758. Een nieuwe serie mini-staatjes
6 juni 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
De
komende dagen publiceer ik
weer een nieuwe column in de serie 'micronaties'. Ik ben al een
poosje bezig om de serie aan te passen. En ik heb daar de afgelopen tijd
ook nogal mee geworsteld. Uiteindelijk zullen de tekstjes
hoogstwaarschijnlijk ook in boekvorm verschijnen, althans voor een deel.
Ik worstel nog een beetje met de indeling die ik voor de teksten wil
gebruiken. Die indeling gaat vermoedelijk mee bepalen als dat boek er
komt wat er wel en niet op papier
cq. in de e-reader komt. Ik wil er eigenlijk zo weinig mogelijk
onderverdelen. Maar ik wil wel de 'pure micronaties', die ook
echt aan de criteria voldoen in een apart kader plaatsen.
Maar ja, twee categorieën. Al snel had ik er drie. Aan de andere
kant van het spectrum heb ik namelijk ook een aantal zaken al
beschreven die heel duidelijk afwijken. En ik wil er daarvan ook nog een
aantal
gaan beschrijven. Het gaat om rare grensconflicten, de
lappendeken aan enclaves waaruit Baarle-Nassau en Baarle-Hertog bestaan,
en er komen vast nog wel meer dingen bij. In het midden krijg je dan
alle landachtige stukken die niet een micro-natie zijn. Drie categorieën
dus. Ik had de micro-natiesite er al op aangepast.
Categorieën 1 en 3 leveren daarbij geen problemen op. Maar
categorie 2
valt makkelijk weer uiteen in drie nieuwe groepen. Ten eerste
zijn er de niet helemaal complete micronaties. Die voldoen niet aan een
paar essentiële voorwaarden. Ze hebben bijvoorbeeld geen grondgebied
(bijv. Lovely), geen inwoners, of geen paspoorten, geld en/of
postsysteem, maar ze noemen zich wel micronatie.
De tweede groep binnen categorie 2zijn de mini- en microlanden
die wél internationaal erkend worden zoals Monaco, Vaticaanstad en San
Marino. Zeer verschillend dus van de eerste subgroep.
Binnen groep twee vallen daarnaast nog autonome gebieden van
andere landen zoals Svalbard. Zoals
bij vrijwel alle categorieën zijn ook de grenzen dáártussen
lastig te trekken. Sommige landjes bijvoorbeeld, zoals in Micronesië
vaak gebeurt zijn wel degelijk een echt land, inclusief internationale
erkenning, maar hebben met een 'grote broer', vaak is dat Nieuw Zeeland,
de afspraak dat die militair bijspringt als zo'n landje van soms maar
1200 inwoners zou worden aangevallen.
Verder vallen veel landen die door de meeste mensen als
volstrekt onafhankelijk gezien worden nog steeds onder de Britse
vorstin, zoals bijvoorbeeld Canada en Australië. Het verre
vorstenhuis bemoeit zich zelfs soms met wat er in Australië op televisie
wordt gebracht, zoals onlangs nog gebeurde. In het Caribisch gebied is
het een ware lappendeken van (naast andere entiteiten) voormalige Britse
Koloniën die deels wel, deels niet als enige band met de oude kolonist,
de Engelse vorstin nog als staatshoofd erkennen.
Moet zo'n minilandje nu gezien worden als onderdeel van de UK of
als zelfstandig land? Ook de VS heeft dit soort banden, die net als bij
het UK vaak ook sterk verschillend zijn met allerlei verre gebiedsdelen
(de VS hebben in tegenstelling tot de UK een echte indeling
van de verschillende statussen wat dit betreft).
Bij Denemarken zijn de banden met gebiedsdelen op afstand op een
ingewikkelde manier vaak nog veel zwakker. De Faeröer eilandengroep,
iets dichter bij de Shetlands dan bij IJsland bijvoorbeeld. Officieel is
dat een autonome provincie van Denemarken. Het gebied heeft echter een
hoge mate van zelfstandigheid. Hoewel het genoemd wordt in het verdrag
van
Rome en heel duidelijk bij het werelddeel Europa hoort, is het
in tegenstelling tot Denemarken zelf geen lid van de EU. En op Faeröer
wordt betaald met de Faeröer Kroon, een eigen munt. Moet je het dan als
zelfstandig land zien of niet?
Hoe dan ook, ik ga wel een dergelijke indeling maken, maar of
dat uiteindelijk lopende het hele project helemaal consequent zal
zijn...
De komende tijd ben ik van plan om niet alleen de website verder
op orde te brengen, en een aantal van de huidige teksten
te herschrijven, ik ga er zeker ook een aantal nieuwe maken. Er
is naarmate je er verder in duikt, enorm veel op dit gebied. Het is
moeilijk kiezen, en dat doe ik dus ook heel subjectief...
Ik heb er in de afgelopen tijd al meerdere al geschreven.
Vrijwel geschikt om op de site te zetten zijn
die van het koninkrijk Ladonia en van de republiek San Marino.
De eerstvolgende die ik daarna ga publiceren zijn vermoedelijk de
Vrijstad Christiania en de enclaves waaruit Baarle-Nassau en
Baarle-Hertog bestaan. En misschien daarna Kaliningrad, het vroegere
Königsberg, tegenwoordig een Russische enclave middenin de EU. Daarna
komen dan weer een aantal 'pure' micronaties. (Dit alles zonder verdere
garanties, dat spreekt...)
Categorie: micronaties - plusminus 738 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
757. Wie kent dit goedje nog?
Hoe maak je grappig materiaal met een visco-elasticiteit van een type dat op een niet-newtoniaanse wijze uitvloeit?
757. Wie kent dit goedje nog?
22 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
In
de jaren zestig waren er verschillende rages. Veel mensen zullen zich
Batman nog wel herinneren en de
Thunderbirds. Een van de minder bekende voorbeelden was de
zogenaamde 'lachzak'. Dit was een stoffen zakje met daarin een
huidkleurig stukje elektronica waarin een miniatuur doorzichtig
grammofoonplaatje zat. Net als bij een scheetkussen moest het zakje
enigszins onder druk gezet worden en er barstte een mechanisch klinkende
aanstekelijke bulderende lach uit het apparaatje, die pas na enige tijd
weer ophield.
Iets anders waarvan ik altijd gedacht heb dat een kortdurende rage
was, bleek toen ik het ging opzoeken helemaal geen rage geweest te
zijn.
De afgelopen weken vond er werk aan mijn huis plaats waarbij
veelvuldig werd geschilderd. Op een bepaalde dag meende ik de geur van
vroeger te kennen, en of de geur echt overeenstemde weet ik niet, maar
ik bedacht me dat het rook als Silly Putty.
Silly Putty werd verkocht als speelgoed, in een ei dat je in twee
helften open kon maken en weer sluiten. Na 'gebruik' kon je het
spulletje daar ook weer in opbergen. Het materiaal waarvan ik altijd
gedacht heb dat het een bijproduct was van de olie-industrie had een
aantal bizarre kenmerken. Zo was het bijvoorbeeld zowel vast als
vloeibaar. Dat wil zeggen dat de viscositeit, de stroperigheid van het
materiaal varieerde met de druk waaraan het bloot stond. Zo kon je het
tot een balletje kneden, en dan op tafel leggen. Een halve middag later
was het balletje dan goeddeels
uitgelopen tot een soort van plasje. Wanneer je er echter een
staaf of broodje van kneedde kon je die vervolgens ook gewoon doormidden
breken. Als je het materiaal op een harde ondergrond gooide, dan
stuiterde het, door de klap een moment lang
tot een rubberachtige vaste stof geworden, als een stuiterballetje
weer terug.
In die tijd werden kranten doorgaans nog met olieachtige inkt
gedrukt, en doordat het materiaal ook kleefde kon je wat er in de krant
stond op het
stuiterbal-boetseer-materiaal overbrengen. Die afbeelding of tekst
kon je al dan niet vervormen en vervolgens op een ander blad papier
weer afdrukken. Door die dubbele handeling was de kopie dan ook nog niet
in spiegelbeeld.
Op Wikipedia is een hoop over het materiaal te vinden, en zo kwam
ik er dus achter dat het helemaal niet een bijproduct van aardolie uit
de jaren zestig was, maar dat het materiaal tijdens de oorlogsjaren per
ongeluk was ontdekt. De VS zagen in die tijd Japan steeds meer gebieden
bezetten waar de VS hun rubber van betrokken. Rubber was voor de
oorlogsindustrie heel belangrijk, zodat er naarstig naar allerlei andere
alternatieven als oplossing voor het rubberprobleem werd gezocht. Zo
stuitte men dus op dit materiaal.
Bij de bijzondere eigenschappen van het materiaal wordt als
belangrijkste een visco-elasticiteit genoemd van een type dat op een
niet-newtoniaanse wijze uitvloeit. Over het patent voor het spulletje
werd in eerste instantie flink geruzied tussen twee onderzoekers die het
materiaal vermoedelijk toevalligerwijze en onafhankelijk van elkaar
ongeveer tegelijkertijd bedachten. Het niet giftige materiaal lag al in
1949 in de Amerikaanse speelgoedwinkels. In de jaren 50 ging een van de
eerste TV-reclamecampagnes over dit speelgoed.
Het materiaal was vanaf 1961 ook in andere landen dan de VS
verkrijgbaar, waarna het een hit werd in de communistische Sovjet
Unie(!), in Italië en onder andere
in Duitsland, Nederland en Zwitserland. Het werd in 1968 zelfs
door de astronauten van Apollo 8 meegenomen naar de maan om
onderweg tijdens gewichtloosheid hun ruimtegereedschap mee vast te
maken zodat
dit niet ging rondzweven. In 1987 werden er jaarlijks zo'n 2
miljoen eieren met Silly Putty verkocht.
Behalve in de ruimte wordt het materiaal vanwege de
kleefeigenschappen bijvoorbeeld ook gebruikt om vuil te verwijderen
zoals dierlijk haar. Ook bij medische behandelingen wordt Silly Putty
soms gebruikt en bij wetenschappelijk onderzoek. Fysiotherapeuten
gebruiken het om mensen met verwondingen aan hun handen te helpen de
functionaliteit van hun handen terug te krijgen. Ook kan het in zijn
algemeenheid helpen om stress te verminderen.
Silly Putty bestaat voor 65% uit dimethyl siloxane, een
siliconenmateriaal dat voor de bijzondere eigenschappen zorgt. Het wordt
verkregen door bepaalde polymeren te verkorten met behulp van boorzuur.
Het bestaat verder voor 17% uit silica (kristallijn kwarts, dat bij een
andere toepassing in gel-vorm ervoor zorgt dat verpakte elektronica bij
verschepen niet vochtig wordt), een belangrijk ingrediënt
is verder een aandeel aan verwerkte zaden van de wonderboom
(castor beans in het Engels). Van deze castor-olie (Thixatrol ST) zit er
9% in en verder nog 1% van een drietal andere stoffen.
Silly Putty is nog steeds te koop. Ik heb het in Nederland na kort
googlen niet kunnen vinden, maar via eBay betaal je ongeveer 2,50 euro
voor een ei.
Het is niet heel moeilijk om Silly Putty zelf te maken. Een beschrijving hiervoor staat op:
http://www.hoedoe.nl/wetenschap-techniek/scheikunde/hoe-maak-ik-silly-putty
Silly Putty website: www.sillyputty.com
Categorie: life-log / nostalgisch / informatief - plusminus 792 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
756. Zoenend stelletje
756. Zoenend stelletje
14 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Eind
jaren 70, begin jaren 80 organiseerde ik als radioamateur vele
vossenjachten. Vossenjachten hebben in dit kader niets met
dieronvriendelijke activiteiten te maken, maar het komt er in het kort
op neer dat één zo'n zendgek zich ergens in de bosjes of op een andere
meer creatieve plek moet verstoppen, en dat de rest, destijds vaak een
hele meute die ene figuur met zijn/haar zender dan
moet zien op te sporen. Voor opsporingsambtenaren van
clandestiene zenders is het dagelijks werk, maar radioamateurs zien het
bij dit soort gelegenheden meer als sport. Er zijn meerdere varianten
van dit soort vossenjachten, bij veel
daarvan wordt er alleen gelopen. Wij hadden destijds een systeem
waarbij we in het begin
dat we ze organiseerde nog een aparte puntentelling hadden voor
lopers,
fietsers en autorijders maar uiteindelijk was de praktijk dat
iedereen vanaf een parkeerplaats op een van de hoogste plekken van
Amersfoort
(voor wie het kent nabij het Belgenmonument) met de auto startte
en afhankelijk van de plek alleen de laatste meters, of hooguit
honderden meters lopend aflegde.
Teams bestonden dan ook meestal uit een chauffeur en een
navigator annex
jager.
Hoewel ik ook in de competitie van de jachten zelf weleens heel
aardig heb gepresteerd, was ik doorgaans toch een vrij matig
vossenjager. Des te beter was ik in het bedenken van rotstreken als
'vos'. Dat bleef bij de anderen niet onopgemerkt, en zo is er als ik een
enkele keer toch eens zelf op vossenjacht ging meermalen op een
sympathiek bedoelde manier wraak op mij genomen.
Een van die keren was de vos een voor mij onbekend persoon.
D.w.z. ik kende hem wel, maar ik wist niet wie het was. Of zelfs
maar dat hij bij het vossenjagen betrokken was. Zodoende had ik
ook niet direct in de gaten wie of ik in het donker voor me had.
De auto door mijn vaste kompaan bestuurd bracht mij vlak in de
buurt van diens woonhuis, park Randenbroek, waar je destijds nog in
donker zonder al te ongerust te zijn voor criminaliteit of dingen die
mogelijk in strijd zijn met de zedenwetten van mijn woonplaats kon
rondlopen. Ik begon vanaf
(opnieuw voor wie de omgeving kent) de richting van het
ziekenhuis, net buiten het park aan de andere kant van de
beek te lopen. Het was in een korte periode dat ik met jagen
buitengewoon goed presteerde, wat kwam door een deels zelfbedachte en
zelfgebouwde peilontvanger, die weliswaar uiterst geschikt was voor het
peilwerk, maar tegelijk ook zo onhandig zwaar en weinig waterdicht dat
ik hem daarna voor dat doel nog maar heel
erg weinig heb gebruikt. Nadat ik tweederde van de zijde langs
het park had afgelegd, wist ik daardoor absoluut zeker dat de zender
zich op een bepaalde plek precies aan de andere kant van de beek
bevinden moest.
Doordat we bovendien, peilantenne uit het raampje van de
VW-kever gestoken, vrijwel in een rechte lijn vanaf heb Belgenmonument
naar beneden bij het park gereden
waren, wist ik zeker dat ik absoluut tot een van de eersten
moest behoren die op de plek van bestemming was aangekomen. Kortom, nog
even stug doorstappen, beek over en de ingang van het park in, en de
overwinning kon mij bijna niet meer ontgaan. Voorzichtigheidshalve in
het donker poolshoogte genomen van de situatie ter plekke. Meestal zit
er een persoon bij of dichtbij de zender, maar soms hangt er een briefje
aan of een stapel briefjes waarvan je er eentje ten bewijze mee
moest nemen. Dat viel nog niet mee, want ondanks dat mijn ogen
al een poosje aan het donker waren gewend ontnam de donkere nacht en het
dichte bladerdak mij vrijwel alle zicht.
Toch ontwaarde ik vrijwel op de plek waar ik gepeild had op een
bankje een silhouet. Ik peilde van een meter of 100 afstand nog maar
eens extra. Geen zin om een eventueel agressieve zwerver onnodig uit
zijn slaap te halen. Maar nee hoor. Pinpoint-precies om het zo maar te
zeggen. Maar ik bleef niettemin voorzichtig. Voor hetzelfde zat de vos
10m achter het bankje en had ik alsnog te maken met een zwerver.
Op de bank bleek een zoenend paartje te zitten. Ik was redelijk
overtuigd van mijn gelijk en
riep van dus een meter of acht afstand "ik zoek de vos". Ze
gaven enigszins geamuseerd aan dat ze geen idee hadden waarover ik
sprak. Maar ik wist het zeker, dus drong ik aan. Het bleek dat ze toch
wel graag met rust gelaten wilden worden. Toen ik een derde keer vroeg
werd ik
resoluut weggestuurd. Vervolgens nog een aantal keren gepeild,
niet verder dan 50 tot 100 m vanaf de plek, maar de man in kwestie met
zijn
resolute stemgeluid maakte de indruk dat er niet met hem viel te
spotten, en omdat met het sowieso onverstandig leek om zoogdieren bij
hun paringsritueel lastig te vallen besloot ik mijn heil elders te gaan
zoeken. Vossenjachten op de betreffende frequentie in bewoonde
omgevingen staan bekend om de vele reflecties van het signaal die
ook geregeld valse peilingen veroorzaken.
Afijn, nadat ik mijn actieradius tot zeker 15 minuten
loopafstand had uitgebreid kwam ik zo'n 40 minuten later alsnog op
dezelfde plek aan. Het paartje zat er nog steeds, en toen ik nogmaals in
hun richting keek leek het alsof ze me vol medelijden wenkten. Jawel,
ik had wel degelijk de vos als een van de eersten aangetroffen, maar
doordat ik me dus had laten aftroeven stond ik dit keer
bij de prijsuitreiking zowat onderaan de lijst.
Het moeilijkst was vervolgens nog mijn gang naar het
nabijgelegen cafetaria waar de prijsuitreiking dus zou plaatsvinden.
Het liefste was ik gewoon direct naar huis gegaan. Uiteraard
waren de meesten
daar al binnen komen wandelen. De creatieve manier waarop de vos
zich dit keer had verstopt, maar bovenal hoe ze de
jongen die zelf altijd de gemene streken uithaalde hadden
afgetroefd was
er inderdaad aanleiding voor veel hilariteit. Eigen schuld dikke
bult.
Categorie: life-log - plusminus 986 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
755. Schurken!
755. Schurken!
10 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Nou ja, misschien niet letterlijk. Maar toch, in mijn beleving...
Ik heb in het verleden al vaker rare problemen gehad met 's
lands beste internetprovider. Maar wat ik de afgelopen week meemaakte
had enige trekjes waar de DDR-regering in haar gloriedagen
waarschijnlijk trots op had kunnen zijn.
Voor de goede orde: geregeld ontvang ik brieven van het bedrijf,
vaak vergezeld van een aardig presentje waarin het niet nalaat mij te
prijzen omdat ik officieel tot de 300 eerste van hun nu vele
tienduizenden klanten behoor.
XS4ALL was van huis uit een stichting. Opgezet door eerlijke
mensen met oprechte idealen, zoals Rop Gonggrijp en Felipe
Rodriquez. Nooit bedoeld als internetbedrijf, maar als
nevenactiviteit van een vereniging van hackers die dat hacken deden om
de juiste motieven, namelijk misstanden aan de kaak stellen.
Hoewel het bedrijf nog graag flirt met de standpunten van weleer
lijkt het een soort wolf in schaapskleren. Rond de millenniumwisseling
werd het bedrijf gekocht door KPN. Die aankoop snapte ik nog wel. De
mensen van de beginperiode waren dus geen zakenmensen of managers. Zij
deden het besturen van dat steeds meer groeiende bedrijf tegen wil en
dank. Het waren mannen met dikke brillen, deels kale hoofden, slobberige
T-shirts met cola en met pizzavlekken en met soms een paardenstaart,
samen met hun vrouwelijke equivalenten.
Managen kun je beter overlaten aan mensen die daarvoor hebben
doorgeleerd, maar die bovendien in de wieg zijn gelegd, of zich later
hebben ontwikkeld tot het willen doen van dat soort werk.
Lange tijd heeft de oude garde zich vervolgens tegen de
verKPNisering weten te verzetten. Maar meer en meer van de mensen die ik
kende van weleer die bleken door de jaren heen er niet meer op hun
plek. Ik bedoel dat dus zowel letterlijk als figuurlijk.
Ik behoor er tot de klanten van het eerste uur, en heb het
bedrijf al de jaren, eigenlijk vanaf het allereerste begin steeds
gevolgd. Een rotte kies is het inmiddels waarvan alleen het dunne laagje
glazuur aan de buitenkant nog over is. Het heeft me in afgelopen jaren
al in toenemende mate verbaasd hoe het bedrijf zich nog steeds binnen de
top drie, en meestal zelfs op één van de bedrijven met de beste service
heeft weten te handhaven. Zoals een werknemer van het bedrijf van de
oude garde een aantal jaren geleden al eens op fluistertoon tegen me
verzuchtte: "Als ik zie hoe erg het bij ons is, dan vraag ik me wel eens
af hoe erg het bij al die anderen wel niet moet zijn..."
Meermalen heb ik in het verleden conflicten gehad om dingetjes
soms en af en toe wat groters, zoals een fiks geldbedrag dat onterecht
was geïncasseerd, maar waar ik alleen met de allergrootste moeite
mijnerzijds niet naar heb hoeven fluiten.
In het begin van deze eeuw haakte het bedrijf in op de populaire
podcast-rage. Dat was rond 2003 of 2004. De firma heeft meerdere van
deze experimentele diensten, maar ik was aan met name deze dienst
verknocht geraakt. Wat heet. Toen XMSnet met een glasvezeldienst beter
dan de ADSL van XS4ALL kwam, was dit een van de twee redenen dat ik aan
het bedrijf bleef hangen. Tot vorige week was ik er een van de meest
actieve gebruikers van. Ik had er bij benadering zo'n 600 abonnees.
Natuurlijk was ik me ervan bewust dat zo'n experimentele dienst geen
eeuwig leven is beschoren.
Toen ik gisteren een nieuwe podcast online wilde zetten kwam ik
niet op het inlogscherm, maar gewoon op de XS4ALL-website. Daarop stond
vermeld dat de dienst de week ervoor was opgeheven. Het had lang genoeg
geduurd. De knop was omgedraaid. Alleen hebben ze mij dat dus als
gebruiker even verzuimd te melden. De tekst ging verder dat het ook
makkelijk kon, dat opheffen. Podcasten was tegenwoordig op meer plekken
mogelijk, er waren immers twee mooie alternatieven: podplaza.nl en
gespod.nl
Mijn broek zakte op mijn enkels van verbazing. Gelukkig kon
niemand dat verder zien, maar twee van mijn drie katten zijn de schok
daarover dus nog altijd niet te boven. Die broek dat was dus niet alleen
verbazing over het gemak waarmee een van de trouwste klanten van het
bedrijf wordt gebruuskeerd en gedupeerd. Maar ook over het feit dat men
dus niet blijkt te weten dat het alternatief podplaza al in 2009 de
handdoek in de ring gooide, en dat gespod.nl eind november 2010 stopte
met het nog langer verspreiden van haar podcasts.
Het is voor mij technisch en financieel geen groot probleem om
een nieuwe podcast op te zetten. Maar wel kan ik mijn 600 trouwe
abonnees dus niet laten weten dat mijn oude podcastlink het niet meer
doet, en waar ze die nieuwe podcast van mij dus kunnen betrekken. Ik
weet van bijna geen van alleen waar ze zitten of wat voor andere info
ook.
Een verzoek vanochtend om dan toch op zijn minst op de oude link
kort een mededeling neer te zetten waar mijn nieuwe podcast is te
vinden werd in één simpel woord afgedaan: 'nee'. Dit slechte nieuws aan
mij overbrengen werd overgelaten aan een sympathieke en zich hierover
hoorbaar schuldig voelende helpdeskmedewerker die zo te horen aan hoe
vaak hij dingen na moest vragen, slechts korte tijd bij het bedrijf in
dienst moet zijn.
Nu ik erover nadenk: schurken zijn het inderdaad niet nee. Maar onbeschofte hufters wel!
De link van mijn nieuwe podcast, sinds vanmiddag in de lucht:
http://podcast.shorties.nl/rss.xml
(Abonneren kan via bijv. browser, Outlook, Thunderbird of een gespecialiseerd programma zoals Feedreader).
Categorie: life-log - plusminus 885 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
754. Hellup!! Het antenneregister
754. Hellup!! Het antenneregister
9 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Ik
ben zendamateur, en dan moet je in het antenneregister, omdat sommige
mensen bang zijn van zendmasten. Dat zendamateurs in dat register komen
is een beetje gek. Mobiele telefoonantennes en die voor omroepzenders,
zenden uit op een vaste zendfrequentie. En dat meestal 24 uur per dag.
Zendamateurs gebruiken een betrekkelijk laag zendvermogen, maar zijn
gewoonlijk ook maar heel kortdurend in de lucht. En dat dan vaak op
steeds wisselende frequentiebanden, waarbij doorgaans ook geregeld van
zendvermogen wordt veranderd.
Maar Europa heeft dus besloten dat alle zenders in het register
voor de bange mensen moeten, en op zich is dat een loffelijk streven. De
maatregel pakte in een aantal landen veel vervelender uit dan in
Nederland, waar eenmaal registreren van alle aparte antennes op één plek
bijvoorbeeld voldoende is en kosteloos. Toch hebben veel radioamateurs
grote bezwaren om hun zendplekje op een kaart te zetten. De invoering
van de maatregel duurde lang. Er moest een speciale website gemaakt
worden, die eerst niet heel erg goed werkte. Sinds een poosje wordt
gezegd dat die website wel gewoon goed werkt, en
sinds een paar dagen stuurt het agentschap van het Ministerie
van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
dat verantwoordelijk is dreigende brieven rond voor de mensen
die nog niet in dat register staan. Wee je gebeente want anders
bestuurlijke boete en/of een last onder dwangsom. Zo zout hebben de
radioamateurs het in Nederland nog niet zo vaak gegeten, maar het gaat
natuurlijk ook om een kwestie van gewicht.
Ik heb zelf twee zendvergunningen op mijn huisadres. Eentje voor
een piepklein bakenzendertje, de andere om gewoon gezellig en
populairwetenschappelijk met de andere amateurs te praten en te
experimenteren met de apparatuur. De exacte coördinaten van het
bakenzendertje heb ik anderhalf jaar geleden al schriftelijk
doorgegeven, en op de kaart op het antenneregister dat iedere burger via
internet kan raadplegen stond ook lange tijd een groen zijwaarts
gericht driehoekje, dat aangaf dat hier het bakentje zich bevindt. Als
je erop klikte dan stond er "geen informatie beschikbaar" en dat klopt.
Waar een UMTS-mast tot op de milliwatt nauwkeurig moet vertellen wat het
uitzendt, en hoe hoog de antenne staat mogen de zendamateurs zich dus
in zwijgen hullen.
De dreigbrief verbaasde mij in mijn geval ook licht: immers met
die tweede vergunning die gekoppeld is aan de eerste ben ik niet bepaald
geheimzinnig met mijn exacte plek op de landkaart omgesprongen. Toch
kreeg ik gisteren dus die bestuurlijke-dwangsom-dreigbrief. Wat was hier
aan de hand? Ik dus op het internetkaartje gekeken. Verdorie. Het
groene driehoekje was inderdaad verdwenen. Men wist niet meer waar ik
was. Het zelfde geldt overigens voor een paar omliggende GSM- en
UMTS-masten, maar het kan heel goed zijn dat die dus inmiddels
zijn verhuisd, of dat de antennes er nog staan maar de
apparatuur dus niet is ingeschakeld. Toch is dat natuurlijk wel een
beetje vreemd. Mijn huisadres
moest nog wel steeds gewoon in bezit zijn, want die brief die
kwam dus keurig aan.
Afijn, het is een enigszins zwoele zondagmiddag en ik heb toch
niets beters te doen dan in de zon zitten, dus zal ik maar eens even die
gegevens invullen. Ik heb begrepen dat daar een mooi en ergonomisch
interface voor is, waar je door simpelweg een kruisje op de kaart te
corrigeren je positie haarfijn door kunt geven. Iemand die in de
Josti-band speelt die moet het dus gewoon kunnen zal ik maar zeggen.
Maar dat viel dus nog niet mee. OK. mijn DigiD die had ik dus nog wel
snel gevonden, maar toen. Tussen de verschillende pagina's moest ik
telkens een kwartier lang wachten.
Of soms veel langer. OK, het waren geen vervelende momenten. Ik
ben begonnen met een bakje ijs op de trap voor mijn woning te gaan
lepelen. Toen ik - ijs op -
bij de computer terugkwam stond een groen balkje op het scherm
halverwege. Ik heb maar
even gewacht. Nogmaals ik heb mij niet verveeld. Toen ik op de
rechthoekige grijze knop met 'kaart' gedrukt had, en nog even mijn
geduld aan het zonlicht blootstelde kwam er een mooie mevrouw met lang
krullend blond haar en een schattig hondje voorbij, en terwijl de kaart
op het scherm zich eindelijk aan mij zou openbaren heb ik haar zelfs
haar 06-nummer weten te ontfutselen. Het scherm dat ik vervolgens zag
kon mijn humeur dus niet meer
bederven. Ik heb het als bewijsvoering van mijn onschuld maar
bewaard, want ik voel me toch wat ongemakkelijk met die dreiging van die
last onder dwangsom in het vooruitzicht.
Aan mijn PC kan het dus niet liggen, die behoort momenteel tot
de
vrijwel snelste die er zijn. Misschien dat ik het volgende week
nog maar
eens opnieuw op die website ga proberen, want per brief daar heb
ik dus na dat verdwijnen van dat eerdere groene driehoekje ook geen
vertrouwen meer in.
Naschrift: Het is me na alle moeilijkheden van vanmiddag, halverwege de avond probleemloos gelukt om mijn antenne alsnog te registreren.
Opmerkelijk was daarbij dat mijn oude mailadres op de registratiewebsite vermeld stond, terwijl ik ook dat een paar maanden geleden had aangepast naar mijn nieuwe adres.
Categorie: life-log - plusminus 791 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
753. Nieuwe wegen (2)
753. Nieuwe wegen (2)
26 april 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
In
deel 1 van deze column beschrijf ik dat je hersenspinsels als ze de
vrije ruimte krijgen zo vanuit jezelf komen opborrelen. En dat dat een
manier van werken is. Dat is volgens mij wel gebruikelijker bij musici
en bij schilders dan bij tekstschrijvers. Dat komt misschien ook wel
doordat schrijven in een aantal opzichten toch wat meer een rationeel
proces is. Je moet er wel echt bij
nadenken (anders verschijnt er ook onzin op het scherm), en dat
heb ik zelf bij fotograferen veel minder. Ik hoef er daar minder zelf
tussenin te gaan zitten en de vertaling van mijn emoties naar het
resultaat is daar dan ook veel directer.
Zoals ik het beschreef is het ook wel een beetje aangezet ten
opzichte van wat het echt is, maar ik moet wel de ruimte hebben om te
schrijven. En ik moet mezelf ook echt vaak overtuigen waarbij een
gezonde deadlinedruk is ook ontzettend productief. De beste columns zijn
steevast de exemplaren die al dan niet onder die druk in één klap zijn
geschreven.
Iedereen heeft daarbij natuurlijk zijn eigen manier van werken.
Het verrassende voor veel niet-creatievelingen is vaak dat het allemaal
juist weer minder vanuit je 'bewuste' of je 'rationele' komt dan
je zou denken. De beste manier als je er echt niet uit komt
om inspiratie te krijgen is dan ook om zonder bij na te denken
alle losse woorden die uit je onderbewuste naar boven komen borrelen (al
dan niet over een specifiek onderwerp), gewoon tegen de linkerkantlijn
onder elkaar op te schrijven, en later met die woorden aan de gang te
gaan. (Als eerste om er een aantal te schrappen om alvast toch wat meer
richting te geven aan je
verhaal...)
Maar goed, een beetje column-moe als ik klaarblijkelijk toch wel
een heel klein beetje ben is het tijd dus voor wat anders. De beste
manier om tot wat anders te komen is natuurlijk het experiment. Ik zou
graag wat met humor willen doen, maar ik weet helemaal niet of ik dat
wel kan. Rond 2003 of daaromtrent heb ik een aantal op Hans Dorrestijn's
werk geïnspireerde nep-krantenartikelen geschreven die ik zelf in dat
opzicht wel erg geslaagd vond, en ook nog steeds vind. Ik heb er daar
toen een stuk of 30, 35 van geschreven, maar toen was dat concept voor
mij ook wel uitgewrongen.
Ik moet echter toch op zijn minst in staat zijn, denk ik, om af en
toe een glimlach op de mond van de lezer te toveren. Ik weet dat me dat
bij de reguliere columns vaak ook wel gelukt is. Te oordelen
naar de reacties was dat met name het geval bij die columns waarin
ik zelf enigszins als underdog of als slachtoffer van de omstandigheden
werd
opgevoerd. (wordt vervolgd)
Categorie: bespiegeling - plusminus 461 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
752. Nieuwe wegen (1)
752. Nieuwe wegen (1)
18 april 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Ik
heb tot een paar weken geleden een maand of vier
geen columns voor mijn verschillende websites geschreven. Ik
schreef eerder al over de aanleidingen. Ik ben in 2001 begonnen en heb
inmiddels zo'n 750 bruikbare columns gemaakt. In werkelijkheid zijn dat
er zo'n 40% meer, omdat ik er ook steeds een aantal die ik deels of
geheel al had geschreven heb
afgekeurd en nooit heb gebruikt.
Na 750 columns heb je het wel een beetje gezien. Niet alleen had
ik lang voor die 750 bereikt was al bewezen dat ik dat kan, columns
schrijven. En ook in een redelijk hoog tempo. Ik begon bij nieuwe
columns steeds vaker (al dan niet terecht) te twijfelen of ik een
onderwerp niet al eens gehad had. En dat was als ik het eens ging
uitzoeken ook regelmatig het geval.
Ik vertel er niet zoveel over, maar schrijven kost mij absoluut
geen moeite. De voorbereiding voor het schrijven
is daarentegen altijd een soort van leidensweg. Ik moet me
voordat ik ga schrijven altijd eerst 'opladen'. Ik moet in de juist
stemming komen. Die stemming is een eclectische mix van optimisme,
enthousiasme en zelfvertrouwen.
Vooral dat laatste
Tussendoor denk ik altijd dat ik niet kan schrijven. Dat lijkt
onecht of aanstellerig, maar het is echt zo. En bovendien, wie zou die
gekunstelde brouwsels van mij nou willen lezen? Mensen hebben wel wat
beters te doen. Dat is wie ik normaal ben. Ik ben ook altijd
stomverbaasd als ik een oud artikel lees dat ik zelf geschreven heb. Is
dat niet een collega geweest? Zo goed ben ik tegenwoordig helemaal niet
meer?
Als ik nou maar niet door de mand val. Oei als ik er bij dat
blad nou maar niet uitvlieg. (Dat is dus
vrij precies wat ik in zo'n geval serieus vaak denk. Het is tot
vrij recent zelfs wel voorgekomen dat ik
in zo'geval een gepubliceerd verhaal in mijn eigen archieven heb
opgezocht, om te
vergelijken in hoeverre het origineel dat ik zelf had geschreven
was gebruikt voor wat er
uiteindelijk op papier stond. Meestal was er dan, taalfouten
daargelaten, bijzonder weinig aan mijn verhaal aangepast).
Voordat ik ga schrijven moet ik die overtuiging dus zien te
kantelen en dat is wat ik bedoel met mezelf opladen.
"Natuurlijk kan ik het wel," zo probeer ik mezelf enthousiast te
krijgen. Ik heb inmiddels zo mijn manieren om dat voor elkaar te
krijgen. Soms helpen oude artikelen, maar die willen mijn angst voor
mijn huidige schrijfcapaciteiten ook wel eens vergroten. Iemand opbellen
wil wel eens helpen, om me van mijn vermeende onvermogen af te leiden.
Maar dat gaat ook vaak mis doordat zo'n impulsief grijpen naar de
telefoon ook wel eens een smoes is om toch vooral maar niet
met schrijven te beginnen.
Wat een uitstekend middel is, dat is een ander soort van angst.
Die gebruik ik ook heel vaak. Dat is de angst voor deadlines. Om ze niet
te halen. Het is om die reden dus erg productief om het schrijven
werkelijk tot het allerlaatste moment uit te stellen. De verhalen die je
in één keer,
en in één ruk door schrijft zijn sowieso ook altijd wel de
beste. nou waarom dat
in één ruk de boel moeten afmaken dan niet zelf kunstmatig
opgewekt.
Het is bij het schrijven van zo'n verhaal half één, eigenlijk
wil ik aanstalten maken om naar bed te gaan (wat op dat tijdstip dus
nooit lukt) en dan pak ik het toetsenbord en hatseflats, daar staat drie
kwartier later het driepaginaverhaal al grotendeels op papier. En dat
is wel nodig ook, want ze moeten het wel om negen uur
's ochtends al hebben. Het komt ook geregeld voor dat ik op het
moment dat ik
vlak voor de deadling begin dus nog helemaal niks heb. Of ik heb
hooguit de hoognodige research gedaan. De volgende ochtend vraag ik dan
of 12.00 uur
ook OK is, en dan vul ik in die extra tijd de hiaten nog een
beetje op.
Het zou natuurlijk veel efficiënter zijn om die hele
voorbereiding over te slaan. Helaas gaat dat dus niet. Creativiteit, je
hoort het van iedere stelselmatige creatieveling, dat komt vanzelf uit
je innerlijk opborrelen. Of niet. Niets aan te doen. Je kunt hooguit
zelf de gunstige omstandigheden ervoor creëren
Opladen, lange tijd. En dan ineens pats! die tekst. Ondertussen
is het een routine, dat ik mede dankzij die vaak dagelijkse columns voor
mijn eigen website dus uitstekend
beheers. (wordt vervolgd)
Categorie: bespiegeling - plusminus 713 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
751. Het conflict over Hans Island
| N.b.: Ik ga de eerdere serie 'Mini-staatjes', cq. 'Micro-nations' opsplitsen in twee aparte onderwerpen. Het ene deel gaat dan over het onderwerp van de 'echte' micro-naties zelf. Ik ben nog aan het kijken of landjes als Vaticaanstad daar dan ook toe behoren. Het tweede deel gaat over het interessante onderwerp van soevereiniteit. Dat zal dan vaak gaan om de totstandkoming van grenzen, voorzover deze niet op micro-naties betrekking hebben. Een eerder artikel over Svallbard / Spitsbergen hoort daar bijvoorbeeld bij. Het gebied is onderdeel van een ander land en niet een micro-natie. De opsplitsing geeft de mogelijkheid om ook dat onderwerp nog wat meer uit te diepen en bijvoorbeeld ook een kwestie als Baarle-Hertog en Baarle-Nassau te bespreken. Eerder probeerde ik dergelijke interessante onderwerpen eigenlijk wat beperkt te houden, het ging uiteindelijk toch om de micro-naties. Het meest lastige zal nog zijn om de grensgevallen te bepalen. Het onderstaande verhaal is in elk geval duidelijk uit de nieuwe categerie over soevereiniteit. |
De enigszins onhandige uitkomst van de eerste door een computeprogramma vastgestelde internationale grens
751. Het conflict over Hans Island
16 april 2011
©2011, copyright:
GoHansBrinker.com
Het is niet zo bekend dat de landsgrenzen van Canada en Denemarken
slechts 20 km uit elkaar liggen. Ver boven de poolcirkel is een zeestraat van
enkele tientallen kilometers breed tussen Groenland en Ellesmere Island in het
meest noordelijke deel van Canada. In de smalle strook water tussen beide
gebieden (de Nares Strait), liggen relatief dicht bij elkaar drie eilandjes. De
twee grootste ervan, Franklin Island en Crozier Island horen bij Groenland. Hans
Island (Hans Eiland) dat iets verder vanaf Groenland ligt, wordt zoweel door
Groenland als door Canada geclaimd.
Hans Island was lange tijd alleen
bekend bij de Inuit-bevolking van Noord-Groenland en Noord-Canada, lang voordat
de gebieden gekoloniseerd werden. De eerste Europeanen in het gebied kwamen pas
in het begin van de 19de eeuw. Steeds meer delen van de wereld werden in de
negentiende eeuw door middel van expedities in kaart gebracht, en het gebied
rond Hans Island werd tussen 1850 en 1880 door meerdere van dit soort expedities
bezocht.
Het eiland is genoemd naar Hans Hendrik, wiens inuit-naam
Suersaq is. Hendrik was een van de arctische ontdekkingsreizigers en vertaler,
in dienst van Amerikaanse en Britse expedities tussen 1853 en
1876.
Tussen 1920 en 1923 werd de regio door een Deense expeditie meer
nauwkeurig in kaart gebracht, in het kader van een project dat de hele
omliggende Groenlandse kust omvatte. Vervolgens kwam Groenland in 1933 officieel
bij Denemarken te horen. Dat land claimt nu nog steeds op basis dat besluit van
een internationale rechtbank dat ook Hans Island tot het grondgebied van
Groenland behoort.
Eerste problemen
In de jaren 60 vonden
diverse opmetingen van de regio rond de Nares Strait plaats. Seismische
activiteit werd gemeten, cartografie, archeologie, beweging van het ijs en
bovenal de economische waarde van eventuele bodemrijkdommen in de in het
gebied.
In 1973 vonden onderhandelingen plaats tussen Canada en
Denemarken, op basis van gegevens van mensen die in de regio werkzaam waren (die
stelden bijvoorbeeld de exacte plek van het eiland vast, dat was daarvoor nog
niet bekend), om de grenzen onder zee definitief af te kunnen spreken. Beide
landen werden het eens, echter niet over Hans Island.
Canada claimde nog
steeds dat het eiland tot haar territorium behoorde en over het eiland werd in
het akkoord dus geen overeenstemming bereikt. In het verdrag werd daarom wel een
definitieve grens overeen gekomen, onder andere over het continentaal plat (dat
het recht op exploitatie van bodemschatten als olie en gas bepaald), maar Hans
Island bleef erbuiten. De Verenigde Naties ratificeerden het verdrag tussen
beide landen hierover op 17 december 1973, en 13 maart van het jaar erop was de
datum dat het verdrag inging. Niet alleen was de vastgestelde grens de langste
grens ooit door een verdrag bezegeld, het was tevens de eerste grens over dit
soort belangrijke economische belangen die door een computerprogramma werd
bepaald.
De afgsproken grens in het verdrag omvat 127 plekken in het
water die samen het verloop van de grens onder zee te bepalen tussen de beide
landen. Eén stukje lijn, dat tussen punt 122 en punt 123 ligt werd in het
verdrag overgeslagen. Exact midden tussen deze twee punten ligt Hans Island. Dit
lijkt lange tijd geen enkel probleem. Het gebied heeft een bizar streng klimaat,
mensen wonen er nauwelijks.
Tussen 1980 en 1983 werd vervolgens nogmaals
het bewegen van de ijsvlaktes en gletsjers op en rond Hans Island vastgesteld.
Dit wordt gedaan door het in Canada gevestigde bedrijf Dome Petroleum
Ltd.
De poppen aan het dansen
In 1984, schrijft journalist Kenn
Harper uit Iqualit, dat met 6000 inwoners de provinciehoofdstad is van de aan
Groenland grenzende Canadese regio Nunavut, een artikel in de Groenlandse lokale
krant Hainang. Harper beschrijft in het artikel dat hij op het ijs nabij de
Canadese plaats Resolute in het najaar van 1983 een man tegenkwam. Deze man
droeg een hoed met het opschrift: "Hans Island, N.W.T." De afkorting staat voor
de Northwest Territories, het gebied in Canada dat ten westen van Nunavut ligt,
en dus niet aan Groenland grenst. De man bleek een werknemer van het eerder
genoemde Canadese bedrijf Dome Petroleum te zijn, die had deelgenomen aan het
onderzoek naar de migratie van ijs op het betwiste eiland.
Op zich een
onbelangrijke gebeurtenis, zo lijkt het, maar het krantenbericht wordt opgepikt
door zowel een lokale krant ver weg in de Deense hoofdstad Kopenhagen, als door
CBC Radio in Canada. De reden daarvan is vermoedelijk dat er op dat moment door
Canada en Denemarken gepraat wordt over de exploitatie van de oliereserves in de
regio. In het verdrag waarvan sprake is wordt ook een uitwisseling geregeld
tussen beide landen voor gezamenlijk onderzoek op en rond Hans Island. Doel van
het verdrag was ook om toekomstige problemen over de kwestie te
vermijden.
Particulier initiatief?
Enigszins naar analogie van
wat destijds de aanleiding was voor de Falkland-oorlog, was het in Calgary
gevestigde Dome Petroleum zonder dat de politici dat wisten, naast hun legale
onderzoek naar de gletsjers in het gebied ook begonnen om onderzoek te doen naar
de grondstoffen op het eiland. Volgens het artikel van Harper was het Canadese
ministerie dat de onderhandelingen voerde hier niet van op de hoogte, maar was
het onderzoek wel degelijk geïnstigeerd door Canadese
overheidfunctionarissen.
Vervolgens kwam de zaak in een
stroomversnelling. In datzelfde jaar huurde een inwoner van Groenland een
helikopter, en vloog naar het onherbergzame eiland om te zien of er niet toch
sprake was van een misverstand of een spraakverwarring. Het gebied is zo
uitgestrekt, en zo weinig door mensen bezocht dat een vergissing makkelijk
gemaakt is. Later in datzelfde jaar plaatste de Deense minister voor Groenland
vervolgens een vlag op het eiland met de Deense tekst: "Welkom op het Deense
eiland." Het gerucht gaat dat hij er ook een fles cognac bij legde.
De
knuppel in het hoenderhok
Pas in het tijdperk van het moderne internet
kwam de zaak vervolgens opnieuw onder de aandacht. In maart 2004 kwam de
Canadese krant National Post met een artikel over het eiland, dat de zaak
vervolgens internationaal ook bij andere kranten aan het rollen bracht. Het
artikel stelde een vijfjarenplan voor om de soevereiniteit het Arctische gebied
in en rond Canada beter onder controle te krijgen. Heel kort wordt in het
artikel ook het verschil van mening over Hans Island aangestipt, waarbij de
journalist ook nog even opmerkt dat Denemarken oorlogsschepen naar het eiland
had of zou hebben gestuurd. Zoals dat vaker gaat, spitst de zaak zich in de pers
vervolgens geheel toe op Hans Island.
Over het gebied van de Noordelijke
IJszee bestaat verschil van mening tussen minimaal Canada, Denemarken, Rusland,
Noorwegen, IJsland en in mindere mate Groot-Brittannië. Veel van deze landen
zien bepaalde delen ervan als hun eigen territoriale wateren. De meeste Europese
landen en de Verenigde Staten echter beschouwen het hele gebied officieel als
internationale buitenterritoriale wateren.
Na een nieuw artikel van
dezelfde National Post journalist krijgt de zaak ook politiek aandacht, wat nog
wordt aangewakkerde doordat Deense zeelieden Hans Island enige tijd bezetten.
Daarop was er dan weer een Canadese militaire oefening in de regio die verder
olie op het vuur gooide, met kort daarvoor het plaatsen van de Deense vlag op
het eiland. Beide landen claimen vervolgens soevereiniteit over het eiland, wat
weer tot protesten van de Denen leidt als de Canadese minister van defensie
onaangekondigd het eiland bezoekt. De Deense regering kondigt daarop aan dat het
van plan is het eiland ook te bezoeken en de Deense vlag terug op het eiland te
plaatsen (wat maar aangeeft dat het nog een hele onderneming is om naar het
afgelegen eiland toe te gaan).
Dit gaat zo een tijdje over en weer,
totdat de Canadese autoriteiten in juli 2007 op basis van nieuwe satellietfoto's
toegeven dat de internationale grens midden over het eiland zou lopen, daarmee
impliciet erkennend dat het eilandje in ieder geval niet alleen Canadees is.
Sindsdien is het redelijk stil over de kwestie.
Bronvermelgind: de
Engelstalige Wikipedia, oude krantenartikelen, diverse
internetsites
Trivia 1: als Canada en Denemarken het eiland
daadwerkelijk zouden delen, hebben beide landen ineens een nieuwe grens over
land met twee landen, in plaats van zoals nu met één ander land. (Canada heeft
nu alleen een grens over land met de VS en Denemarken alleen met
Duitsland).
Trivia 2: in 2005 werden er verschillende
advertentiecampagnes gevoerd via Google, die danwel de soevereiniteit van
Denemarken, dan wel die van Canada over het eiland promootten. De eerste
advertentie werd geplaatst door een Canadese inwoner van Toronto, die stelde dat
het eiland bij Groenland hoort, en daar bij een link plaatste naar het Deense
ministerie van buitenlandse zaken. De reclamecampagne die hier vervolgens over
ontstond staat bekend als de Google Fight of de Google War.

Hans Island, met het ontbrekende
stukje grens tussen punt 122 en punt 123. Rechtsbeneden is Groenland, linksboven
Canada. Foto: Twithmoses. (afbeelding is aanklikbaar voor een
vergroting).
Klik hier voor Hans Island op Google Maps
Categorie: micro-nations - plusminus 1441 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
750. Kernenergie is veilig!
750. Kernenergie is veilig!
31 maart 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
"Kernenergie
is veilig!" dit zegt de nieuwe woordvoerder van Kernenergie Nederland,
een platform dat kernenergie op grotere schaal ingevoerd wil krijgen.
"Wij zijn niet bang voor kerncentrales. Deze zijn tegenwoordig veilig.
En straling is ook niet zo erg. Straling komt in de natuur voor, ik heb
bijvoorbeeld in mijn tuin een paar rotsen met 90% uranium. Volgens
experts zouden die gemakkelijk vanzelf tot een kernsplitsing kunnen
komen waarna een melt-down plaatsvindt, en zie
hier: ik sta hier nog steeds gezond voor u. Niets aan de hand.
Mijn kinderen vinden hun speelplaatsje tussen de uraniumrotsen geweldig.
De warmte die ervan af komt is vooral op de winterse dagen in Nederland
een groot voordeel."
"Of ik bang ben voor de straling van die rotsen voor mijn
kinderen? Nee, natuurlijk niet! Dat zijn allemaal praatjes van de
verraders van grootmachten zoals de VS en Rusland. Die zijn bang dat ze
hun sleutelpositie kwijtraken aan kleinere landen zoals Nederland."
"Kijk we moeten nu groot inzetten op kernenergie. Landen als
Frankrijk en Japan hebben dat allang begrepen. Nee, een ongeval daar ben
ik niet bang voor. Kijk je ziet dat ze dat nu in Japan toch ook prima
oplossen? Binnenkort storten ze de sarcofagen vol met loodhoudend beton
en dan is er helemaal niets meer aan de hand. Die loodhoudende laag
hoeft maar 100.000 jaar lekvrij mee te gaan.
Als alle mensen teruggaan
naar hun huizen en als TEPCO nou maar de toestemmingen krijgt dan
bouwen ze vlak daarnaast een nog veel grotere nieuwe kerncentrale."
"U kunt er wel naar blijven vragen, maar geloof die praatjes van
de anti-kernenergielobbyisten toch niet! Die mensen worden allemaal
gesponsord door mensen als Hugo Chavez. Die linkse idioten willen niet
dat hun eigen oliehandel benadeeld wordt door schone stroom van
kernenergie. Straks rijden alle auto's op atoomstroom en dat steekt
natuurlijk. Maar ja, de vooruitgang houd je niet tegen."
"Kernenergie is absoluut veilig. Kijk ik heb hier een radioactieve
isotoop. Nee duik nou maar niet weg. Als je de rest van je leven uit de
straling blijft is het helemaal niet gevaarlijk. Zie ik steek de
isotoop in mijn broodje gezond,
kijk het zit al secondenlang tussen de blaadjes sla en het beleg.
Niets aan de hand, hmm heerlijk."
"Het zijn de grootmachten die kernengergie willen promoten.
Rusland, China, de Verenigde Staten, noem maar op. Maar ze willen de
kernenergie ook voor zichzelf houden zodat zij kunnen bepalen wat er met
die energie gebeurt. In het hiernamaals zullen
ze hierop afgerekend worden, die imperialistische egoïsten. Maar
het zal ze nooit lukken. Kernenergie is overal, en het is nog nooit zo
populair geweest als nu. En ongevaarlijk. Hoe ik aan deze informatie
kom? authentieke bronnen. Vele authentieke bronnen! Het is totaal
ongevaarlijk. En een ongeluk ermee is nooit heel ernstig geweest, en dat
zal het ook nooit worden. Dat zijn alleen maar praatjes van domme
onwetenden. En van imperialisten als George Bush. Hoor goed wat ik zeg!
Totaal ongevaarlijk!!"
(Mohammed Saïd al-Sahaf was eerder woordvoerder van het in problemen geraakte leger van
Irak).
Categorie: satire - plusminus 503 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
749. Minder korpsen voor vier agenten
KNUTSELEN MET HET NIEUWS - een met name artistiek experiment
749. Minder korpsen voor vier agenten
27 maart 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
DEN
HAAG - De agenten Amsterdam-Amstelland, Haaglanden, Kennemerland en
Gooi- en Vechtstreek krijgen minder prostituees, 21 andere agenten
krijgen juist meer om cocaïne van te betalen.
''Met 49.500 korpsen heeft Nederland nu de grootste operationele
sterkte ooit'', aldus een woordvoerder van hoerenmadam Yvette Opzouten
donderdag.
De verschuivingsplannen bestonden al bij het oude
prostitutiebedrijf, maar degenen die moeten inleveren zouden nu toch wat
minder slecht af zijn dan in die oude plannen.
Sommige agenten die er prostituees bijkrijgen, zijn daarop al
vooruit gelopen en enkele daarvan naar verluidt te ver. Die hebben al
meer mensen aangesteld dan ze nu kunnen betalen.
De verschuiving van crimineel verkregen inkomsten was al lang
nodig, doordat bijvoorbeeld grensgebieden waar veel misdaad is en
gebieden met meerdere middelgrote gemeenten tekort kwamen.
Hoerenvakbond De Rode Draad heeft ''met gemengde gevoelens'' gereageerd op de nieuwe verdeling van budgetten.
Categorie: knutselen met het nieuws - plusminus 155 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
748. Rijden met de trein
748. Rijden met de trein
19 maart 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Mijn
pa was bijna 40 jaar lang treinconducteur. En omdat we toch gratis
reisden hadden mijn ouders lange tijd geen auto. Toen die kwam was ik de
deur al uit, en ik was daar dus behoorlijk laat mee. Met auto's heb ik
niet zoveel, maar ik voel me altijd geweldig op mijn gemak in de trein.
Ik denk wel eens dat dat is omdat ik als baby al herinneringen aan het
railvervoer moet hebben.
Ik ben ook voor mijn werk geregeld op pad, en dat is bijna altijd
met het OV. Op de heenweg had ik altijd de gewoonte om me er met de taxi
naartoe te laten brengen. Dat stamt nog uit de tijd dat ik bij de
meeste opdrachtgevers taxi-ritten nog kon declareren. Helaas is die
gewoonte eraf, maar ik kan me ook de tijd nog herinneren dat ik vaak met
de bus van treinstation naar uiteindelijk bestemming ging, en dan
verwaaid, verregend en soms doordat ik verdwaald was in
staat van tamelijke paniek veel te laat bij de te interviewen
persoon naar binnen strompelde. Dat komt de kwaliteit van het gesprek
natuurlijk niet echt ten goede.
Sinds kort heb ik een Android smartphone. Ik wist dat daar GPS in
zou zitten, maar tot mijn verbazing bleek er ook een goede navigator in
te zitten. Een soort TomTom dus, maar dan
tevens voor wandelaars. Het programmaatje gaat zo ver dat je de
plaats van bestemming, en ook onderweg zelfs op Street View kunt
bekijken. Het moet een slag zijn voor de taxi-branche deze innovatie,
want sindsdien ga ik dus onderweg naar dit soort dingen vaker lopen. Als
het weer tenminste goed is. Android beschermt wel tegen verdwalen, maar
niet tegen verregenen of verwaaien, en ook niet tegen al te grote
afstanden waar het OV je al dan niet vanwege het tijdstip, niet naartoe
brengen kan of wil.
Afijn, terug ga ik (als het dus niet hoost of meer dan 15 km is)
ook meestal lopend, waarbij ik vaak nog even de belangrijke punten van
een interview in mijn hoofd de revue laat passeren. Ik neem die
gesprekken nooit op. Dat is veel te tijdrovend om uit te werken. Het
artikel werk ik bij de iets langere reizen op de terugreis grotendeels
al uit. Soms worden ook die treinuren gewoon betaald, zodat ik op die
momenten dan dus dubbel aan het verdienen ben.
De trein heeft behalve nadelen ook diverse voordelen. Jaren
geleden zat ik met een vriend van me in de auto, hij fervente auto-fan
en zo goed als zonder enige treinervaring. Bij het stoplicht stopte
naast de auto een kittig damesautootje met daarin een behoorlijk mooie
vrouw die vriendelijk naar ons lachte en met ons flirtte. "Kijk," zei
mijn vriend, "dat maak je in de trein nou weer niet mee." Waarop ik zei:
"Inderdaad, daar kun je tenminste ook een praatje maken als je zo'n
leuk iemand tegenkomt."
Categorie: life-log - plusminus 481 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
747. De kop boven het maaiveld
747. De kop boven het
maaiveld
Ondertitel: Het land van
Ritalin
17 maart 2011
©2011,
copyright: GoHansBrinker.com
Toen ik rond juni 2001 met mijn internet-column begon had ik
hoogstaande ideeën. Zo wilde ik bijvoorbeeld de leugenachtigheid van veel
reclame aan de kaak stellen. Daarnaast wilde ik regelmatig aandacht besteden aan
onwaarheden in de politiek. Bij de reclame heb ik die kans denk ik goed kunnen
benutten. Zeker vorig jaar met de serie over hoe reclame werkt, die overigens
nooit helemaal voltooid is.
Op het politieke vlak is het anders gelopen.
Ik begon met de columns, nog heel onervaren op het column-vlak zo'n drie maanden
voor het gebeurde op 11 september in New York. Dat was de eerste deuk die mijn
nog resterende naïviteit opliep. Nou is mijn naïviteit natuurlijk slechts een
vlekje bij wat anderen daarbij opliepen, maar het is zonder dat ik ook maar iets
van dat grote leed wil afdoen in mijn eigen macro-universum toch beslist niet
onbelangrijk. In de jaren daarop zag je de opkomst van en de verdrietige latere
moord op Pim Fortuijn. Ik ben nooit een Fortuijn-aanhanger geweest. Al voordat
zijn ster rees schreef ik in het eerste halfjaar van die columns er eentje over
professor Pim, een column die ik na de moord op Fortuijn van internet verwijderd
heb, omdat de tekst in het licht van de ontwikkelingen van net daarvoor iets
heel anders leek te zeggen dan ik het lang voor de opkomst van de LPF bedoeld
had.
Theo van Gogh werd vermoord op de dag dat ik 48 jaar werd. Mijn
verjaardag die ik ook zonder het vorderen van de jaren toch al niet bijzonder
graag vier is daarna nog meer tot een jaarlijkse soort van vergetelheid
geworden. Niet dat die vergetelheid iets met de moord te maken heeft. Of
misschien toch wel. Een enkele keer heb ik bij zijn leven met Van Gogh gemaild.
Dat was vele jaren voor de moord. Van Gogh had een TV-programma op Amsterdamse
zender AT5 in de tijd dat de eerste internet-sites opkwamen en wekelijks besprak
hij er een paar daarvan. Ik had twee van die eerste websites, eentje over taal
en een andere over de kunstenaar en TV-maker Wim T. Schippers. Theo was min of
meer een fan van de site, vond het een geweldig initiatief om dat juist over Wim
T. te doen en besteedde in zijn programma meerdere keren aandacht aan mijn
pagina, wat niet alleen de bezoekersaantallen redelijk spectaculair omhoog joeg,
maar ook het onderwerp van de site in casu Wim T. zelf op de website attent
maakte.
Wat me bij de ontwikkelingen in de afvelopen zes jaar vooral
opvalt is dat in de politiek en soms ook bij de rechtspraak de waarheid een
steeds meer ondergeschikte rol aan het spelen is. Er wordt bijvoorbeeld beleid
gezet op de vermeende toename van de criminaliteit. Nog deze week was er een
voorstel om dan maar alle Nederlanders in een DNA-database te stoppen. Hé hallo!
Zijn we er wel bij? Gemiddeld over de afgelopen vijftien jaar zijn de
criminaliteitscijfers alleen maar spectaculair gedaald! (Volgens diverse
onafhankelijke onderzoeken en het CBS). Het aantal asielzoekers dat als je de
berichtgeving moet geloven steeds zorgwekkender vormen begint aan te nemen, moet
door opsluiting van hele gezinnen inclusief zwangere en net bevallen vrouwen,
die crimineel op geen enkele wijze wat te verwijten valt worden ontmoedigd, maar
in werkelijkheid heeft Nederland van zowat alle landen met afstand ook nu al het
strengste beleid op dit gebied en laat de instroom van asielzoekers al jarenlang
een dalende lijn zien. Daarnaast gaan er dan ook nog veel stemmen op om "nu
eindelijk" de straffen in Nederland maar eens te verhogen, en om rechters te
verbinden om ook in schrijnende gevallen waarbij iemand een daat misschien in
mindere mate aan te rekenen valt hoe dan ook een fikse minimumstraf op te
leggen. In werkelijkheid staat Nederland ook hier al een aantal jaren in de top
3 van strengst straffende landen van Europa ook als je daarbij landen aan de
periferie meerekent zoals bijvoorbeeld Turkije.
Waar ik me het meest boos
over maak is het opsluiten van minderjarigen. Ik heb in mijn middelbare
schooltijd diverse dingen gezien waar kinderen onder de zestien tegenwoordig een
fikse taakstraf voor krijgen en waar aan die kinderen uit "vrees voor een latere
criminele carriere" ook wel eens een niet onaanzienlijke vrijheidsstraf wordt
uitgedeeld, waarbij zestienjarigen dan gewoon onder het volwassenrecht
veroordeeld worden. In mijn tijd vielen veel van dat soort onder kattenkwaad, of
moest een klasgenoot een middag nablijven omdat hij wat al te brutaal was. Geen
wonder dat ouders tegenwoordig zo graag naar middelen als Ritalin grijpen.
Onderdrukken die hap, eenheidsworst, terug in het gareel.
Het meest
schrijnend waren nog de minderjarigen die in de afgelopen jaren zonder ook maar
iets te hebben misdaan, in afwachting van hun psychiatrische behandeling gewoon
tussen criminele jongeren in de gevangenis werden gestopt. En die daar dan soms
een jaar lang zonder dat ze ook maar naar school konden zaten te wachten tot de
overheid hun zaakjes eindelijk voor elkaar had. Geen leerplichtambtenaar die
daar bijvoorbeeld tegen in het geweer kwam. Terwijl ouders die de greep op hun
spijbelende kinderen overduidelijk zijn kwijtgeraakt tegenwoordig zelf met
mogelijk strafrechtelijke vervolging of met boetes worden bedreigd.
In
wat voor land leven we? En hoe heeft dat in een periode dat ik zelf juist de
zaakjes zo van nabij in de peiling heb gehouden zo kunnen afglijden? Laatst zag
ik op TV een YouTube-filmpje van iemand die bij werkzaamheden in een klap alle
sneeuw van het schuine dak van zijn huis zag glijden. Dat is het beeld dat ik
ook heb bij hoe Nederland in de afgelopen jaren als land af heeft kunnen
glijden, terwijl sommige politici in de tussentijd hoog van de daken riepen over
Normen en over Waarden . De meeste Nederlanders hebben niet eens in de gaten
hoezeer wij als land in verwarring zijn geraakt. Over onze eigen identiteit,
over die normen en waarden, en over wat echt is, en wat niet. Een maatschappij
waar ondertussen iedereen die zijn kop boven het maaiveld uitsteekt resoluut
zijn kop wordt afgehakt, of in het beste geval verplicht een handvol van de
opvolger toegediend krijgt van Ritalin.
Dat allemaal is de reden waarom
de afgelopen tijd de columns bij mij niet uit de pen kwamen. Gisteren noemde
iemand mij een enfant terrible. Dat ben ik zeker. Ik ben een van die mensen die
zijn kop boven het maaiveld uitsteekt. Dat heb ik in de praktijk de afgelopen
maanden ook wel gedaan. Alleen ging het in mijn columns dus eventjes niet
meer.
Categorie: opinie - plusminus 996 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
746. Guantanamo Bay & Navassa Island
Nieuwe Micronaties (23)
746.
Guantanamo Bay & Navassa Island
7 november
2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Guantanamo Bay is de laatste jaren grotendeels bekend vanwege de
detentie daar van gedetineerden, cq. geïnterneerden die gevangen werden genomen
tijdens de oorlog tegen het Taliban-regime in Afghanistan. Guantanamo Bay is
niet een afzonderlijk land, maar wat de meeste mensen niet weten is dat het
feitelijk ook geen deel uitmaakt van de Verenigde Staten. Guantanamo Bay is een
grote natuurlijke haven, die onderdeel is van de staat Cuba. Sinds 1903 echter
heeft de VS heeft de territoriale controle over een gebied rondom de baai van
116 vierkante kilometer (ongeveer 46 vierkante mijl). Die controle over het
gebied werd geregeld in het Cubaanse-Amerikaanse Verdrag van datzelfde
jaar.
Het verdrag regelde dat de VS door het huren van de haven de totale
jurisdictie en controle over het havengebied zou krijgen dat is ingesloten door
de omliggende heuvels, terwijl Cuba wel de uiteindelijke soevereiniteit over het
gebied behoudt. De huur of lease van het gebied werd geregeld op basis van het
al wat oudere concept van een zogenaamde '99-jaren-lease ', waarbij de 99 jaar
niet letterlijk moet worden genomen. Het betekent hier slechts 'langer dan een
mensenleven'. Het is een constructie die vaker voor dit soort dingen wordt
gebruikt. In het geval van Hong Kong waar dit bijvoorbeeld ook gebeurde, nam
China de 99 jaar echter wel letterlijk en omdat het Verenigd Koninkrijk daar
toen uiteindelijk mee instemde kwam daarmee in 1997 een einde aan het beheer van
het Verenigd Koninkrijk over deze kroonkolonie. In het geval van Guantamo Bay
regelde een herbevestigend verdrag in 1934 echter de verlenging van het gebruik
van het gebied onder dezelfde voorwaarden door de VS zonder verdere
einddatum.
Volgens de voorwaarden van het verdrag evenwel mag het gebied
alleen gebruikt worden voor het laden van kool en voor de marine-basis, niet
voor commerciële doeleïnden. Op de marinebasis is echter in de laatste decennia
ruimte verhuurd aan McDonalds, een restaurant uit de Subway keten, een
gecombineerde KFC en A & W, en verder een Pizza Hut en een Wind Jammer
Restaurant. Door een aantal partijen, waaronder geleerden in het internationaal
recht uit de VS wordt daarom gesteld dat het laten opereren van deze enige
fast-food-restaurants op Cubaans grondgebied een overtreding is van de
oorspronkelijke verdragsregels. Het hadden de eigen keukens van de basis moeten
zijn die het eten voor de manschappen verzorgden. Het niet voldoen aan de regels
zo regelt het verdrag, houdt in dat het verdrag zal worden beëindigd. Het is
echter niet waarschijnlijk dat de VS hierom uiteindelijk straks het gebied zal
gaan verlaten.
Weggepropt in een la
Een historisch interessante
kwestie vond plaats toen 1959 Fidel Castro met zijn aanhangers de
kapitalistische dictator Batista van het eiland verdreven en zelf de macht in
handen namen. Volgens het verdrag uit 1934 moet aan Cubaanse handelschepen de
vrije passage door de baai worden verleend (het noordelijke deel van Guantanomo
Bay is gewoon in Cubaanse handen). Verder moet het leasebedrag van $2000 in
gouden munten jaarlijks aan Cuba worden voldaan. Echter het was alleen de eerste
cheque ten tijde van het Castro-bewind die daadwerkelijk geïnd werd.
Waarschijnlijk was dit op basis van een fout, gemaakt in de chaotische nasleep
van de revolutie. De Verenigde Staten zien echter in deze betaling de erkenning
door het regime van de geldigheid van het verdrag. Alle cheques die sindsdien
zijn binnengekomen (die overigens zijn uitgeschreven aan de sinds de revolutie
niet meer bestaande thesauriër-generaal van de republiek) liggen naar verluid
nog altijd ongeïnd ergens weggepropt in een la op de werkkamer van de aanvoerder
van de revolutie.
Na de Cubaanse revolutie werd in eerste instantie alle
autoverkeer in het land verboden. Cubaanse werknemers die er hun baan hadden
zijn echter ook daarna gewoon blijven werken op de Amerikaanse marinebasis. In
de jaren zeventig werd het Cubanen helemaal verboden om nog hun werk op de basis
te hebben. Dit verbod was echter niet van toepassing op de mensen die daar al
een baan hadden. Het is bekend dat rond 2006 nog altijd twee oudere Cubaanse
werknemers dagelijks hun gang door de poorten vanuit Cuba naar hun werk op de
Amerikaanse basis maakten .
Ondanks hun verschillen door de jaren heen,
sturen zowel Cuba als de VS elkaar's vluchtelingen keurig terug wanneer zij uit
het ene rechtsgebied naar het andere land proberen te gaan via het grenshekwerk
tussen Guantanamo Bay en het grondgebied van de Cubaanse staat. Tussen Cuba en
de marinebasis was ooit het op één na grootste mijnenveld op het westelijk
halfrond. Deze was er door de VS aangelegd, maar president Clinton gaf in 1996
opdracht tot verwijdering ervan. Het gebied wordt nu op soortgelijke wijze als
aan de Mexicaans-Amerikaanse grens gebeurt bewaakt door bewegingsdetectoren en
geluidssensoren.
Gevangenen- en detentiekampen
In de laatste
ongeveer 25 jaar van de 20e eeuw tot aan 1995 werd de basis gebruikt als
gevangenenkamp voor Cubaanse en Haïtiaanse vluchtelingen die op volle zee
gevangen werden genomen. Sinds de oorlog in Afghanistan in 2002 is een klein
gedeelte van de basis op Guantanamo de thuisbasis van het veelbekritiseerde
detentiekamp waar krijgsgevangenen en vermoedelijke terroristen onder
Amerikaanse militaire wetgeving worden vastgehouden buiten de invloed van het
normale Amerikaanse rechtssysteem.
De US marinebasis Guantanamo Bay omvat
geografisch gezien de meest zuidelijke helft, met toegang naar zee van de
grootste (natuurlijke) haven van het Cubaanse eiland. Het gebied waar de VS
sinds 1898 jurisdictie over heeft is zoals gezegd 116 vierkante kilometer groot.
Guantanamo Bay is onderdeel van de Cubaanse provincie Guantánamo, gelegen in het
meest zuid-oostelijke puntje van Cuba, met als hoofdstad de gelijknamige plaats
Guantánamo. Deze provinciehoofdstad heeft ruim een half miljoen inwoners en ligt
zo'n 30 km noord-noord-westelijk van de Amerikaanse marinebasis. De provincie
zelf ligt ruwweg 75 km over zee verwijderd van Haïti, dat samen met de
Dominicaanse Republiek op het buureiland Hispaniola ligt wat nog eens extra de
strategische ligging van de marinebasis benadrukt. De marinebasis heeft zo'n
9500 bewoners.
Navassa Island
Zo'n
170 km onder Guantanamo Bay, en zo'n 40 km uit de kust van Haïti (en een dikke
100 km van Jamaïca) ligt het slechts 5,2 vierkante kilometer grote eilandje
Navassa Island, dat officieel een territorium van de Verenigde Staten is. Het
eiland is onbewoond en wordt als natuurgebied beheerd door de U.S. Fish and
Wildlife (de Amerikaanse overheidsorganisatie voor visserij en natuur). De
soevereiniteit van de VS over het eiland wordt echter betwist door Haïti, dat
stelt dat het eiland al sinds 1801 tot dat land behoort. Navassa was ooit
interessant vanwege de winning van guano, een zeer krachtige mest gevormd uit de
uitwerpselen van zeevogels, vleermuizen en zeehonden. Indertijd werd guano niet
alleen voor mest gebruikt, maar ook om buskruit mee te maken en het was met name
voor winning interessant vanwege de hoge graad aan fosfaat en stikstof en omdat
het nagenoeg geurvrij is. De VS, in persoon van ene kapitein Peter Duncan
annexeerde het eiland in 1857, ondanks protesten door Haïti. Vanwege de wet op
de guano-eilanden (de Guano Islands Act) van 18 augustus 1856 was het voor
individuele Amerikaanse burgers mogelijk om een dergelijke annexatie te doen,
vooropgesteld dat zo'n eiland onbewoond was en niet onder het bestuur van een
ander landen viel. Of dat laatste wel het geval was wordt dus door Haïti nog
steeds betwist. Het eiland was tussen 1903 en 1917 onderdeel van het bestuur van
Guantanamo Bay. Daarna viel het eiland onder de Amerikaanse kustwacht, omdat
Navassa in dat laatste jaar een 46 m hoge vuurtoren kreeg. Het eiland was
namelijk een gevaarlijk obstakel in de vaarroute (tussen Haïti en Cuba door)
vanaf de Amerikaanse oostkust naar het in 1914 geopende Panama-kanaal. De
vuurtoren werd redelijk recent op 16 januari 1996 gedoofd, en sindsdien valt het
eiland onder het ministerie van binnenlandse zaken van de VS.
Voor
radioamateurs is het leuk om te weten dat het eiland een eigen landenstatus en
prefix heeft: KP1. (De prefix van Guantanamo Bay is KG4.)
Navassa Island op Google Maps
https://www.cnic.navy.mil/Guantanamo/index.htm (de site geeft
een onbevestigde certificaatmelding).
Bron: diverse bronnen, Wikipedia,
US Department of Defense
Categorie: micronaties - plusminus 1281 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
Beeldmateriaal:

Ligging van Guantanamo Bay in de provincie
Guantánamo op Cuba (public domain)

Plattegrond van Guantanamo Bay,
uitgegeven door de Amerikaanse federale overheidekst
(klik op de afbeelding
voor een vergroting, kaart: public domain)

Ligging van Navassa Island ten
opzichte van Guantanamo Bay op Cuba (bij de
opening in de 'P'), Haïti en
Jamaica (links). Kaart: public domain.

Uitzicht vanaf de oostzijde van de
marinebasis op Guantanamo Bay (nabij het niet meer
gebruikte vliegveld) over
de baai. (klik op de afbeelding voor een vergroting, public domain)

Uitzicht vanaf de marinebasis naar het
door Cuba gecontroleerde gebied. (klik op de afbeelding voor een
vergroting,
foto: Cesar Monroy, gepubliceerd onder een Creative Commons
Attribution-Share Alike 2.0 Generic licentie)

De veerboot die oost- en westzijde van
het door Amerika gecontroleerde gebied met elkaar verbindt (klik op
de
afbeelding voor een vergroting, foto: Cesar Monroy, gepubliceerd onder een
Creative Commons Attribution-Share
Alike 2.0 Generic licentie)

De sinds 1996 niet meer
gebruikte vuurtoren op Navassa Island, met daarnaast het vervallen woon- en
werkverblijf
van de vuurtorenwachter. (klik voor een vergroting, foto:
public domain)
Foto 12/2
Ik was er vroeg bij

Ik was er vroeg bij
Ik kreeg de afgelopen week een sympathieke brief van 'mijn' internetprovider. Een deel van de tekst daarin luidde als volgt:
745. Micronaties
745.
Micronaties
30 oktober 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Alleen maar columns over reclame is geloof ik ook weer wat veel. Niet dat ik er alles al over
geschreven heb. En ik heb ook nog een vaag plan om na die serie nog een korte serie te
gaan schrijven over een aantal oplichterstrucs die veel gebruikt worden.
Maar ik wil daarnaast ook graag weer wat met de serie over micronaties gaan doen waar ik in 2006
al mee begonnen ben. Begin van dit jaar heb ik al een poging gedaan, maar nadat ik
in september vorig jaar het eerste deel van de serie al had herschreven en
in februari een mooie vormgeving voor de bijbehorende website had gemaakt,
werden de plannen doorkruist door nogal wat zakelijke beslommeringen.
Vandaag begin ik met het deels herschrijven en deels nieuw
schrijven van een aantal hoofdstukken aan die serie. Omdat ik niet zeker
weet of ik het herschreven deel in februari van dit jaar al
eerder op deze site gezet heb, zal ik dat eerste deel onder deze
column
zetten.
Sinds ik deze serie ben begonnen is er zeker een drietal nieuwe
landjes in Europa
bij gekomen. Eentje, Forvik, heb ik een of twee jaar geleden al
beschreven. De andere twee waar ik nog niet over geschreven heb zijn
beide uitingen van protest, de een wat serieuzer en misschien wat
grimmiger dan de andere. Er is een groot verschil
tussen hoe Angelsaksische landen en landen met een Latijnstalige
achtergrond doorgaans met ontstane micronaties omgaan. Malu Entu dat
begin 2009 op een eilandje bij Sardinië
(Italië) ontstond, nou ja werd opgezet, is al heel snel door de
lokale
overheden (militairen, boswachters en medewerkers van de
havenmeester van de nabije stad Oristano) ontruimd. Forvik
daarentegen (nabij de Shetland Eilanden, boven Schotland) werd
ongemoeid gelaten, ook toen het 'staatshoofd' Stuart Hill,
alias Captain Calamity, een auto van een Forvik-kenteken en
Forvik-belastingregistratie voorzag en die op een weggetje op de nabije
Shetland-eilanden
parkeerde.
Het andere proteststaatje ontstond toen in Nederland de
Horstermeerpolder (iets ten westen van de lijn tussen Hilversum en
Bussum) de onafhankelijkheid uitriep. Niet helemaal duidelijk is hoe ver
het landje al dan niet ludiek is. Er werden wel degelijk concrete
stappen ondernomen door de 'inwoners', die er bijvoorbeeld uit bestonden
dat enkele waterwerken van Rijkswaterstaat werden vernield, waardoor
het
onder water zetten van een groot deel van de polder (daartegen
richten de
protesten zich vooral) zal worden bemoeilijkt. Geen van deze drie
landjes werd overigens voor zover ik heb kunnen nagaan door enig ander
land
erkend. Binnenkort dus, mede afhankelijk van de inspiratie meer...
Categorie: micronaties - plusminus 420 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
|
|
|
|
Vlag van |
Wapen van |
Neutraal Moresnet
Laatst herzien op: 27-9-2009
Ik ben verzot op grenzen. Landsgrenzen wel te verstaan. Ik ben erdoor gefascineerd. Steeds weer verbaas ik mij over de mensen die aan weerszijden van de grens wonen. In Drenthe bijvoorbeeld, waar een deel van mijn familie vandaan komt, is er in taal en cultuur nauwelijks verschil aan weerszijden van de grens. Ook in streken als bijvoorbeeld Limburg, bij Sittard waar het gebied aan de Duitse zijde van de grens de Selfkant heet, en bij Kerkrade/Herzogenrath zijn de mensen aan weerszijden elkaar goed gezind. Op andere plaatsen zoals in Nijmegen bijvoorbeeld zijn de verschillen groter. In Venlo heeft de bevolking vaak een regelrechte hekel aan de mensen die van de andere kant van de grens komen.
| Foto
rechts: Het huidige Drielandenpunt, waar de grenzen van Nederland,
Duitsland en België samenkomen was 103 jaar lang een
vierlandenpunt. (foto: Ahoerstemeier, GNU Free Documentation
License, Version 1.2 and later. Foto is aanklikbaar voor een
vergroting)
Dat laatste kan misschien komen doordat er in Venlo al jaren een Duits winkelgebied is, waar je in de guldenstijd zelfs alleen maar met D-marken kon betalen. Ik kocht er eens een bakje aardbeien, en constateerde dat het meisje achter de kassa hoegenaamd geen Nederlands sprak. Wonderlijk. Ook kan het zijn dat die tegenstelling juist dáár ontstaan is omdat in deze regio aan het begin van de oorlog de Duitsers per trein ons land het eerst binnenvielen (de eerste plaats waar dat gebeurde was Gennep, ten noorden van Venlo net onder Nijmegen).
Vierlandenpunt |
Het vierde land(je) hield aan het begin van de twintigste eeuw op te bestaan en behoort tegenwoordig tot Duitstalig België. Neutraal Moresnet heette het, en het was een soort van driehoekig van vorm, 3,5 vierkante kilometer groot, en lag met de bovenpunt tegen het huidige Drielandenpunt aan. Het mini-staatje dat dus precies 103 jaar heeft bestaan, ontstond doordat Pruisen nét na de tijd van Napoleon onenigheid had over de grens met de toenmalige Nederlanden, waar België destijds nog deel van uitmaakte. De onduidelijkheid ging over een winstgevende zinkmijn.
Afbeelding links: Kaart van Neutraal Moresnet, gemaakt door het Ministerie
van Oorlog, verkend in 1842, uitgegeven in 1862. (Bewerking in 2005
vrijgegeven in het public domain door Ed Stevenhagen, kaart is aanklikbaar
voor een vergroting).
Uiteindelijk werd besloten om van de omstreden streek een neutraal gebied
te maken. In 1816 werd in het Akens Grensverdrag bepaald dat het gebiedje
Mairie Moresnet in drieën zou worden verdeeld. Het huidige plaatsje
Neu-Moresnet werd Pruisisch Moresnet en viel aan Pruisen toe. Het plaatsje
Moresnet ging bij Nederland (dat tot de Belgische revolutie in 1830 dus
nog uit Nederland en België bestond). Het plaatsje Kelmis, waar de
zinkmijn lag werd het zelfstandige gebied Neutral Moresnet, bestuurd door
een Nederlandse en een Pruisische commissaris, maar met een machtige
burgemeester aan het hoofd. Drie jaar na het ontstaan, in 1818 werden er
de eerste (houten) grenspalen geplaatst. Die werden tussen 1869 en 1870
vervangen door stenen exemplaren. Oorspronkelijk woonden er in dat gebied
256 mensen. Later kwamen daar nog bijna 3000 arbeiders van de zinkfabriek
bij. Het land werd bestuurd door een commissaris, maar in feite zwaaide de
machtige burgemeester er de scepter. Het land had geen eigen munten, maar
wel eigen postzegels. Neutraal Moresnet heeft ook een tijdje een eigen
vlag en een eigen volkslied gehad. Vanaf 1830, toen België en Nederland
als aparte landen verder gingen, grensde het landje, op dat ene puntje
bovenaan na, aan Belgisch grondgebied in plaats van het Nederlands.
Neutral Moresnet ontwikkelde zich al snel tot een belastingparadijs. De
lonen waren er hoog en aanvankelijk gold er geen dienstplicht en alcohol
stoken was er legaal. Gevolg was dat de aanvankelijke bevolking van 256
personsn zich mede door de aantrekkingskracht van de zinkmijn als
werkgever in vijftig jaar tijd vertienvoudigde naar 2500.
Foto rechts: Voormalige woning van de directeur van de zinkmijn,
tegenwoordig het Göhltalmuseum over Neutraal Moresnet. (Foto is
aanklikbaar voor een vergroting.)
Esperantostaat
De zinkmijn raakte in 1885 uitgeput, waarna diverse plannen ontstonden om
het gebied als zelfstandige 'natie' te laten voortbestaan. Zo wilde de
kleurrijke plaatselijke huisarts en bedrijfsarts van de zinkmijn Dr.
Wilhelm Molly er de onafhankelijke Esperantostaat 'Amikejo' (plaats van
grote vriendschap) vestigen. Rond 1900 begon Pruisen echter meer en meer
druk uit te oefenen op het gebied, maar ook België wilde het zich niet
laten ontvallen. In 1914, aan het begin van de Eerste Wereldoorlog viel
Pruisen België binnen, waarna in 1915 Moresnet door Pruisen werd
geannexeerd. In de verdragen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog
oorlog viel het gebiedje echter weer aan België toe, waar het nu nog
steeds deel van uitmaakt. Bijzonder is dat van de zestig grenspalen van
het landje er nog altijd vijftig gewoon in het landschap staan. Deze zijn
onder andere te zien op de website www.grenspalen.nl. (Die site is sowieso
ergde moeite waard).
Voor Neutraal Moresnet heeft recentelijk een tijdje opnieuw een
onafhankelijkheidsbeweging gehad. Te zien aan de website die de beweging
een tijdje in de lucht gehad heeft was dit echter geen serieus initiatief.
Voor verdere info zie: www.moresnet.nl,
http://en.wikipedia.org/wiki/Moresnet.
Bronvermelding: Wikipedia (nl/en/dl), moresnet.nl, grenspalen.nl
Kaart van het gebied, zie de verklaring hieronder.
1: Nederland (vanaf 1830), provincie Limburg2: België (vanaf 1830), provincie Luik/Liège
3: Neutraal Moresnet, 1816 - 1919
4. Pruisen, de Rijn-provincie
a. Duits-Nederlandse grens, zoals gold vanaf 1843
b. De weg van Aken naar Luik
c. De huidige Duits-Belgische grens, die geldt vanaf 1919
De gebieden 1 en 2 hoorden van 1815 tot en met 1830 bij elkaar, binnen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. In 1830 scheidde België zich af, wat door het huidige Nederland in 1839 werd erkend. De grens tussen beide landen werd formeel vastgesteld in 1843.
België kreeg het tweetalige Moresnet als gevolg van verdragen aan het eind van de Eerste Wereldoorlog in bezit als compensatie voor de schade tijdens die oorlog. Sindsdien behoren de gebieden 2, 3 en 4 (ten westen van c), bij België op een korte periode in de Tweede Wereldoorlog na, toen Duitsland (opnieuw) Moresnet en de Duitstalige Belgische Oostkantons annexeerde.
(Tekst bij de kaart: vrije vertaling van de beschrijving hiervan op Wikipedia, kaart: handgetekend door Cwoyte, Public Domain)
Tijdloos
744. Voordringen
744.
Voordringen
22 oktober 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Niemand
is tegenwoordig tevreden meer. Lastige kinderen zijn volgens vooral
leraren en in tweede instantie ouders, hyperactief en moeten een
pilletje. Binnenkort komen er smartpillen, waardoor je tijdelijk slimmer
wordt, en je kunt er donder op zeggen dat er een studentenvakbond is
die gaat eisen dat ze in het ziekenfonds komen. En in tweede instantie
dat werkgevers gaan eisen dat hun mensen die gaan slikken.
Ook qua uiterlijk gaan mensen steeds meer aan zichzelf
sleutelen. Oudere mensen maken zichzelf zo jonger, iets dat ik als
vijftiger die overigens niet ontevreden is met zijn uiterlijk best goed
kan begrijpen. Maar wat moet ik denken van tieners wiens ouders het zich
kunnen veroorloven, met een medisch niet noodzakelijke borstvergroting
of andere soortgelijke veranderingen aan
hun uiterlijk? Over tien of vijftien jaar, zo zul je zien, is de
mode ineens weer cup-A en voor je het weet veranderen de
al dan niet gewenste uiterlijke kenmerken met de
seizoenscollecties mee.
Het is niet dat ik het die mensen niet gun, maar er is toch iets
bij mij dat er bij die verschijnselen jeukt. Ik vind ook dat er iemand
is die het maar eens moet zeggen gewoon. Natuurlijk gaan de
ontwikkelingen verder, en wordt het uiteindelijk ook mogelijk om al die
seizoencollectiegekte ook nog zonder grote problemen met operaties te
kunnen volgen. Het ene jaar beheersen dikkerdjes met, zeg maar een
spitse neus het straatbeeld, en het jaar erop dezelfde mensen als magere
spicht maar met cup K-plus en een formidabel grote, maar ook weer niet
te ver naar achteren uitstekende derrière.
Vanzelfsprekend komen er uiteindelijk ook IQ-verhogende
operaties. Die werkgevers dan als voorwaarde stellen om voor promotie in
aanmerking te komen. En lagelonenlanden met enigszins totalitaire
inslag en een tekort aan laagbetaalde fabriekswerkers gaan dan juist
IQ-verlagende operaties verplichten.
Ik voorzie dat iedereen op termijn steeds meer op elkaar gaat
lijken. Alle meisjes zien eruit als blonde of gekleurde beauty queens,
de mannen breedgeschouderd, als in een hedendaagse reclame voor een uit
de mottenballen gehaalde after shave uit de eerste helft van de vorige
eeuw. Alle blakendwitte tanden van iedereen op dezelfde rij. Holy shit!
Ja holy shit! Want ik steek zelf juist oh zo graag een beetje boven het maaiveld uit. I just
like to stick out in a crowd, hekel als ik heb aan conformeren.
Wat is er rododendron nog aan toe mis met een dorpsgek? Die zijn
er door de eeuwen heen altijd geweest. Net als de hofnar. En het
lelijke eendje. Natuurlijk, ik ben tegen ondraaglijk lijden. Mensen met
een depressie moeten geholpen. Net als mensen met pijn. En ook met erge
zielepijn. Maar tegen niet helemaal volgens de norm zijn vind ik deze
maatregelen overkill.
Ik ben voor authenticiteit. Maar los van het feit dat ik
ingespoten botox en andere ingrepen waarvan je toch eigenlijk wel weet
dat ze nep zijn gewoon lelijk vind, doe je jezelf daarmee niet gewoon
ongelooflijk geweld aan? En geldt niet hetzelfde voor allerlei ingrijpen
in het brein?
Ik zou het zelf niet zo snel doen, maar ik
vind aan de andere kant mensen met tattoo's
juist helemaal geweldig. Net als piercing's (dat heb ik zelf ook
wel eens overwogen). Ook vormen van carving (tatooëren d.m.v.
littekenweefsel) en andere modificaties als ingebrachte parels en
gespleten tongen, ze zijn voor mij een teken van authenticiteit, stijl
en een al dan niet goede eigen smaak. Maar jezelf met soortgelijke
maatregelen voordoen als mooier, jonger, slimmer, dommer of meer tot de
middelmoot behorend, is natuurlijk gewoon flink nep en daarmee inherent
dus eigenlijk reuze lelijk.
Verdikkeme, auto's pimp je op. En huizen. En desnoods oude
televisieprogramma's.
Maar luister goed, vooral wat écht is, dat is mooi.
Authenticiteit,
zoals ik dus daarnet al zei! Ik ben
behoorlijk atheïstisch, maar plastische chirurgie is, als het
niet een functie heeft en alleen is voor de mooi toch niets anders dan
bij het uitdelen van lichaamsdelen bij de schepping voordringen?
Categorie: opinie - plusminus 644 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
Van mijn Twitter-page
Dit is leuk! Let ook op de nep Googel-Ads
onderaan. This is great! Mind the fake
Googel Ads below





