wel eens gezien had. Bovenaan eindigde hij als een soort paddestoel en ik begreep pas later van mijn ouders dat ze op dat moment (het was volop koude oorlog) serieus aan een atoomexplosie dachten.
Na enige tijd werd duidelijk wat er werkelijk gebeurd was. Ik denk door de radio. Ik weet ook niet of we nog op tijd op school waren. Als we te laat waren hebben mijn ouders het ongetwijfeld uitgelegd (ik denk eigenlijk dat het inderdaad zo gegaan is).
Op ongeveer een kilometer van ons huis destijds in Dordrecht was een bedrijventerrein met haven, met onder andere een kleine olieraffinaderij. Er was op die plek ook een faciliteit van Fokker, waar de vader van een vriendje uit de buurt werkte en waar ik wel eens naar de de half afgebouwde F-27’s heb mogen bekijken.
Op het industtrieterreintje was ook een fabriek van het bedrijf Chefaro. Die waren bekend van de pijnstiller Chefarine-4. Klaarblijkelijk zijn de ingrediënten van dergelijke farmaceutische producten bijzonder explosief, want het was die fabriek die geheel de lucht in was gevlogen. Niets stond er nog zo bleek later uit de krantenfoto’s. Vanwege het vroege tijdstip was er op de nachtwaker na niemand in het bedrijf geweest, zo meldde de lokale krant De Dordtenaar. De man, zo meldde het artikel had bij de brand grote brandwonden opgelopen en in zijn paniek was hij in de nabijgelegen Dordtse Kil[] gesprongen. Hij had vervolgens aan een stuk door gezwommen, tot hij vier of vijf km verder nabij de Oude Maas en het centrum van Dordt door een paar politieagenten werd opgemerkt, die hem vervolgens naar het ziekenhuis vervoerden. De man bezweek een week later alsnog aan zijn verwondingen.
Ik heb er nadien eigenlijk bijzonder weinig met mensen over gesproken. We is het altijd in mijn gedachten gebleven.
Categorie: life-log – plusminus 455 woorden – Alles op deze website is in principe fictie, hoewel er elementen uit de realiteit kunnen zijn verwerkt. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
Naar aanleiding van de column over de treinramp bij Harmelen werd ik gemaild door de geluidstechnicus die destijds het geluid verzorgde voor de Nederlandse televisie, bij de live-uitzending van de herdenkingsdienst voor de slachtoffers van de het treinongeluk . Dit vind ik uiteraard bijzonder leuk. Hij schreef hierover:
Toen ik je colunm las over de treinramp bij Harmelen, kwamen bij mij ook allerlei beelden weer voor ogen. Na de ramp was de herdenkingsdienst in de st.Janskerk in Utrecht. Deze dienst zou voor de televisie worden uitgezonden.Als jong (geluids)technicus moest ik dat verslaan, althans het geluidsdeel. Ik herinner me dat dat het verschrikkelijk koud was. De ons ter beschikking zijnde microfoons kregen het hierbij heel moeilijk. De vele aanwezige mensen brachten namelijk zoveel vocht in de ruimte, dat de toentertijd gebruikte microfoons een voor een de geest gaven. Normaal gaven de destijds in de microfoons ingebouwde EF91/93 radiobuizen zoveel warmte af, dat de microfoonkapsels hierdoor wel vochtvrij bleven, maar op die dag in die kou begon de een na de ander af te pijgeren: die boven de diverse koren en het orkest.
Eerst begon zo’n microfoon dan heel zacht te “motorboten” en vervolgens begonnen ze dan te reutelen tot ze niets meer deden!
Alles was in die tijd nog live en het enige wat je nog kon doen was om de regelaars van de betreffende microfoons maar dicht te doen. Om het kort te houden: aan het einde van de uitzending had ik nog maar twee microfoons in gebruik. Dat waren twee dynamische mikrofoons, die bij het publiek opgesteld waren.
Alles wat op de kansel wed gezegd klonk bij de kijker thuis dan ook heel hol en praktisch onverstaanbaar. Zoiets is voor een geluidstechnicus een van de ergste dingen die bij zijn werk kan gebeuren, in het bijzonder als wat er gebeurd ook nog live wordt uitgezonden.
Een bijkomend probleem was verder nog dat de microfoons in die tijd werkten met een polarisatiespanning van 85 volt. Tegenwoordig is dat nooit meer dan een veilig geachte 48 volt. Het gevolg was dat als er vocht op neersloeg dat er dan vonkoverslag ontstond, met alle gevolgen van dien.
6 juni 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
De komende dagen publiceer ik weer een nieuwe column in de serie ‘micronaties’. Ik ben al een poosje bezig om de serie aan te passen. En ik heb daar de afgelopen tijd ook nogal mee geworsteld. Uiteindelijk zullen de tekstjes hoogstwaarschijnlijk ook in boekvorm verschijnen, althans voor een deel. Ik worstel nog een beetje met de indeling die ik voor de teksten wil gebruiken. Die indeling gaat vermoedelijk mee bepalen als dat boek er komt wat er wel en niet op papier cq. in de e-reader komt. Ik wil er eigenlijk zo weinig mogelijk onderverdelen. Maar ik wil wel de ‘pure micronaties’, die ook echt aan de criteria voldoen in een apart kader plaatsen.
Maar ja, twee categorieën. Al snel had ik er drie. Aan de andere kant van het spectrum heb ik namelijk ook een aantal zaken al beschreven die heel duidelijk afwijken. En ik wil er daarvan ook nog een aantal gaan beschrijven. Het gaat om rare grensconflicten, de lappendeken aan enclaves waaruit Baarle-Nassau en Baarle-Hertog bestaan, en er komen vast nog wel meer dingen bij. In het midden krijg je dan alle landachtige stukken die niet een micro-natie zijn. Drie categorieën dus. Ik had de micro-natiesite er al op aangepast.
Categorieën 1 en 3 leveren daarbij geen problemen op. Maar categorie 2 valt makkelijk weer uiteen in drie nieuwe groepen. Ten eerste zijn er de niet helemaal complete micronaties. Die voldoen niet aan een paar essentiële voorwaarden. Ze hebben bijvoorbeeld geen grondgebied (bijv. Lovely), geen inwoners, of geen paspoorten, geld en/of postsysteem, maar ze noemen zich wel micronatie.
De tweede groep binnen categorie 2zijn de mini- en microlanden die wél internationaal erkend worden zoals Monaco, Vaticaanstad en San Marino. Zeer verschillend dus van de eerste subgroep.
Binnen groep twee vallen daarnaast nog autonome gebieden van andere landen zoals Svalbard. Zoals bij vrijwel alle categorieën zijn ook de grenzen dáártussen lastig te trekken. Sommige landjes bijvoorbeeld, zoals in Micronesië vaak gebeurt zijn wel degelijk een echt land, inclusief internationale erkenning, maar hebben met een ‘grote broer’, vaak is dat Nieuw Zeeland, de afspraak dat die militair bijspringt als zo’n landje van soms maar 1200 inwoners zou worden aangevallen.
Verder vallen veel landen die door de meeste mensen als volstrekt onafhankelijk gezien worden nog steeds onder de Britse vorstin, zoals bijvoorbeeld Canada en Australië. Het verre vorstenhuis bemoeit zich zelfs soms met wat er in Australië op televisie wordt gebracht, zoals onlangs nog gebeurde. In het Caribisch gebied is het een ware lappendeken van (naast andere entiteiten) voormalige Britse Koloniën die deels wel, deels niet als enige band met de oude kolonist, de Engelse vorstin nog als staatshoofd erkennen.
Moet zo’n minilandje nu gezien worden als onderdeel van de UK of als zelfstandig land? Ook de VS heeft dit soort banden, die net als bij het UK vaak ook sterk verschillend zijn met allerlei verre gebiedsdelen (de VS hebben in tegenstelling tot de UK een echte indeling van de verschillende statussen wat dit betreft).
Bij Denemarken zijn de banden met gebiedsdelen op afstand op een ingewikkelde manier vaak nog veel zwakker. De Faeröer eilandengroep, iets dichter bij de Shetlands dan bij IJsland bijvoorbeeld. Officieel is dat een autonome provincie van Denemarken. Het gebied heeft echter een hoge mate van zelfstandigheid. Hoewel het genoemd wordt in het verdrag van Rome en heel duidelijk bij het werelddeel Europa hoort, is het in tegenstelling tot Denemarken zelf geen lid van de EU. En op Faeröer wordt betaald met de Faeröer Kroon, een eigen munt. Moet je het dan als zelfstandig land zien of niet?
Hoe dan ook, ik ga wel een dergelijke indeling maken, maar of dat uiteindelijk lopende het hele project helemaal consequent zal zijn…
De komende tijd ben ik van plan om niet alleen de website verder op orde te brengen, en een aantal van de huidige teksten te herschrijven, ik ga er zeker ook een aantal nieuwe maken. Er is naarmate je er verder in duikt, enorm veel op dit gebied. Het is moeilijk kiezen, en dat doe ik dus ook heel subjectief…
Ik heb er in de afgelopen tijd al meerdere al geschreven. Vrijwel geschikt om op de site te zetten zijn die van het koninkrijk Ladonia en van de republiek San Marino. De eerstvolgende die ik daarna ga publiceren zijn vermoedelijk de Vrijstad Christiania en de enclaves waaruit Baarle-Nassau en Baarle-Hertog bestaan. En misschien daarna Kaliningrad, het vroegere Königsberg, tegenwoordig een Russische enclave middenin de EU. Daarna komen dan weer een aantal ‘pure’ micronaties. (Dit alles zonder verdere garanties, dat spreekt…)
Categorie: micronaties – plusminus 738 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
Hoe maak je grappig materiaal met een visco-elasticiteit van een type dat op een niet-newtoniaanse wijze uitvloeit?
757. Wie kent dit goedje nog?
22 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
In de jaren zestig waren er verschillende rages. Veel mensen zullen zich Batman nog wel herinneren en de Thunderbirds. Een van de minder bekende voorbeelden was de zogenaamde ‘lachzak’. Dit was een stoffen zakje met daarin een huidkleurig stukje elektronica waarin een miniatuur doorzichtig grammofoonplaatje zat. Net als bij een scheetkussen moest het zakje enigszins onder druk gezet worden en er barstte een mechanisch klinkende aanstekelijke bulderende lach uit het apparaatje, die pas na enige tijd weer ophield.
Iets anders waarvan ik altijd gedacht heb dat een kortdurende rage was, bleek toen ik het ging opzoeken helemaal geen rage geweest te zijn.
De afgelopen weken vond er werk aan mijn huis plaats waarbij veelvuldig werd geschilderd. Op een bepaalde dag meende ik de geur van vroeger te kennen, en of de geur echt overeenstemde weet ik niet, maar ik bedacht me dat het rook als Silly Putty.
Silly Putty werd verkocht als speelgoed, in een ei dat je in twee helften open kon maken en weer sluiten. Na ‘gebruik’ kon je het spulletje daar ook weer in opbergen. Het materiaal waarvan ik altijd gedacht heb dat het een bijproduct was van de olie-industrie had een aantal bizarre kenmerken. Zo was het bijvoorbeeld zowel vast als vloeibaar. Dat wil zeggen dat de viscositeit, de stroperigheid van het materiaal varieerde met de druk waaraan het bloot stond. Zo kon je het tot een balletje kneden, en dan op tafel leggen. Een halve middag later was het balletje dan goeddeels uitgelopen tot een soort van plasje. Wanneer je er echter een staaf of broodje van kneedde kon je die vervolgens ook gewoon doormidden breken. Als je het materiaal op een harde ondergrond gooide, dan stuiterde het, door de klap een moment lang tot een rubberachtige vaste stof geworden, als een stuiterballetje weer terug.
In die tijd werden kranten doorgaans nog met olieachtige inkt gedrukt, en doordat het materiaal ook kleefde kon je wat er in de krant stond op het stuiterbal-boetseer-materiaal overbrengen. Die afbeelding of tekst kon je al dan niet vervormen en vervolgens op een ander blad papier weer afdrukken. Door die dubbele handeling was de kopie dan ook nog niet in spiegelbeeld.
Op Wikipedia is een hoop over het materiaal te vinden, en zo kwam ik er dus achter dat het helemaal niet een bijproduct van aardolie uit de jaren zestig was, maar dat het materiaal tijdens de oorlogsjaren per ongeluk was ontdekt. De VS zagen in die tijd Japan steeds meer gebieden bezetten waar de VS hun rubber van betrokken. Rubber was voor de oorlogsindustrie heel belangrijk, zodat er naarstig naar allerlei andere alternatieven als oplossing voor het rubberprobleem werd gezocht. Zo stuitte men dus op dit materiaal.
Bij de bijzondere eigenschappen van het materiaal wordt als belangrijkste een visco-elasticiteit genoemd van een type dat op een niet-newtoniaanse wijze uitvloeit. Over het patent voor het spulletje werd in eerste instantie flink geruzied tussen twee onderzoekers die het materiaal vermoedelijk toevalligerwijze en onafhankelijk van elkaar ongeveer tegelijkertijd bedachten. Het niet giftige materiaal lag al in 1949 in de Amerikaanse speelgoedwinkels. In de jaren 50 ging een van de eerste TV-reclamecampagnes over dit speelgoed.
Het materiaal was vanaf 1961 ook in andere landen dan de VS verkrijgbaar, waarna het een hit werd in de communistische Sovjet Unie(!), in Italië en onder andere in Duitsland, Nederland en Zwitserland. Het werd in 1968 zelfs door de astronauten van Apollo 8 meegenomen naar de maan om onderweg tijdens gewichtloosheid hun ruimtegereedschap mee vast te maken zodat dit niet ging rondzweven. In 1987 werden er jaarlijks zo’n 2 miljoen eieren met Silly Putty verkocht.
Behalve in de ruimte wordt het materiaal vanwege de kleefeigenschappen bijvoorbeeld ook gebruikt om vuil te verwijderen zoals dierlijk haar. Ook bij medische behandelingen wordt Silly Putty soms gebruikt en bij wetenschappelijk onderzoek. Fysiotherapeuten gebruiken het om mensen met verwondingen aan hun handen te helpen de functionaliteit van hun handen terug te krijgen. Ook kan het in zijn algemeenheid helpen om stress te verminderen.
Silly Putty bestaat voor 65% uit dimethyl siloxane, een siliconenmateriaal dat voor de bijzondere eigenschappen zorgt. Het wordt verkregen door bepaalde polymeren te verkorten met behulp van boorzuur. Het bestaat verder voor 17% uit silica (kristallijn kwarts, dat bij een andere toepassing in gel-vorm ervoor zorgt dat verpakte elektronica bij verschepen niet vochtig wordt), een belangrijk ingrediënt is verder een aandeel aan verwerkte zaden van de wonderboom (castor beans in het Engels). Van deze castor-olie (Thixatrol ST) zit er 9% in en verder nog 1% van een drietal andere stoffen.
Silly Putty is nog steeds te koop. Ik heb het in Nederland na kort googlen niet kunnen vinden, maar via eBay betaal je ongeveer 2,50 euro voor een ei.
Het is niet heel moeilijk om Silly Putty zelf te maken. Een beschrijving hiervoor staat op:
http://www.hoedoe.nl/wetenschap-techniek/scheikunde/hoe-maak-ik-silly-putty
Silly Putty website: www.sillyputty.com
Categorie: life-log / nostalgisch / informatief – plusminus 792 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
756. Zoenend stelletje
14 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Eind jaren 70, begin jaren 80 organiseerde ik als radioamateur vele vossenjachten. Vossenjachten hebben in dit kader niets met dieronvriendelijke activiteiten te maken, maar het komt er in het kort op neer dat één zo’n zendgek zich ergens in de bosjes of op een andere meer creatieve plek moet verstoppen, en dat de rest, destijds vaak een hele meute die ene figuur met zijn/haar zender dan moet zien op te sporen. Voor opsporingsambtenaren van clandestiene zenders is het dagelijks werk, maar radioamateurs zien het bij dit soort gelegenheden meer als sport. Er zijn meerdere varianten van dit soort vossenjachten, bij veel daarvan wordt er alleen gelopen. Wij hadden destijds een systeem waarbij we in het begin dat we ze organiseerde nog een aparte puntentelling hadden voor lopers, fietsers en autorijders maar uiteindelijk was de praktijk dat iedereen vanaf een parkeerplaats op een van de hoogste plekken van Amersfoort (voor wie het kent nabij het Belgenmonument) met de auto startte en afhankelijk van de plek alleen de laatste meters, of hooguit honderden meters lopend aflegde. Teams bestonden dan ook meestal uit een chauffeur en een navigator annex jager.
Hoewel ik ook in de competitie van de jachten zelf weleens heel aardig heb gepresteerd, was ik doorgaans toch een vrij matig vossenjager. Des te beter was ik in het bedenken van rotstreken als ‘vos’. Dat bleef bij de anderen niet onopgemerkt, en zo is er als ik een enkele keer toch eens zelf op vossenjacht ging meermalen op een sympathiek bedoelde manier wraak op mij genomen.
Een van die keren was de vos een voor mij onbekend persoon. D.w.z. ik kende hem wel, maar ik wist niet wie het was. Of zelfs maar dat hij bij het vossenjagen betrokken was. Zodoende had ik ook niet direct in de gaten wie of ik in het donker voor me had.
De auto door mijn vaste kompaan bestuurd bracht mij vlak in de buurt van diens woonhuis, park Randenbroek, waar je destijds nog in donker zonder al te ongerust te zijn voor criminaliteit of dingen die mogelijk in strijd zijn met de zedenwetten van mijn woonplaats kon rondlopen. Ik begon vanaf (opnieuw voor wie de omgeving kent) de richting van het ziekenhuis, net buiten het park aan de andere kant van de beek te lopen. Het was in een korte periode dat ik met jagen buitengewoon goed presteerde, wat kwam door een deels zelfbedachte en zelfgebouwde peilontvanger, die weliswaar uiterst geschikt was voor het peilwerk, maar tegelijk ook zo onhandig zwaar en weinig waterdicht dat ik hem daarna voor dat doel nog maar heel erg weinig heb gebruikt. Nadat ik tweederde van de zijde langs het park had afgelegd, wist ik daardoor absoluut zeker dat de zender zich op een bepaalde plek precies aan de andere kant van de beek bevinden moest.
Doordat we bovendien, peilantenne uit het raampje van de VW-kever gestoken, vrijwel in een rechte lijn vanaf heb Belgenmonument naar beneden bij het park gereden waren, wist ik zeker dat ik absoluut tot een van de eersten moest behoren die op de plek van bestemming was aangekomen. Kortom, nog even stug doorstappen, beek over en de ingang van het park in, en de overwinning kon mij bijna niet meer ontgaan. Voorzichtigheidshalve in het donker poolshoogte genomen van de situatie ter plekke. Meestal zit er een persoon bij of dichtbij de zender, maar soms hangt er een briefje aan of een stapel briefjes waarvan je er eentje ten bewijze mee moest nemen. Dat viel nog niet mee, want ondanks dat mijn ogen al een poosje aan het donker waren gewend ontnam de donkere nacht en het dichte bladerdak mij vrijwel alle zicht.
Toch ontwaarde ik vrijwel op de plek waar ik gepeild had op een bankje een silhouet. Ik peilde van een meter of 100 afstand nog maar eens extra. Geen zin om een eventueel agressieve zwerver onnodig uit zijn slaap te halen. Maar nee hoor. Pinpoint-precies om het zo maar te zeggen. Maar ik bleef niettemin voorzichtig. Voor hetzelfde zat de vos 10m achter het bankje en had ik alsnog te maken met een zwerver.
Op de bank bleek een zoenend paartje te zitten. Ik was redelijk overtuigd van mijn gelijk en riep van dus een meter of acht afstand “ik zoek de vos”. Ze gaven enigszins geamuseerd aan dat ze geen idee hadden waarover ik sprak. Maar ik wist het zeker, dus drong ik aan. Het bleek dat ze toch wel graag met rust gelaten wilden worden. Toen ik een derde keer vroeg werd ik resoluut weggestuurd. Vervolgens nog een aantal keren gepeild, niet verder dan 50 tot 100 m vanaf de plek, maar de man in kwestie met zijn resolute stemgeluid maakte de indruk dat er niet met hem viel te spotten, en omdat met het sowieso onverstandig leek om zoogdieren bij hun paringsritueel lastig te vallen besloot ik mijn heil elders te gaan zoeken. Vossenjachten op de betreffende frequentie in bewoonde omgevingen staan bekend om de vele reflecties van het signaal die ook geregeld valse peilingen veroorzaken.
Afijn, nadat ik mijn actieradius tot zeker 15 minuten loopafstand had uitgebreid kwam ik zo’n 40 minuten later alsnog op dezelfde plek aan. Het paartje zat er nog steeds, en toen ik nogmaals in hun richting keek leek het alsof ze me vol medelijden wenkten. Jawel, ik had wel degelijk de vos als een van de eersten aangetroffen, maar doordat ik me dus had laten aftroeven stond ik dit keer bij de prijsuitreiking zowat onderaan de lijst.
Het moeilijkst was vervolgens nog mijn gang naar het nabijgelegen cafetaria waar de prijsuitreiking dus zou plaatsvinden. Het liefste was ik gewoon direct naar huis gegaan. Uiteraard waren de meesten daar al binnen komen wandelen. De creatieve manier waarop de vos zich dit keer had verstopt, maar bovenal hoe ze de jongen die zelf altijd de gemene streken uithaalde hadden afgetroefd was er inderdaad aanleiding voor veel hilariteit. Eigen schuld dikke bult.
Categorie: life-log – plusminus 986 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
755. Schurken!
10 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Nou ja, misschien niet letterlijk. Maar toch, in mijn beleving…
Ik heb in het verleden al vaker rare problemen gehad met ’s lands beste internetprovider. Maar wat ik de afgelopen week meemaakte had enige trekjes waar de DDR-regering in haar gloriedagen waarschijnlijk trots op had kunnen zijn.
Voor de goede orde: geregeld ontvang ik brieven van het bedrijf, vaak vergezeld van een aardig presentje waarin het niet nalaat mij te prijzen omdat ik officieel tot de 300 eerste van hun nu vele tienduizenden klanten behoor.
XS4ALL was van huis uit een stichting. Opgezet door eerlijke mensen met oprechte idealen, zoals Rop Gonggrijp en Felipe Rodriquez. Nooit bedoeld als internetbedrijf, maar als nevenactiviteit van een vereniging van hackers die dat hacken deden om de juiste motieven, namelijk misstanden aan de kaak stellen.
Hoewel het bedrijf nog graag flirt met de standpunten van weleer lijkt het een soort wolf in schaapskleren. Rond de millenniumwisseling werd het bedrijf gekocht door KPN. Die aankoop snapte ik nog wel. De mensen van de beginperiode waren dus geen zakenmensen of managers. Zij deden het besturen van dat steeds meer groeiende bedrijf tegen wil en dank. Het waren mannen met dikke brillen, deels kale hoofden, slobberige T-shirts met cola en met pizzavlekken en met soms een paardenstaart, samen met hun vrouwelijke equivalenten.
Managen kun je beter overlaten aan mensen die daarvoor hebben doorgeleerd, maar die bovendien in de wieg zijn gelegd, of zich later hebben ontwikkeld tot het willen doen van dat soort werk.
Lange tijd heeft de oude garde zich vervolgens tegen de verKPNisering weten te verzetten. Maar meer en meer van de mensen die ik kende van weleer die bleken door de jaren heen er niet meer op hun plek. Ik bedoel dat dus zowel letterlijk als figuurlijk.
Ik behoor er tot de klanten van het eerste uur, en heb het bedrijf al de jaren, eigenlijk vanaf het allereerste begin steeds gevolgd. Een rotte kies is het inmiddels waarvan alleen het dunne laagje glazuur aan de buitenkant nog over is. Het heeft me in afgelopen jaren al in toenemende mate verbaasd hoe het bedrijf zich nog steeds binnen de top drie, en meestal zelfs op één van de bedrijven met de beste service heeft weten te handhaven. Zoals een werknemer van het bedrijf van de oude garde een aantal jaren geleden al eens op fluistertoon tegen me verzuchtte: “Als ik zie hoe erg het bij ons is, dan vraag ik me wel eens af hoe erg het bij al die anderen wel niet moet zijn…”
Meermalen heb ik in het verleden conflicten gehad om dingetjes soms en af en toe wat groters, zoals een fiks geldbedrag dat onterecht was geïncasseerd, maar waar ik alleen met de allergrootste moeite mijnerzijds niet naar heb hoeven fluiten.
In het begin van deze eeuw haakte het bedrijf in op de populaire podcast-rage. Dat was rond 2003 of 2004. De firma heeft meerdere van deze experimentele diensten, maar ik was aan met name deze dienst verknocht geraakt. Wat heet. Toen XMSnet met een glasvezeldienst beter dan de ADSL van XS4ALL kwam, was dit een van de twee redenen dat ik aan het bedrijf bleef hangen. Tot vorige week was ik er een van de meest actieve gebruikers van. Ik had er bij benadering zo’n 600 abonnees. Natuurlijk was ik me ervan bewust dat zo’n experimentele dienst geen eeuwig leven is beschoren.
Toen ik gisteren een nieuwe podcast online wilde zetten kwam ik niet op het inlogscherm, maar gewoon op de XS4ALL-website. Daarop stond vermeld dat de dienst de week ervoor was opgeheven. Het had lang genoeg geduurd. De knop was omgedraaid. Alleen hebben ze mij dat dus als gebruiker even verzuimd te melden. De tekst ging verder dat het ook makkelijk kon, dat opheffen. Podcasten was tegenwoordig op meer plekken mogelijk, er waren immers twee mooie alternatieven: podplaza.nl en gespod.nl
Mijn broek zakte op mijn enkels van verbazing. Gelukkig kon niemand dat verder zien, maar twee van mijn drie katten zijn de schok daarover dus nog altijd niet te boven. Die broek dat was dus niet alleen verbazing over het gemak waarmee een van de trouwste klanten van het bedrijf wordt gebruuskeerd en gedupeerd. Maar ook over het feit dat men dus niet blijkt te weten dat het alternatief podplaza al in 2009 de handdoek in de ring gooide, en dat gespod.nl eind november 2010 stopte met het nog langer verspreiden van haar podcasts.
Het is voor mij technisch en financieel geen groot probleem om een nieuwe podcast op te zetten. Maar wel kan ik mijn 600 trouwe abonnees dus niet laten weten dat mijn oude podcastlink het niet meer doet, en waar ze die nieuwe podcast van mij dus kunnen betrekken. Ik weet van bijna geen van alleen waar ze zitten of wat voor andere info ook.
Een verzoek vanochtend om dan toch op zijn minst op de oude link kort een mededeling neer te zetten waar mijn nieuwe podcast is te vinden werd in één simpel woord afgedaan: ‘nee’. Dit slechte nieuws aan mij overbrengen werd overgelaten aan een sympathieke en zich hierover hoorbaar schuldig voelende helpdeskmedewerker die zo te horen aan hoe vaak hij dingen na moest vragen, slechts korte tijd bij het bedrijf in dienst moet zijn.
Nu ik erover nadenk: schurken zijn het inderdaad niet nee. Maar onbeschofte hufters wel!
De link van mijn nieuwe podcast, sinds vanmiddag in de lucht:
http://podcast.shorties.nl/rss.xml
(Abonneren kan via bijv. browser, Outlook, Thunderbird of een gespecialiseerd programma zoals Feedreader).

Categorie: life-log – plusminus 885 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
754. Hellup!! Het antenneregister
9 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Ik ben zendamateur, en dan moet je in het antenneregister, omdat sommige mensen bang zijn van zendmasten. Dat zendamateurs in dat register komen is een beetje gek. Mobiele telefoonantennes en die voor omroepzenders, zenden uit op een vaste zendfrequentie. En dat meestal 24 uur per dag. Zendamateurs gebruiken een betrekkelijk laag zendvermogen, maar zijn gewoonlijk ook maar heel kortdurend in de lucht. En dat dan vaak op steeds wisselende frequentiebanden, waarbij doorgaans ook geregeld van zendvermogen wordt veranderd.
Maar Europa heeft dus besloten dat alle zenders in het register voor de bange mensen moeten, en op zich is dat een loffelijk streven. De maatregel pakte in een aantal landen veel vervelender uit dan in Nederland, waar eenmaal registreren van alle aparte antennes op één plek bijvoorbeeld voldoende is en kosteloos. Toch hebben veel radioamateurs grote bezwaren om hun zendplekje op een kaart te zetten. De invoering van de maatregel duurde lang. Er moest een speciale website gemaakt worden, die eerst niet heel erg goed werkte. Sinds een poosje wordt gezegd dat die website wel gewoon goed werkt, en sinds een paar dagen stuurt het agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie dat verantwoordelijk is dreigende brieven rond voor de mensen die nog niet in dat register staan. Wee je gebeente want anders bestuurlijke boete en/of een last onder dwangsom. Zo zout hebben de radioamateurs het in Nederland nog niet zo vaak gegeten, maar het gaat natuurlijk ook om een kwestie van gewicht.
Ik heb zelf twee zendvergunningen op mijn huisadres. Eentje voor een piepklein bakenzendertje, de andere om gewoon gezellig en populairwetenschappelijk met de andere amateurs te praten en te experimenteren met de apparatuur. De exacte coördinaten van het bakenzendertje heb ik anderhalf jaar geleden al schriftelijk doorgegeven, en op de kaart op het antenneregister dat iedere burger via internet kan raadplegen stond ook lange tijd een groen zijwaarts gericht driehoekje, dat aangaf dat hier het bakentje zich bevindt. Als je erop klikte dan stond er “geen informatie beschikbaar” en dat klopt. Waar een UMTS-mast tot op de milliwatt nauwkeurig moet vertellen wat het uitzendt, en hoe hoog de antenne staat mogen de zendamateurs zich dus in zwijgen hullen.
De dreigbrief verbaasde mij in mijn geval ook licht: immers met die tweede vergunning die gekoppeld is aan de eerste ben ik niet bepaald geheimzinnig met mijn exacte plek op de landkaart omgesprongen. Toch kreeg ik gisteren dus die bestuurlijke-dwangsom-dreigbrief. Wat was hier aan de hand? Ik dus op het internetkaartje gekeken. Verdorie. Het groene driehoekje was inderdaad verdwenen. Men wist niet meer waar ik was. Het zelfde geldt overigens voor een paar omliggende GSM- en UMTS-masten, maar het kan heel goed zijn dat die dus inmiddels zijn verhuisd, of dat de antennes er nog staan maar de apparatuur dus niet is ingeschakeld. Toch is dat natuurlijk wel een beetje vreemd. Mijn huisadres moest nog wel steeds gewoon in bezit zijn, want die brief die kwam dus keurig aan.
Afijn, het is een enigszins zwoele zondagmiddag en ik heb toch niets beters te doen dan in de zon zitten, dus zal ik maar eens even die gegevens invullen. Ik heb begrepen dat daar een mooi en ergonomisch interface voor is, waar je door simpelweg een kruisje op de kaart te corrigeren je positie haarfijn door kunt geven. Iemand die in de Josti-band speelt die moet het dus gewoon kunnen zal ik maar zeggen. Maar dat viel dus nog niet mee. OK. mijn DigiD die had ik dus nog wel snel gevonden, maar toen. Tussen de verschillende pagina’s moest ik telkens een kwartier lang wachten. Of soms veel langer. OK, het waren geen vervelende momenten. Ik ben begonnen met een bakje ijs op de trap voor mijn woning te gaan lepelen. Toen ik – ijs op – bij de computer terugkwam stond een groen balkje op het scherm halverwege. Ik heb maar even gewacht. Nogmaals ik heb mij niet verveeld. Toen ik op de rechthoekige grijze knop met ‘kaart’ gedrukt had, en nog even mijn geduld aan het zonlicht blootstelde kwam er een mooie mevrouw met lang krullend blond haar en een schattig hondje voorbij, en terwijl de kaart op het scherm zich eindelijk aan mij zou openbaren heb ik haar zelfs haar 06-nummer weten te ontfutselen. Het scherm dat ik vervolgens zag kon mijn humeur dus niet meer bederven. Ik heb het als bewijsvoering van mijn onschuld maar bewaard, want ik voel me toch wat ongemakkelijk met die dreiging van die last onder dwangsom in het vooruitzicht.
Aan mijn PC kan het dus niet liggen, die behoort momenteel tot de vrijwel snelste die er zijn. Misschien dat ik het volgende week nog maar eens opnieuw op die website ga proberen, want per brief daar heb ik dus na dat verdwijnen van dat eerdere groene driehoekje ook geen vertrouwen meer in.
Naschrift: Het is me na alle moeilijkheden van vanmiddag, halverwege de avond probleemloos gelukt om mijn antenne alsnog te registreren.
Opmerkelijk was daarbij dat mijn oude mailadres op de registratiewebsite vermeld stond, terwijl ik ook dat een paar maanden geleden had aangepast naar mijn nieuwe adres.

Categorie: life-log – plusminus 791 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
753. Nieuwe wegen (2)
26 april 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
In deel 1 van deze column beschrijf ik dat je hersenspinsels als ze de vrije ruimte krijgen zo vanuit jezelf komen opborrelen. En dat dat een manier van werken is. Dat is volgens mij wel gebruikelijker bij musici en bij schilders dan bij tekstschrijvers. Dat komt misschien ook wel doordat schrijven in een aantal opzichten toch wat meer een rationeel proces is. Je moet er wel echt bij nadenken (anders verschijnt er ook onzin op het scherm), en dat heb ik zelf bij fotograferen veel minder. Ik hoef er daar minder zelf tussenin te gaan zitten en de vertaling van mijn emoties naar het resultaat is daar dan ook veel directer.
Zoals ik het beschreef is het ook wel een beetje aangezet ten opzichte van wat het echt is, maar ik moet wel de ruimte hebben om te schrijven. En ik moet mezelf ook echt vaak overtuigen waarbij een gezonde deadlinedruk is ook ontzettend productief. De beste columns zijn steevast de exemplaren die al dan niet onder die druk in één klap zijn geschreven.
Iedereen heeft daarbij natuurlijk zijn eigen manier van werken. Het verrassende voor veel niet-creatievelingen is vaak dat het allemaal juist weer minder vanuit je ‘bewuste’ of je ‘rationele’ komt dan je zou denken. De beste manier als je er echt niet uit komt om inspiratie te krijgen is dan ook om zonder bij na te denken alle losse woorden die uit je onderbewuste naar boven komen borrelen (al dan niet over een specifiek onderwerp), gewoon tegen de linkerkantlijn onder elkaar op te schrijven, en later met die woorden aan de gang te gaan. (Als eerste om er een aantal te schrappen om alvast toch wat meer richting te geven aan je verhaal…)
Maar goed, een beetje column-moe als ik klaarblijkelijk toch wel een heel klein beetje ben is het tijd dus voor wat anders. De beste manier om tot wat anders te komen is natuurlijk het experiment. Ik zou graag wat met humor willen doen, maar ik weet helemaal niet of ik dat wel kan. Rond 2003 of daaromtrent heb ik een aantal op Hans Dorrestijn’s werk geïnspireerde nep-krantenartikelen geschreven die ik zelf in dat opzicht wel erg geslaagd vond, en ook nog steeds vind. Ik heb er daar toen een stuk of 30, 35 van geschreven, maar toen was dat concept voor mij ook wel uitgewrongen.
Ik moet echter toch op zijn minst in staat zijn, denk ik, om af en toe een glimlach op de mond van de lezer te toveren. Ik weet dat me dat bij de reguliere columns vaak ook wel gelukt is. Te oordelen naar de reacties was dat met name het geval bij die columns waarin ik zelf enigszins als underdog of als slachtoffer van de omstandigheden werd opgevoerd. (wordt vervolgd)
Categorie: bespiegeling – plusminus 461 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
752. Nieuwe wegen (1)
18 april 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Ik heb tot een paar weken geleden een maand of vier geen columns voor mijn verschillende websites geschreven. Ik schreef eerder al over de aanleidingen. Ik ben in 2001 begonnen en heb inmiddels zo’n 750 bruikbare columns gemaakt. In werkelijkheid zijn dat er zo’n 40% meer, omdat ik er ook steeds een aantal die ik deels of geheel al had geschreven heb afgekeurd en nooit heb gebruikt.
Na 750 columns heb je het wel een beetje gezien. Niet alleen had ik lang voor die 750 bereikt was al bewezen dat ik dat kan, columns schrijven. En ook in een redelijk hoog tempo. Ik begon bij nieuwe columns steeds vaker (al dan niet terecht) te twijfelen of ik een onderwerp niet al eens gehad had. En dat was als ik het eens ging uitzoeken ook regelmatig het geval.
Ik vertel er niet zoveel over, maar schrijven kost mij absoluut geen moeite. De voorbereiding voor het schrijven is daarentegen altijd een soort van leidensweg. Ik moet me voordat ik ga schrijven altijd eerst ‘opladen’. Ik moet in de juist stemming komen. Die stemming is een eclectische mix van optimisme, enthousiasme en zelfvertrouwen. Vooral dat laatste
Tussendoor denk ik altijd dat ik niet kan schrijven. Dat lijkt onecht of aanstellerig, maar het is echt zo. En bovendien, wie zou die gekunstelde brouwsels van mij nou willen lezen? Mensen hebben wel wat beters te doen. Dat is wie ik normaal ben. Ik ben ook altijd stomverbaasd als ik een oud artikel lees dat ik zelf geschreven heb. Is dat niet een collega geweest? Zo goed ben ik tegenwoordig helemaal niet meer? Als ik nou maar niet door de mand val. Oei als ik er bij dat blad nou maar niet uitvlieg. (Dat is dus vrij precies wat ik in zo’n geval serieus vaak denk. Het is tot vrij recent zelfs wel voorgekomen dat ik in zo’geval een gepubliceerd verhaal in mijn eigen archieven heb opgezocht, om te vergelijken in hoeverre het origineel dat ik zelf had geschreven was gebruikt voor wat er uiteindelijk op papier stond. Meestal was er dan, taalfouten daargelaten, bijzonder weinig aan mijn verhaal aangepast).
Voordat ik ga schrijven moet ik die overtuiging dus zien te kantelen en dat is wat ik bedoel met mezelf opladen. “Natuurlijk kan ik het wel,” zo probeer ik mezelf enthousiast te krijgen. Ik heb inmiddels zo mijn manieren om dat voor elkaar te krijgen. Soms helpen oude artikelen, maar die willen mijn angst voor mijn huidige schrijfcapaciteiten ook wel eens vergroten. Iemand opbellen wil wel eens helpen, om me van mijn vermeende onvermogen af te leiden. Maar dat gaat ook vaak mis doordat zo’n impulsief grijpen naar de telefoon ook wel eens een smoes is om toch vooral maar niet met schrijven te beginnen.
Wat een uitstekend middel is, dat is een ander soort van angst. Die gebruik ik ook heel vaak. Dat is de angst voor deadlines. Om ze niet te halen. Het is om die reden dus erg productief om het schrijven werkelijk tot het allerlaatste moment uit te stellen. De verhalen die je in één keer, en in één ruk door schrijft zijn sowieso ook altijd wel de beste. nou waarom dat in één ruk de boel moeten afmaken dan niet zelf kunstmatig opgewekt.
Het is bij het schrijven van zo’n verhaal half één, eigenlijk wil ik aanstalten maken om naar bed te gaan (wat op dat tijdstip dus nooit lukt) en dan pak ik het toetsenbord en hatseflats, daar staat drie kwartier later het driepaginaverhaal al grotendeels op papier. En dat is wel nodig ook, want ze moeten het wel om negen uur ’s ochtends al hebben. Het komt ook geregeld voor dat ik op het moment dat ik vlak voor de deadling begin dus nog helemaal niks heb. Of ik heb hooguit de hoognodige research gedaan. De volgende ochtend vraag ik dan of 12.00 uur ook OK is, en dan vul ik in die extra tijd de hiaten nog een beetje op.
Het zou natuurlijk veel efficiënter zijn om die hele voorbereiding over te slaan. Helaas gaat dat dus niet. Creativiteit, je hoort het van iedere stelselmatige creatieveling, dat komt vanzelf uit je innerlijk opborrelen. Of niet. Niets aan te doen. Je kunt hooguit zelf de gunstige omstandigheden ervoor creëren
Opladen, lange tijd. En dan ineens pats! die tekst. Ondertussen is het een routine, dat ik mede dankzij die vaak dagelijkse columns voor mijn eigen website dus uitstekend beheers. (wordt vervolgd)
Categorie: bespiegeling – plusminus 713 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
| N.b.: Ik ga de eerdere serie ‘Mini-staatjes’, cq. ‘Micro-nations’ opsplitsen in twee aparte onderwerpen. Het ene deel gaat dan over het onderwerp van de ‘echte’ micro-naties zelf. Ik ben nog aan het kijken of landjes als Vaticaanstad daar dan ook toe behoren. Het tweede deel gaat over het interessante onderwerp van soevereiniteit. Dat zal dan vaak gaan om de totstandkoming van grenzen, voorzover deze niet op micro-naties betrekking hebben. Een eerder artikel over Svallbard / Spitsbergen hoort daar bijvoorbeeld bij. Het gebied is onderdeel van een ander land en niet een micro-natie. De opsplitsing geeft de mogelijkheid om ook dat onderwerp nog wat meer uit te diepen en bijvoorbeeld ook een kwestie als Baarle-Hertog en Baarle-Nassau te bespreken. Eerder probeerde ik dergelijke interessante onderwerpen eigenlijk wat beperkt te houden, het ging uiteindelijk toch om de micro-naties. Het meest lastige zal nog zijn om de grensgevallen te bepalen. Het onderstaande verhaal is in elk geval duidelijk uit de nieuwe categerie over soevereiniteit. |
De enigszins onhandige uitkomst van de eerste door een computeprogramma vastgestelde internationale grens
751. Het conflict over Hans Island
16 april 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Het is niet zo bekend dat de landsgrenzen van Canada en Denemarken slechts 20 km uit elkaar liggen. Ver boven de poolcirkel is een zeestraat van enkele tientallen kilometers breed tussen Groenland en Ellesmere Island in het meest noordelijke deel van Canada. In de smalle strook water tussen beide gebieden (de Nares Strait), liggen relatief dicht bij elkaar drie eilandjes. De twee grootste ervan, Franklin Island en Crozier Island horen bij Groenland. Hans Island (Hans Eiland) dat iets verder vanaf Groenland ligt, wordt zoweel door Groenland als door Canada geclaimd.
Hans Island was lange tijd alleen bekend bij de Inuit-bevolking van Noord-Groenland en Noord-Canada, lang voordat de gebieden gekoloniseerd werden. De eerste Europeanen in het gebied kwamen pas in het begin van de 19de eeuw. Steeds meer delen van de wereld werden in de negentiende eeuw door middel van expedities in kaart gebracht, en het gebied rond Hans Island werd tussen 1850 en 1880 door meerdere van dit soort expedities bezocht.
Het eiland is genoemd naar Hans Hendrik, wiens inuit-naam Suersaq is. Hendrik was een van de arctische ontdekkingsreizigers en vertaler, in dienst van Amerikaanse en Britse expedities tussen 1853 en 1876.
Tussen 1920 en 1923 werd de regio door een Deense expeditie meer nauwkeurig in kaart gebracht, in het kader van een project dat de hele omliggende Groenlandse kust omvatte. Vervolgens kwam Groenland in 1933 officieel bij Denemarken te horen. Dat land claimt nu nog steeds op basis dat besluit van een internationale rechtbank dat ook Hans Island tot het grondgebied van Groenland behoort.
Eerste problemen
In de jaren 60 vonden diverse opmetingen van de regio rond de Nares Strait plaats. Seismische activiteit werd gemeten, cartografie, archeologie, beweging van het ijs en bovenal de economische waarde van eventuele bodemrijkdommen in de in het gebied.
In 1973 vonden onderhandelingen plaats tussen Canada en Denemarken, op basis van gegevens van mensen die in de regio werkzaam waren (die stelden bijvoorbeeld de exacte plek van het eiland vast, dat was daarvoor nog niet bekend), om de grenzen onder zee definitief af te kunnen spreken. Beide landen werden het eens, echter niet over Hans Island.
Canada claimde nog steeds dat het eiland tot haar territorium behoorde en over het eiland werd in het akkoord dus geen overeenstemming bereikt. In het verdrag werd daarom wel een definitieve grens overeen gekomen, onder andere over het continentaal plat (dat het recht op exploitatie van bodemschatten als olie en gas bepaald), maar Hans Island bleef erbuiten. De Verenigde Naties ratificeerden het verdrag tussen beide landen hierover op 17 december 1973, en 13 maart van het jaar erop was de datum dat het verdrag inging. Niet alleen was de vastgestelde grens de langste grens ooit door een verdrag bezegeld, het was tevens de eerste grens over dit soort belangrijke economische belangen die door een computerprogramma werd bepaald.
De afgsproken grens in het verdrag omvat 127 plekken in het water die samen het verloop van de grens onder zee te bepalen tussen de beide landen. Eén stukje lijn, dat tussen punt 122 en punt 123 ligt werd in het verdrag overgeslagen. Exact midden tussen deze twee punten ligt Hans Island. Dit lijkt lange tijd geen enkel probleem. Het gebied heeft een bizar streng klimaat, mensen wonen er nauwelijks.
Tussen 1980 en 1983 werd vervolgens nogmaals het bewegen van de ijsvlaktes en gletsjers op en rond Hans Island vastgesteld. Dit wordt gedaan door het in Canada gevestigde bedrijf Dome Petroleum Ltd.
De poppen aan het dansen
In 1984, schrijft journalist Kenn Harper uit Iqualit, dat met 6000 inwoners de provinciehoofdstad is van de aan Groenland grenzende Canadese regio Nunavut, een artikel in de Groenlandse lokale krant Hainang. Harper beschrijft in het artikel dat hij op het ijs nabij de Canadese plaats Resolute in het najaar van 1983 een man tegenkwam. Deze man droeg een hoed met het opschrift: “Hans Island, N.W.T.” De afkorting staat voor de Northwest Territories, het gebied in Canada dat ten westen van Nunavut ligt, en dus niet aan Groenland grenst. De man bleek een werknemer van het eerder genoemde Canadese bedrijf Dome Petroleum te zijn, die had deelgenomen aan het onderzoek naar de migratie van ijs op het betwiste eiland.
Op zich een onbelangrijke gebeurtenis, zo lijkt het, maar het krantenbericht wordt opgepikt door zowel een lokale krant ver weg in de Deense hoofdstad Kopenhagen, als door CBC Radio in Canada. De reden daarvan is vermoedelijk dat er op dat moment door Canada en Denemarken gepraat wordt over de exploitatie van de oliereserves in de regio. In het verdrag waarvan sprake is wordt ook een uitwisseling geregeld tussen beide landen voor gezamenlijk onderzoek op en rond Hans Island. Doel van het verdrag was ook om toekomstige problemen over de kwestie te vermijden.
Particulier initiatief?
Enigszins naar analogie van wat destijds de aanleiding was voor de Falkland-oorlog, was het in Calgary gevestigde Dome Petroleum zonder dat de politici dat wisten, naast hun legale onderzoek naar de gletsjers in het gebied ook begonnen om onderzoek te doen naar de grondstoffen op het eiland. Volgens het artikel van Harper was het Canadese ministerie dat de onderhandelingen voerde hier niet van op de hoogte, maar was het onderzoek wel degelijk geïnstigeerd door Canadese overheidfunctionarissen.
Vervolgens kwam de zaak in een stroomversnelling. In datzelfde jaar huurde een inwoner van Groenland een helikopter, en vloog naar het onherbergzame eiland om te zien of er niet toch sprake was van een misverstand of een spraakverwarring. Het gebied is zo uitgestrekt, en zo weinig door mensen bezocht dat een vergissing makkelijk gemaakt is. Later in datzelfde jaar plaatste de Deense minister voor Groenland vervolgens een vlag op het eiland met de Deense tekst: “Welkom op het Deense eiland.” Het gerucht gaat dat hij er ook een fles cognac bij legde.
De knuppel in het hoenderhok
Pas in het tijdperk van het moderne internet kwam de zaak vervolgens opnieuw onder de aandacht. In maart 2004 kwam de Canadese krant National Post met een artikel over het eiland, dat de zaak vervolgens internationaal ook bij andere kranten aan het rollen bracht. Het artikel stelde een vijfjarenplan voor om de soevereiniteit het Arctische gebied in en rond Canada beter onder controle te krijgen. Heel kort wordt in het artikel ook het verschil van mening over Hans Island aangestipt, waarbij de journalist ook nog even opmerkt dat Denemarken oorlogsschepen naar het eiland had of zou hebben gestuurd. Zoals dat vaker gaat, spitst de zaak zich in de pers vervolgens geheel toe op Hans Island.
Over het gebied van de Noordelijke IJszee bestaat verschil van mening tussen minimaal Canada, Denemarken, Rusland, Noorwegen, IJsland en in mindere mate Groot-Brittannië. Veel van deze landen zien bepaalde delen ervan als hun eigen territoriale wateren. De meeste Europese landen en de Verenigde Staten echter beschouwen het hele gebied officieel als internationale buitenterritoriale wateren.
Na een nieuw artikel van dezelfde National Post journalist krijgt de zaak ook politiek aandacht, wat nog wordt aangewakkerde doordat Deense zeelieden Hans Island enige tijd bezetten. Daarop was er dan weer een Canadese militaire oefening in de regio die verder olie op het vuur gooide, met kort daarvoor het plaatsen van de Deense vlag op het eiland. Beide landen claimen vervolgens soevereiniteit over het eiland, wat weer tot protesten van de Denen leidt als de Canadese minister van defensie onaangekondigd het eiland bezoekt. De Deense regering kondigt daarop aan dat het van plan is het eiland ook te bezoeken en de Deense vlag terug op het eiland te plaatsen (wat maar aangeeft dat het nog een hele onderneming is om naar het afgelegen eiland toe te gaan).
Dit gaat zo een tijdje over en weer, totdat de Canadese autoriteiten in juli 2007 op basis van nieuwe satellietfoto’s toegeven dat de internationale grens midden over het eiland zou lopen, daarmee impliciet erkennend dat het eilandje in ieder geval niet alleen Canadees is. Sindsdien is het redelijk stil over de kwestie.
Bronvermelgind: de Engelstalige Wikipedia, oude krantenartikelen, diverse internetsites
Trivia 1: als Canada en Denemarken het eiland daadwerkelijk zouden delen, hebben beide landen ineens een nieuwe grens over land met twee landen, in plaats van zoals nu met één ander land. (Canada heeft nu alleen een grens over land met de VS en Denemarken alleen met Duitsland).
Trivia 2: in 2005 werden er verschillende advertentiecampagnes gevoerd via Google, die danwel de soevereiniteit van Denemarken, dan wel die van Canada over het eiland promootten. De eerste advertentie werd geplaatst door een Canadese inwoner van Toronto, die stelde dat het eiland bij Groenland hoort, en daar bij een link plaatste naar het Deense ministerie van buitenlandse zaken. De reclamecampagne die hier vervolgens over ontstond staat bekend als de Google Fight of de Google War.

Hans Island, met het ontbrekende stukje grens tussen punt 122 en punt 123. Rechtsbeneden is Groenland, linksboven Canada. Foto: Twithmoses. (afbeelding is aanklikbaar voor een vergroting).
Klik hier voor Hans Island op Google Maps
Categorie: micro-nations – plusminus 1441 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
750. Kernenergie is veilig!
31 maart 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
“Kernenergie is veilig!” dit zegt de nieuwe woordvoerder van Kernenergie Nederland, een platform dat kernenergie op grotere schaal ingevoerd wil krijgen. “Wij zijn niet bang voor kerncentrales. Deze zijn tegenwoordig veilig. En straling is ook niet zo erg. Straling komt in de natuur voor, ik heb bijvoorbeeld in mijn tuin een paar rotsen met 90% uranium. Volgens experts zouden die gemakkelijk vanzelf tot een kernsplitsing kunnen komen waarna een melt-down plaatsvindt, en zie hier: ik sta hier nog steeds gezond voor u. Niets aan de hand. Mijn kinderen vinden hun speelplaatsje tussen de uraniumrotsen geweldig. De warmte die ervan af komt is vooral op de winterse dagen in Nederland een groot voordeel.”
“Of ik bang ben voor de straling van die rotsen voor mijn kinderen? Nee, natuurlijk niet! Dat zijn allemaal praatjes van de verraders van grootmachten zoals de VS en Rusland. Die zijn bang dat ze hun sleutelpositie kwijtraken aan kleinere landen zoals Nederland.”
“Kijk we moeten nu groot inzetten op kernenergie. Landen als Frankrijk en Japan hebben dat allang begrepen. Nee, een ongeval daar ben ik niet bang voor. Kijk je ziet dat ze dat nu in Japan toch ook prima oplossen? Binnenkort storten ze de sarcofagen vol met loodhoudend beton en dan is er helemaal niets meer aan de hand. Die loodhoudende laag hoeft maar 100.000 jaar lekvrij mee te gaan. Als alle mensen teruggaan naar hun huizen en als TEPCO nou maar de toestemmingen krijgt dan bouwen ze vlak daarnaast een nog veel grotere nieuwe kerncentrale.”
“U kunt er wel naar blijven vragen, maar geloof die praatjes van de anti-kernenergielobbyisten toch niet! Die mensen worden allemaal gesponsord door mensen als Hugo Chavez. Die linkse idioten willen niet dat hun eigen oliehandel benadeeld wordt door schone stroom van kernenergie. Straks rijden alle auto’s op atoomstroom en dat steekt natuurlijk. Maar ja, de vooruitgang houd je niet tegen.”
“Kernenergie is absoluut veilig. Kijk ik heb hier een radioactieve isotoop. Nee duik nou maar niet weg. Als je de rest van je leven uit de straling blijft is het helemaal niet gevaarlijk. Zie ik steek de isotoop in mijn broodje gezond, kijk het zit al secondenlang tussen de blaadjes sla en het beleg. Niets aan de hand, hmm heerlijk.”
“Het zijn de grootmachten die kernengergie willen promoten. Rusland, China, de Verenigde Staten, noem maar op. Maar ze willen de kernenergie ook voor zichzelf houden zodat zij kunnen bepalen wat er met die energie gebeurt. In het hiernamaals zullen ze hierop afgerekend worden, die imperialistische egoïsten. Maar het zal ze nooit lukken. Kernenergie is overal, en het is nog nooit zo populair geweest als nu. En ongevaarlijk. Hoe ik aan deze informatie kom? authentieke bronnen. Vele authentieke bronnen! Het is totaal ongevaarlijk. En een ongeluk ermee is nooit heel ernstig geweest, en dat zal het ook nooit worden. Dat zijn alleen maar praatjes van domme onwetenden. En van imperialisten als George Bush. Hoor goed wat ik zeg! Totaal ongevaarlijk!!”
(Mohammed Saïd al-Sahaf was eerder woordvoerder van het in problemen geraakte leger van Irak).
Categorie: satire – plusminus 503 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
KNUTSELEN MET HET NIEUWS – een met name artistiek experiment
749. Minder korpsen voor vier agenten
27 maart 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
DEN HAAG – De agenten Amsterdam-Amstelland, Haaglanden, Kennemerland en Gooi- en Vechtstreek krijgen minder prostituees, 21 andere agenten krijgen juist meer om cocaïne van te betalen.
”Met 49.500 korpsen heeft Nederland nu de grootste operationele sterkte ooit”, aldus een woordvoerder van hoerenmadam Yvette Opzouten donderdag.
De verschuivingsplannen bestonden al bij het oude prostitutiebedrijf, maar degenen die moeten inleveren zouden nu toch wat minder slecht af zijn dan in die oude plannen.
Sommige agenten die er prostituees bijkrijgen, zijn daarop al vooruit gelopen en enkele daarvan naar verluidt te ver. Die hebben al meer mensen aangesteld dan ze nu kunnen betalen.
De verschuiving van crimineel verkregen inkomsten was al lang nodig, doordat bijvoorbeeld grensgebieden waar veel misdaad is en gebieden met meerdere middelgrote gemeenten tekort kwamen.
Hoerenvakbond De Rode Draad heeft ”met gemengde gevoelens” gereageerd op de nieuwe verdeling van budgetten.
Categorie: knutselen met het nieuws – plusminus 155 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
748. Rijden met de trein
19 maart 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Mijn pa was bijna 40 jaar lang treinconducteur. En omdat we toch gratis reisden hadden mijn ouders lange tijd geen auto. Toen die kwam was ik de deur al uit, en ik was daar dus behoorlijk laat mee. Met auto’s heb ik niet zoveel, maar ik voel me altijd geweldig op mijn gemak in de trein. Ik denk wel eens dat dat is omdat ik als baby al herinneringen aan het railvervoer moet hebben.
Ik ben ook voor mijn werk geregeld op pad, en dat is bijna altijd met het OV. Op de heenweg had ik altijd de gewoonte om me er met de taxi naartoe te laten brengen. Dat stamt nog uit de tijd dat ik bij de meeste opdrachtgevers taxi-ritten nog kon declareren. Helaas is die gewoonte eraf, maar ik kan me ook de tijd nog herinneren dat ik vaak met de bus van treinstation naar uiteindelijk bestemming ging, en dan verwaaid, verregend en soms doordat ik verdwaald was in staat van tamelijke paniek veel te laat bij de te interviewen persoon naar binnen strompelde. Dat komt de kwaliteit van het gesprek natuurlijk niet echt ten goede.
Sinds kort heb ik een Android smartphone. Ik wist dat daar GPS in zou zitten, maar tot mijn verbazing bleek er ook een goede navigator in te zitten. Een soort TomTom dus, maar dan tevens voor wandelaars. Het programmaatje gaat zo ver dat je de plaats van bestemming, en ook onderweg zelfs op Street View kunt bekijken. Het moet een slag zijn voor de taxi-branche deze innovatie, want sindsdien ga ik dus onderweg naar dit soort dingen vaker lopen. Als het weer tenminste goed is. Android beschermt wel tegen verdwalen, maar niet tegen verregenen of verwaaien, en ook niet tegen al te grote afstanden waar het OV je al dan niet vanwege het tijdstip, niet naartoe brengen kan of wil.
Afijn, terug ga ik (als het dus niet hoost of meer dan 15 km is) ook meestal lopend, waarbij ik vaak nog even de belangrijke punten van een interview in mijn hoofd de revue laat passeren. Ik neem die gesprekken nooit op. Dat is veel te tijdrovend om uit te werken. Het artikel werk ik bij de iets langere reizen op de terugreis grotendeels al uit. Soms worden ook die treinuren gewoon betaald, zodat ik op die momenten dan dus dubbel aan het verdienen ben.
De trein heeft behalve nadelen ook diverse voordelen. Jaren geleden zat ik met een vriend van me in de auto, hij fervente auto-fan en zo goed als zonder enige treinervaring. Bij het stoplicht stopte naast de auto een kittig damesautootje met daarin een behoorlijk mooie vrouw die vriendelijk naar ons lachte en met ons flirtte. “Kijk,” zei mijn vriend, “dat maak je in de trein nou weer niet mee.” Waarop ik zei: “Inderdaad, daar kun je tenminste ook een praatje maken als je zo’n leuk iemand tegenkomt.”
Categorie: life-log – plusminus 481 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.






