757. Wie kent dit goedje nog?
Hoe maak je grappig materiaal met een visco-elasticiteit van een type dat op een niet-newtoniaanse wijze uitvloeit?
757. Wie kent dit goedje nog?
22 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
In
de jaren zestig waren er verschillende rages. Veel mensen zullen zich
Batman nog wel herinneren en de
Thunderbirds. Een van de minder bekende voorbeelden was de
zogenaamde 'lachzak'. Dit was een stoffen zakje met daarin een
huidkleurig stukje elektronica waarin een miniatuur doorzichtig
grammofoonplaatje zat. Net als bij een scheetkussen moest het zakje
enigszins onder druk gezet worden en er barstte een mechanisch klinkende
aanstekelijke bulderende lach uit het apparaatje, die pas na enige tijd
weer ophield.
Iets anders waarvan ik altijd gedacht heb dat een kortdurende rage
was, bleek toen ik het ging opzoeken helemaal geen rage geweest te
zijn.
De afgelopen weken vond er werk aan mijn huis plaats waarbij
veelvuldig werd geschilderd. Op een bepaalde dag meende ik de geur van
vroeger te kennen, en of de geur echt overeenstemde weet ik niet, maar
ik bedacht me dat het rook als Silly Putty.
Silly Putty werd verkocht als speelgoed, in een ei dat je in twee
helften open kon maken en weer sluiten. Na 'gebruik' kon je het
spulletje daar ook weer in opbergen. Het materiaal waarvan ik altijd
gedacht heb dat het een bijproduct was van de olie-industrie had een
aantal bizarre kenmerken. Zo was het bijvoorbeeld zowel vast als
vloeibaar. Dat wil zeggen dat de viscositeit, de stroperigheid van het
materiaal varieerde met de druk waaraan het bloot stond. Zo kon je het
tot een balletje kneden, en dan op tafel leggen. Een halve middag later
was het balletje dan goeddeels
uitgelopen tot een soort van plasje. Wanneer je er echter een
staaf of broodje van kneedde kon je die vervolgens ook gewoon doormidden
breken. Als je het materiaal op een harde ondergrond gooide, dan
stuiterde het, door de klap een moment lang
tot een rubberachtige vaste stof geworden, als een stuiterballetje
weer terug.
In die tijd werden kranten doorgaans nog met olieachtige inkt
gedrukt, en doordat het materiaal ook kleefde kon je wat er in de krant
stond op het
stuiterbal-boetseer-materiaal overbrengen. Die afbeelding of tekst
kon je al dan niet vervormen en vervolgens op een ander blad papier
weer afdrukken. Door die dubbele handeling was de kopie dan ook nog niet
in spiegelbeeld.
Op Wikipedia is een hoop over het materiaal te vinden, en zo kwam
ik er dus achter dat het helemaal niet een bijproduct van aardolie uit
de jaren zestig was, maar dat het materiaal tijdens de oorlogsjaren per
ongeluk was ontdekt. De VS zagen in die tijd Japan steeds meer gebieden
bezetten waar de VS hun rubber van betrokken. Rubber was voor de
oorlogsindustrie heel belangrijk, zodat er naarstig naar allerlei andere
alternatieven als oplossing voor het rubberprobleem werd gezocht. Zo
stuitte men dus op dit materiaal.
Bij de bijzondere eigenschappen van het materiaal wordt als
belangrijkste een visco-elasticiteit genoemd van een type dat op een
niet-newtoniaanse wijze uitvloeit. Over het patent voor het spulletje
werd in eerste instantie flink geruzied tussen twee onderzoekers die het
materiaal vermoedelijk toevalligerwijze en onafhankelijk van elkaar
ongeveer tegelijkertijd bedachten. Het niet giftige materiaal lag al in
1949 in de Amerikaanse speelgoedwinkels. In de jaren 50 ging een van de
eerste TV-reclamecampagnes over dit speelgoed.
Het materiaal was vanaf 1961 ook in andere landen dan de VS
verkrijgbaar, waarna het een hit werd in de communistische Sovjet
Unie(!), in Italië en onder andere
in Duitsland, Nederland en Zwitserland. Het werd in 1968 zelfs
door de astronauten van Apollo 8 meegenomen naar de maan om
onderweg tijdens gewichtloosheid hun ruimtegereedschap mee vast te
maken zodat
dit niet ging rondzweven. In 1987 werden er jaarlijks zo'n 2
miljoen eieren met Silly Putty verkocht.
Behalve in de ruimte wordt het materiaal vanwege de
kleefeigenschappen bijvoorbeeld ook gebruikt om vuil te verwijderen
zoals dierlijk haar. Ook bij medische behandelingen wordt Silly Putty
soms gebruikt en bij wetenschappelijk onderzoek. Fysiotherapeuten
gebruiken het om mensen met verwondingen aan hun handen te helpen de
functionaliteit van hun handen terug te krijgen. Ook kan het in zijn
algemeenheid helpen om stress te verminderen.
Silly Putty bestaat voor 65% uit dimethyl siloxane, een
siliconenmateriaal dat voor de bijzondere eigenschappen zorgt. Het wordt
verkregen door bepaalde polymeren te verkorten met behulp van boorzuur.
Het bestaat verder voor 17% uit silica (kristallijn kwarts, dat bij een
andere toepassing in gel-vorm ervoor zorgt dat verpakte elektronica bij
verschepen niet vochtig wordt), een belangrijk ingrediënt
is verder een aandeel aan verwerkte zaden van de wonderboom
(castor beans in het Engels). Van deze castor-olie (Thixatrol ST) zit er
9% in en verder nog 1% van een drietal andere stoffen.
Silly Putty is nog steeds te koop. Ik heb het in Nederland na kort
googlen niet kunnen vinden, maar via eBay betaal je ongeveer 2,50 euro
voor een ei.
Het is niet heel moeilijk om Silly Putty zelf te maken. Een beschrijving hiervoor staat op:
http://www.hoedoe.nl/wetenschap-techniek/scheikunde/hoe-maak-ik-silly-putty
Silly Putty website: www.sillyputty.com
Categorie: life-log / nostalgisch / informatief - plusminus 792 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
756. Zoenend stelletje
756. Zoenend stelletje
14 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Eind
jaren 70, begin jaren 80 organiseerde ik als radioamateur vele
vossenjachten. Vossenjachten hebben in dit kader niets met
dieronvriendelijke activiteiten te maken, maar het komt er in het kort
op neer dat één zo'n zendgek zich ergens in de bosjes of op een andere
meer creatieve plek moet verstoppen, en dat de rest, destijds vaak een
hele meute die ene figuur met zijn/haar zender dan
moet zien op te sporen. Voor opsporingsambtenaren van
clandestiene zenders is het dagelijks werk, maar radioamateurs zien het
bij dit soort gelegenheden meer als sport. Er zijn meerdere varianten
van dit soort vossenjachten, bij veel
daarvan wordt er alleen gelopen. Wij hadden destijds een systeem
waarbij we in het begin
dat we ze organiseerde nog een aparte puntentelling hadden voor
lopers,
fietsers en autorijders maar uiteindelijk was de praktijk dat
iedereen vanaf een parkeerplaats op een van de hoogste plekken van
Amersfoort
(voor wie het kent nabij het Belgenmonument) met de auto startte
en afhankelijk van de plek alleen de laatste meters, of hooguit
honderden meters lopend aflegde.
Teams bestonden dan ook meestal uit een chauffeur en een
navigator annex
jager.
Hoewel ik ook in de competitie van de jachten zelf weleens heel
aardig heb gepresteerd, was ik doorgaans toch een vrij matig
vossenjager. Des te beter was ik in het bedenken van rotstreken als
'vos'. Dat bleef bij de anderen niet onopgemerkt, en zo is er als ik een
enkele keer toch eens zelf op vossenjacht ging meermalen op een
sympathiek bedoelde manier wraak op mij genomen.
Een van die keren was de vos een voor mij onbekend persoon.
D.w.z. ik kende hem wel, maar ik wist niet wie het was. Of zelfs
maar dat hij bij het vossenjagen betrokken was. Zodoende had ik
ook niet direct in de gaten wie of ik in het donker voor me had.
De auto door mijn vaste kompaan bestuurd bracht mij vlak in de
buurt van diens woonhuis, park Randenbroek, waar je destijds nog in
donker zonder al te ongerust te zijn voor criminaliteit of dingen die
mogelijk in strijd zijn met de zedenwetten van mijn woonplaats kon
rondlopen. Ik begon vanaf
(opnieuw voor wie de omgeving kent) de richting van het
ziekenhuis, net buiten het park aan de andere kant van de
beek te lopen. Het was in een korte periode dat ik met jagen
buitengewoon goed presteerde, wat kwam door een deels zelfbedachte en
zelfgebouwde peilontvanger, die weliswaar uiterst geschikt was voor het
peilwerk, maar tegelijk ook zo onhandig zwaar en weinig waterdicht dat
ik hem daarna voor dat doel nog maar heel
erg weinig heb gebruikt. Nadat ik tweederde van de zijde langs
het park had afgelegd, wist ik daardoor absoluut zeker dat de zender
zich op een bepaalde plek precies aan de andere kant van de beek
bevinden moest.
Doordat we bovendien, peilantenne uit het raampje van de
VW-kever gestoken, vrijwel in een rechte lijn vanaf heb Belgenmonument
naar beneden bij het park gereden
waren, wist ik zeker dat ik absoluut tot een van de eersten
moest behoren die op de plek van bestemming was aangekomen. Kortom, nog
even stug doorstappen, beek over en de ingang van het park in, en de
overwinning kon mij bijna niet meer ontgaan. Voorzichtigheidshalve in
het donker poolshoogte genomen van de situatie ter plekke. Meestal zit
er een persoon bij of dichtbij de zender, maar soms hangt er een briefje
aan of een stapel briefjes waarvan je er eentje ten bewijze mee
moest nemen. Dat viel nog niet mee, want ondanks dat mijn ogen
al een poosje aan het donker waren gewend ontnam de donkere nacht en het
dichte bladerdak mij vrijwel alle zicht.
Toch ontwaarde ik vrijwel op de plek waar ik gepeild had op een
bankje een silhouet. Ik peilde van een meter of 100 afstand nog maar
eens extra. Geen zin om een eventueel agressieve zwerver onnodig uit
zijn slaap te halen. Maar nee hoor. Pinpoint-precies om het zo maar te
zeggen. Maar ik bleef niettemin voorzichtig. Voor hetzelfde zat de vos
10m achter het bankje en had ik alsnog te maken met een zwerver.
Op de bank bleek een zoenend paartje te zitten. Ik was redelijk
overtuigd van mijn gelijk en
riep van dus een meter of acht afstand "ik zoek de vos". Ze
gaven enigszins geamuseerd aan dat ze geen idee hadden waarover ik
sprak. Maar ik wist het zeker, dus drong ik aan. Het bleek dat ze toch
wel graag met rust gelaten wilden worden. Toen ik een derde keer vroeg
werd ik
resoluut weggestuurd. Vervolgens nog een aantal keren gepeild,
niet verder dan 50 tot 100 m vanaf de plek, maar de man in kwestie met
zijn
resolute stemgeluid maakte de indruk dat er niet met hem viel te
spotten, en omdat met het sowieso onverstandig leek om zoogdieren bij
hun paringsritueel lastig te vallen besloot ik mijn heil elders te gaan
zoeken. Vossenjachten op de betreffende frequentie in bewoonde
omgevingen staan bekend om de vele reflecties van het signaal die
ook geregeld valse peilingen veroorzaken.
Afijn, nadat ik mijn actieradius tot zeker 15 minuten
loopafstand had uitgebreid kwam ik zo'n 40 minuten later alsnog op
dezelfde plek aan. Het paartje zat er nog steeds, en toen ik nogmaals in
hun richting keek leek het alsof ze me vol medelijden wenkten. Jawel,
ik had wel degelijk de vos als een van de eersten aangetroffen, maar
doordat ik me dus had laten aftroeven stond ik dit keer
bij de prijsuitreiking zowat onderaan de lijst.
Het moeilijkst was vervolgens nog mijn gang naar het
nabijgelegen cafetaria waar de prijsuitreiking dus zou plaatsvinden.
Het liefste was ik gewoon direct naar huis gegaan. Uiteraard
waren de meesten
daar al binnen komen wandelen. De creatieve manier waarop de vos
zich dit keer had verstopt, maar bovenal hoe ze de
jongen die zelf altijd de gemene streken uithaalde hadden
afgetroefd was
er inderdaad aanleiding voor veel hilariteit. Eigen schuld dikke
bult.
Categorie: life-log - plusminus 986 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
755. Schurken!
755. Schurken!
10 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Nou ja, misschien niet letterlijk. Maar toch, in mijn beleving...
Ik heb in het verleden al vaker rare problemen gehad met 's
lands beste internetprovider. Maar wat ik de afgelopen week meemaakte
had enige trekjes waar de DDR-regering in haar gloriedagen
waarschijnlijk trots op had kunnen zijn.
Voor de goede orde: geregeld ontvang ik brieven van het bedrijf,
vaak vergezeld van een aardig presentje waarin het niet nalaat mij te
prijzen omdat ik officieel tot de 300 eerste van hun nu vele
tienduizenden klanten behoor.
XS4ALL was van huis uit een stichting. Opgezet door eerlijke
mensen met oprechte idealen, zoals Rop Gonggrijp en Felipe
Rodriquez. Nooit bedoeld als internetbedrijf, maar als
nevenactiviteit van een vereniging van hackers die dat hacken deden om
de juiste motieven, namelijk misstanden aan de kaak stellen.
Hoewel het bedrijf nog graag flirt met de standpunten van weleer
lijkt het een soort wolf in schaapskleren. Rond de millenniumwisseling
werd het bedrijf gekocht door KPN. Die aankoop snapte ik nog wel. De
mensen van de beginperiode waren dus geen zakenmensen of managers. Zij
deden het besturen van dat steeds meer groeiende bedrijf tegen wil en
dank. Het waren mannen met dikke brillen, deels kale hoofden, slobberige
T-shirts met cola en met pizzavlekken en met soms een paardenstaart,
samen met hun vrouwelijke equivalenten.
Managen kun je beter overlaten aan mensen die daarvoor hebben
doorgeleerd, maar die bovendien in de wieg zijn gelegd, of zich later
hebben ontwikkeld tot het willen doen van dat soort werk.
Lange tijd heeft de oude garde zich vervolgens tegen de
verKPNisering weten te verzetten. Maar meer en meer van de mensen die ik
kende van weleer die bleken door de jaren heen er niet meer op hun
plek. Ik bedoel dat dus zowel letterlijk als figuurlijk.
Ik behoor er tot de klanten van het eerste uur, en heb het
bedrijf al de jaren, eigenlijk vanaf het allereerste begin steeds
gevolgd. Een rotte kies is het inmiddels waarvan alleen het dunne laagje
glazuur aan de buitenkant nog over is. Het heeft me in afgelopen jaren
al in toenemende mate verbaasd hoe het bedrijf zich nog steeds binnen de
top drie, en meestal zelfs op één van de bedrijven met de beste service
heeft weten te handhaven. Zoals een werknemer van het bedrijf van de
oude garde een aantal jaren geleden al eens op fluistertoon tegen me
verzuchtte: "Als ik zie hoe erg het bij ons is, dan vraag ik me wel eens
af hoe erg het bij al die anderen wel niet moet zijn..."
Meermalen heb ik in het verleden conflicten gehad om dingetjes
soms en af en toe wat groters, zoals een fiks geldbedrag dat onterecht
was geïncasseerd, maar waar ik alleen met de allergrootste moeite
mijnerzijds niet naar heb hoeven fluiten.
In het begin van deze eeuw haakte het bedrijf in op de populaire
podcast-rage. Dat was rond 2003 of 2004. De firma heeft meerdere van
deze experimentele diensten, maar ik was aan met name deze dienst
verknocht geraakt. Wat heet. Toen XMSnet met een glasvezeldienst beter
dan de ADSL van XS4ALL kwam, was dit een van de twee redenen dat ik aan
het bedrijf bleef hangen. Tot vorige week was ik er een van de meest
actieve gebruikers van. Ik had er bij benadering zo'n 600 abonnees.
Natuurlijk was ik me ervan bewust dat zo'n experimentele dienst geen
eeuwig leven is beschoren.
Toen ik gisteren een nieuwe podcast online wilde zetten kwam ik
niet op het inlogscherm, maar gewoon op de XS4ALL-website. Daarop stond
vermeld dat de dienst de week ervoor was opgeheven. Het had lang genoeg
geduurd. De knop was omgedraaid. Alleen hebben ze mij dat dus als
gebruiker even verzuimd te melden. De tekst ging verder dat het ook
makkelijk kon, dat opheffen. Podcasten was tegenwoordig op meer plekken
mogelijk, er waren immers twee mooie alternatieven: podplaza.nl en
gespod.nl
Mijn broek zakte op mijn enkels van verbazing. Gelukkig kon
niemand dat verder zien, maar twee van mijn drie katten zijn de schok
daarover dus nog altijd niet te boven. Die broek dat was dus niet alleen
verbazing over het gemak waarmee een van de trouwste klanten van het
bedrijf wordt gebruuskeerd en gedupeerd. Maar ook over het feit dat men
dus niet blijkt te weten dat het alternatief podplaza al in 2009 de
handdoek in de ring gooide, en dat gespod.nl eind november 2010 stopte
met het nog langer verspreiden van haar podcasts.
Het is voor mij technisch en financieel geen groot probleem om
een nieuwe podcast op te zetten. Maar wel kan ik mijn 600 trouwe
abonnees dus niet laten weten dat mijn oude podcastlink het niet meer
doet, en waar ze die nieuwe podcast van mij dus kunnen betrekken. Ik
weet van bijna geen van alleen waar ze zitten of wat voor andere info
ook.
Een verzoek vanochtend om dan toch op zijn minst op de oude link
kort een mededeling neer te zetten waar mijn nieuwe podcast is te
vinden werd in één simpel woord afgedaan: 'nee'. Dit slechte nieuws aan
mij overbrengen werd overgelaten aan een sympathieke en zich hierover
hoorbaar schuldig voelende helpdeskmedewerker die zo te horen aan hoe
vaak hij dingen na moest vragen, slechts korte tijd bij het bedrijf in
dienst moet zijn.
Nu ik erover nadenk: schurken zijn het inderdaad niet nee. Maar onbeschofte hufters wel!
De link van mijn nieuwe podcast, sinds vanmiddag in de lucht:
http://podcast.shorties.nl/rss.xml
(Abonneren kan via bijv. browser, Outlook, Thunderbird of een gespecialiseerd programma zoals Feedreader).
Categorie: life-log - plusminus 885 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
754. Hellup!! Het antenneregister
754. Hellup!! Het antenneregister
9 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Ik
ben zendamateur, en dan moet je in het antenneregister, omdat sommige
mensen bang zijn van zendmasten. Dat zendamateurs in dat register komen
is een beetje gek. Mobiele telefoonantennes en die voor omroepzenders,
zenden uit op een vaste zendfrequentie. En dat meestal 24 uur per dag.
Zendamateurs gebruiken een betrekkelijk laag zendvermogen, maar zijn
gewoonlijk ook maar heel kortdurend in de lucht. En dat dan vaak op
steeds wisselende frequentiebanden, waarbij doorgaans ook geregeld van
zendvermogen wordt veranderd.
Maar Europa heeft dus besloten dat alle zenders in het register
voor de bange mensen moeten, en op zich is dat een loffelijk streven. De
maatregel pakte in een aantal landen veel vervelender uit dan in
Nederland, waar eenmaal registreren van alle aparte antennes op één plek
bijvoorbeeld voldoende is en kosteloos. Toch hebben veel radioamateurs
grote bezwaren om hun zendplekje op een kaart te zetten. De invoering
van de maatregel duurde lang. Er moest een speciale website gemaakt
worden, die eerst niet heel erg goed werkte. Sinds een poosje wordt
gezegd dat die website wel gewoon goed werkt, en
sinds een paar dagen stuurt het agentschap van het Ministerie
van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
dat verantwoordelijk is dreigende brieven rond voor de mensen
die nog niet in dat register staan. Wee je gebeente want anders
bestuurlijke boete en/of een last onder dwangsom. Zo zout hebben de
radioamateurs het in Nederland nog niet zo vaak gegeten, maar het gaat
natuurlijk ook om een kwestie van gewicht.
Ik heb zelf twee zendvergunningen op mijn huisadres. Eentje voor
een piepklein bakenzendertje, de andere om gewoon gezellig en
populairwetenschappelijk met de andere amateurs te praten en te
experimenteren met de apparatuur. De exacte coördinaten van het
bakenzendertje heb ik anderhalf jaar geleden al schriftelijk
doorgegeven, en op de kaart op het antenneregister dat iedere burger via
internet kan raadplegen stond ook lange tijd een groen zijwaarts
gericht driehoekje, dat aangaf dat hier het bakentje zich bevindt. Als
je erop klikte dan stond er "geen informatie beschikbaar" en dat klopt.
Waar een UMTS-mast tot op de milliwatt nauwkeurig moet vertellen wat het
uitzendt, en hoe hoog de antenne staat mogen de zendamateurs zich dus
in zwijgen hullen.
De dreigbrief verbaasde mij in mijn geval ook licht: immers met
die tweede vergunning die gekoppeld is aan de eerste ben ik niet bepaald
geheimzinnig met mijn exacte plek op de landkaart omgesprongen. Toch
kreeg ik gisteren dus die bestuurlijke-dwangsom-dreigbrief. Wat was hier
aan de hand? Ik dus op het internetkaartje gekeken. Verdorie. Het
groene driehoekje was inderdaad verdwenen. Men wist niet meer waar ik
was. Het zelfde geldt overigens voor een paar omliggende GSM- en
UMTS-masten, maar het kan heel goed zijn dat die dus inmiddels
zijn verhuisd, of dat de antennes er nog staan maar de
apparatuur dus niet is ingeschakeld. Toch is dat natuurlijk wel een
beetje vreemd. Mijn huisadres
moest nog wel steeds gewoon in bezit zijn, want die brief die
kwam dus keurig aan.
Afijn, het is een enigszins zwoele zondagmiddag en ik heb toch
niets beters te doen dan in de zon zitten, dus zal ik maar eens even die
gegevens invullen. Ik heb begrepen dat daar een mooi en ergonomisch
interface voor is, waar je door simpelweg een kruisje op de kaart te
corrigeren je positie haarfijn door kunt geven. Iemand die in de
Josti-band speelt die moet het dus gewoon kunnen zal ik maar zeggen.
Maar dat viel dus nog niet mee. OK. mijn DigiD die had ik dus nog wel
snel gevonden, maar toen. Tussen de verschillende pagina's moest ik
telkens een kwartier lang wachten.
Of soms veel langer. OK, het waren geen vervelende momenten. Ik
ben begonnen met een bakje ijs op de trap voor mijn woning te gaan
lepelen. Toen ik - ijs op -
bij de computer terugkwam stond een groen balkje op het scherm
halverwege. Ik heb maar
even gewacht. Nogmaals ik heb mij niet verveeld. Toen ik op de
rechthoekige grijze knop met 'kaart' gedrukt had, en nog even mijn
geduld aan het zonlicht blootstelde kwam er een mooie mevrouw met lang
krullend blond haar en een schattig hondje voorbij, en terwijl de kaart
op het scherm zich eindelijk aan mij zou openbaren heb ik haar zelfs
haar 06-nummer weten te ontfutselen. Het scherm dat ik vervolgens zag
kon mijn humeur dus niet meer
bederven. Ik heb het als bewijsvoering van mijn onschuld maar
bewaard, want ik voel me toch wat ongemakkelijk met die dreiging van die
last onder dwangsom in het vooruitzicht.
Aan mijn PC kan het dus niet liggen, die behoort momenteel tot
de
vrijwel snelste die er zijn. Misschien dat ik het volgende week
nog maar
eens opnieuw op die website ga proberen, want per brief daar heb
ik dus na dat verdwijnen van dat eerdere groene driehoekje ook geen
vertrouwen meer in.
Naschrift: Het is me na alle moeilijkheden van vanmiddag, halverwege de avond probleemloos gelukt om mijn antenne alsnog te registreren.
Opmerkelijk was daarbij dat mijn oude mailadres op de registratiewebsite vermeld stond, terwijl ik ook dat een paar maanden geleden had aangepast naar mijn nieuwe adres.
Categorie: life-log - plusminus 791 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
753. Nieuwe wegen (2)
753. Nieuwe wegen (2)
26 april 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
In
deel 1 van deze column beschrijf ik dat je hersenspinsels als ze de
vrije ruimte krijgen zo vanuit jezelf komen opborrelen. En dat dat een
manier van werken is. Dat is volgens mij wel gebruikelijker bij musici
en bij schilders dan bij tekstschrijvers. Dat komt misschien ook wel
doordat schrijven in een aantal opzichten toch wat meer een rationeel
proces is. Je moet er wel echt bij
nadenken (anders verschijnt er ook onzin op het scherm), en dat
heb ik zelf bij fotograferen veel minder. Ik hoef er daar minder zelf
tussenin te gaan zitten en de vertaling van mijn emoties naar het
resultaat is daar dan ook veel directer.
Zoals ik het beschreef is het ook wel een beetje aangezet ten
opzichte van wat het echt is, maar ik moet wel de ruimte hebben om te
schrijven. En ik moet mezelf ook echt vaak overtuigen waarbij een
gezonde deadlinedruk is ook ontzettend productief. De beste columns zijn
steevast de exemplaren die al dan niet onder die druk in één klap zijn
geschreven.
Iedereen heeft daarbij natuurlijk zijn eigen manier van werken.
Het verrassende voor veel niet-creatievelingen is vaak dat het allemaal
juist weer minder vanuit je 'bewuste' of je 'rationele' komt dan
je zou denken. De beste manier als je er echt niet uit komt
om inspiratie te krijgen is dan ook om zonder bij na te denken
alle losse woorden die uit je onderbewuste naar boven komen borrelen (al
dan niet over een specifiek onderwerp), gewoon tegen de linkerkantlijn
onder elkaar op te schrijven, en later met die woorden aan de gang te
gaan. (Als eerste om er een aantal te schrappen om alvast toch wat meer
richting te geven aan je
verhaal...)
Maar goed, een beetje column-moe als ik klaarblijkelijk toch wel
een heel klein beetje ben is het tijd dus voor wat anders. De beste
manier om tot wat anders te komen is natuurlijk het experiment. Ik zou
graag wat met humor willen doen, maar ik weet helemaal niet of ik dat
wel kan. Rond 2003 of daaromtrent heb ik een aantal op Hans Dorrestijn's
werk geïnspireerde nep-krantenartikelen geschreven die ik zelf in dat
opzicht wel erg geslaagd vond, en ook nog steeds vind. Ik heb er daar
toen een stuk of 30, 35 van geschreven, maar toen was dat concept voor
mij ook wel uitgewrongen.
Ik moet echter toch op zijn minst in staat zijn, denk ik, om af en
toe een glimlach op de mond van de lezer te toveren. Ik weet dat me dat
bij de reguliere columns vaak ook wel gelukt is. Te oordelen
naar de reacties was dat met name het geval bij die columns waarin
ik zelf enigszins als underdog of als slachtoffer van de omstandigheden
werd
opgevoerd. (wordt vervolgd)
Categorie: bespiegeling - plusminus 461 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
752. Nieuwe wegen (1)
752. Nieuwe wegen (1)
18 april 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Ik
heb tot een paar weken geleden een maand of vier
geen columns voor mijn verschillende websites geschreven. Ik
schreef eerder al over de aanleidingen. Ik ben in 2001 begonnen en heb
inmiddels zo'n 750 bruikbare columns gemaakt. In werkelijkheid zijn dat
er zo'n 40% meer, omdat ik er ook steeds een aantal die ik deels of
geheel al had geschreven heb
afgekeurd en nooit heb gebruikt.
Na 750 columns heb je het wel een beetje gezien. Niet alleen had
ik lang voor die 750 bereikt was al bewezen dat ik dat kan, columns
schrijven. En ook in een redelijk hoog tempo. Ik begon bij nieuwe
columns steeds vaker (al dan niet terecht) te twijfelen of ik een
onderwerp niet al eens gehad had. En dat was als ik het eens ging
uitzoeken ook regelmatig het geval.
Ik vertel er niet zoveel over, maar schrijven kost mij absoluut
geen moeite. De voorbereiding voor het schrijven
is daarentegen altijd een soort van leidensweg. Ik moet me
voordat ik ga schrijven altijd eerst 'opladen'. Ik moet in de juist
stemming komen. Die stemming is een eclectische mix van optimisme,
enthousiasme en zelfvertrouwen.
Vooral dat laatste
Tussendoor denk ik altijd dat ik niet kan schrijven. Dat lijkt
onecht of aanstellerig, maar het is echt zo. En bovendien, wie zou die
gekunstelde brouwsels van mij nou willen lezen? Mensen hebben wel wat
beters te doen. Dat is wie ik normaal ben. Ik ben ook altijd
stomverbaasd als ik een oud artikel lees dat ik zelf geschreven heb. Is
dat niet een collega geweest? Zo goed ben ik tegenwoordig helemaal niet
meer?
Als ik nou maar niet door de mand val. Oei als ik er bij dat
blad nou maar niet uitvlieg. (Dat is dus
vrij precies wat ik in zo'n geval serieus vaak denk. Het is tot
vrij recent zelfs wel voorgekomen dat ik
in zo'geval een gepubliceerd verhaal in mijn eigen archieven heb
opgezocht, om te
vergelijken in hoeverre het origineel dat ik zelf had geschreven
was gebruikt voor wat er
uiteindelijk op papier stond. Meestal was er dan, taalfouten
daargelaten, bijzonder weinig aan mijn verhaal aangepast).
Voordat ik ga schrijven moet ik die overtuiging dus zien te
kantelen en dat is wat ik bedoel met mezelf opladen.
"Natuurlijk kan ik het wel," zo probeer ik mezelf enthousiast te
krijgen. Ik heb inmiddels zo mijn manieren om dat voor elkaar te
krijgen. Soms helpen oude artikelen, maar die willen mijn angst voor
mijn huidige schrijfcapaciteiten ook wel eens vergroten. Iemand opbellen
wil wel eens helpen, om me van mijn vermeende onvermogen af te leiden.
Maar dat gaat ook vaak mis doordat zo'n impulsief grijpen naar de
telefoon ook wel eens een smoes is om toch vooral maar niet
met schrijven te beginnen.
Wat een uitstekend middel is, dat is een ander soort van angst.
Die gebruik ik ook heel vaak. Dat is de angst voor deadlines. Om ze niet
te halen. Het is om die reden dus erg productief om het schrijven
werkelijk tot het allerlaatste moment uit te stellen. De verhalen die je
in één keer,
en in één ruk door schrijft zijn sowieso ook altijd wel de
beste. nou waarom dat
in één ruk de boel moeten afmaken dan niet zelf kunstmatig
opgewekt.
Het is bij het schrijven van zo'n verhaal half één, eigenlijk
wil ik aanstalten maken om naar bed te gaan (wat op dat tijdstip dus
nooit lukt) en dan pak ik het toetsenbord en hatseflats, daar staat drie
kwartier later het driepaginaverhaal al grotendeels op papier. En dat
is wel nodig ook, want ze moeten het wel om negen uur
's ochtends al hebben. Het komt ook geregeld voor dat ik op het
moment dat ik
vlak voor de deadling begin dus nog helemaal niks heb. Of ik heb
hooguit de hoognodige research gedaan. De volgende ochtend vraag ik dan
of 12.00 uur
ook OK is, en dan vul ik in die extra tijd de hiaten nog een
beetje op.
Het zou natuurlijk veel efficiënter zijn om die hele
voorbereiding over te slaan. Helaas gaat dat dus niet. Creativiteit, je
hoort het van iedere stelselmatige creatieveling, dat komt vanzelf uit
je innerlijk opborrelen. Of niet. Niets aan te doen. Je kunt hooguit
zelf de gunstige omstandigheden ervoor creëren
Opladen, lange tijd. En dan ineens pats! die tekst. Ondertussen
is het een routine, dat ik mede dankzij die vaak dagelijkse columns voor
mijn eigen website dus uitstekend
beheers. (wordt vervolgd)
Categorie: bespiegeling - plusminus 713 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.