744. Voordringen
744.
Voordringen
22 oktober 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Niemand
is tegenwoordig tevreden meer. Lastige kinderen zijn volgens vooral
leraren en in tweede instantie ouders, hyperactief en moeten een
pilletje. Binnenkort komen er smartpillen, waardoor je tijdelijk slimmer
wordt, en je kunt er donder op zeggen dat er een studentenvakbond is
die gaat eisen dat ze in het ziekenfonds komen. En in tweede instantie
dat werkgevers gaan eisen dat hun mensen die gaan slikken.
Ook qua uiterlijk gaan mensen steeds meer aan zichzelf
sleutelen. Oudere mensen maken zichzelf zo jonger, iets dat ik als
vijftiger die overigens niet ontevreden is met zijn uiterlijk best goed
kan begrijpen. Maar wat moet ik denken van tieners wiens ouders het zich
kunnen veroorloven, met een medisch niet noodzakelijke borstvergroting
of andere soortgelijke veranderingen aan
hun uiterlijk? Over tien of vijftien jaar, zo zul je zien, is de
mode ineens weer cup-A en voor je het weet veranderen de
al dan niet gewenste uiterlijke kenmerken met de
seizoenscollecties mee.
Het is niet dat ik het die mensen niet gun, maar er is toch iets
bij mij dat er bij die verschijnselen jeukt. Ik vind ook dat er iemand
is die het maar eens moet zeggen gewoon. Natuurlijk gaan de
ontwikkelingen verder, en wordt het uiteindelijk ook mogelijk om al die
seizoencollectiegekte ook nog zonder grote problemen met operaties te
kunnen volgen. Het ene jaar beheersen dikkerdjes met, zeg maar een
spitse neus het straatbeeld, en het jaar erop dezelfde mensen als magere
spicht maar met cup K-plus en een formidabel grote, maar ook weer niet
te ver naar achteren uitstekende derrière.
Vanzelfsprekend komen er uiteindelijk ook IQ-verhogende
operaties. Die werkgevers dan als voorwaarde stellen om voor promotie in
aanmerking te komen. En lagelonenlanden met enigszins totalitaire
inslag en een tekort aan laagbetaalde fabriekswerkers gaan dan juist
IQ-verlagende operaties verplichten.
Ik voorzie dat iedereen op termijn steeds meer op elkaar gaat
lijken. Alle meisjes zien eruit als blonde of gekleurde beauty queens,
de mannen breedgeschouderd, als in een hedendaagse reclame voor een uit
de mottenballen gehaalde after shave uit de eerste helft van de vorige
eeuw. Alle blakendwitte tanden van iedereen op dezelfde rij. Holy shit!
Ja holy shit! Want ik steek zelf juist oh zo graag een beetje boven het maaiveld uit. I just
like to stick out in a crowd, hekel als ik heb aan conformeren.
Wat is er rododendron nog aan toe mis met een dorpsgek? Die zijn
er door de eeuwen heen altijd geweest. Net als de hofnar. En het
lelijke eendje. Natuurlijk, ik ben tegen ondraaglijk lijden. Mensen met
een depressie moeten geholpen. Net als mensen met pijn. En ook met erge
zielepijn. Maar tegen niet helemaal volgens de norm zijn vind ik deze
maatregelen overkill.
Ik ben voor authenticiteit. Maar los van het feit dat ik
ingespoten botox en andere ingrepen waarvan je toch eigenlijk wel weet
dat ze nep zijn gewoon lelijk vind, doe je jezelf daarmee niet gewoon
ongelooflijk geweld aan? En geldt niet hetzelfde voor allerlei ingrijpen
in het brein?
Ik zou het zelf niet zo snel doen, maar ik
vind aan de andere kant mensen met tattoo's
juist helemaal geweldig. Net als piercing's (dat heb ik zelf ook
wel eens overwogen). Ook vormen van carving (tatooëren d.m.v.
littekenweefsel) en andere modificaties als ingebrachte parels en
gespleten tongen, ze zijn voor mij een teken van authenticiteit, stijl
en een al dan niet goede eigen smaak. Maar jezelf met soortgelijke
maatregelen voordoen als mooier, jonger, slimmer, dommer of meer tot de
middelmoot behorend, is natuurlijk gewoon flink nep en daarmee inherent
dus eigenlijk reuze lelijk.
Verdikkeme, auto's pimp je op. En huizen. En desnoods oude
televisieprogramma's.
Maar luister goed, vooral wat écht is, dat is mooi.
Authenticiteit,
zoals ik dus daarnet al zei! Ik ben
behoorlijk atheïstisch, maar plastische chirurgie is, als het
niet een functie heeft en alleen is voor de mooi toch niets anders dan
bij het uitdelen van lichaamsdelen bij de schepping voordringen?
Categorie: opinie - plusminus 644 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
Van mijn Twitter-page
Dit is leuk! Let ook op de nep Googel-Ads
onderaan. This is great! Mind the fake
Googel Ads below
John Piek's playlist
743. Reclame: de droogrimpeltjes van Willy Dobbe
Deel 12: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
743.
Reclame: de droogrimpeltjes van Willy Dobbe
18 oktober 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Reclame
voor cosmetica is overigens een verhaal apart. Bij cosmetica vliegen de
semi-wetenschappelijke termen en de door de marktpartijen zelf
uitgevonden woorden je geregeld om de oren. Wie herinnert zich de
droogrimpeltjes van
tv-omroepster Willy Dobbe niet? Omdat de producten in het echt
helemaal niet zoveel
van elkaar verschillen, is het net als bij een aantal andere
producten vooral imago waarvoor klanten de pecunia's betalen. De
grondstoffen voor veel cosmeticaproducten, en met name voor de
anti-rimpelzaken bestaan namelijk vaak in hoofdzaak uit niet meer dan
vaseline, een beetje alcohol en een hoop water uit de kraan.
Wat er daarnaast nog in zit kan per fabrikant verschillend zijn.
Soms zijn dit vitaminen, met name vitamine E of andere zaken die in
worteltjes zitten (gek dat ze nooit daarnaast ook nog claimen dat de
cremepjes ook nog goed voor de ogen zijn....) Ook zitten er
tegenwoordig dikwijls allerlei spullen in die goed zijn tegen
vrije radicalen.
Die vrije radicalen zijn aggressieve zuurstofmoleculen, waarvan
lange tijd vermoed werd dat ze door
extra oxydatie het ouderdomsproces versnellen. Het is met name
zuurstof
waardoor mensen (en ook het dierenrijk) verouderen. Vervelend is
dat je
tegelijk ook niet helemaal zonder kunt, omdat je anders
daadwerkelijk
helemaal niet ouder wordt (maar tegelijk ook niet heel erg
blijft
leven).
Tegenwoordig zijn er meer en
meer signalen uit de
wetenschap dat het bestrijden van die vrije radicalen niet echt
helpt om het verouderingsproces te vertragen of
zelfs te stoppen. Integendeel, meerdere onderzoeken tonen aan
dat de stoffen die de vrije radicalen zouden moeten verminderen zelf het
ouderdomsproces versnellen.
En toch hoor je nog zeer veelvuldig reclames voor
cosmetica-producten en
shampoos en wat al niet meer die met allerlei toevoegingen
onverminderd
die vermaledijde vrije radicalen te lijf gaan. De waarheid
vertellen, na
zo lange tijd zou natuurlijk ook het imago van de producten niet
ten
goede komen, dus dan maar beter nog een beetje onder stoelen of
banken...
Een andere eigenschap van cosmeticareclame is dat ze dikwijls
een stapeling van vaak heel veel feiten toepassen. Het is een techniek
uit de psychologie om een soort rookgordijn aan te leggen. Je poneert
een stelling die zo is opgesteld dat mensen even moeten nadenken om te
bedenken dat het misschien niet waar is, of niet helemaal waar. En
vóórdat de mensen dat kunnen beredeneren kom je met de volgende
stelling waarvoor misschien hetzelfde geldt. En dat dan acht of tien
keer achter elkaar. En als er dan een paar andere spotjes
voor andere producten zijn geweest doe je het nog een keer over
om te kijken of je de bal in het doel kunt
koppen. De kans is dan groot dat meerdere van deze stellingen,
zeker als ze vaak herhaald worden blijven hangen. En omdat er geen tijd
is geweest om ze kritisch te beredeneren is er ook een redelijke kans
dat dat achteraf ook niet
meer gebeurt. Het werkt overigens alleen heel goed voor dingen
waar mensen niet al te vaststaande kennis over hebben. Mensen hiermee
laten onthouden dat de burgemeester van je eigen woonplaats een paarse
smurf is die iedere ochtend om zijn conditie op peil te houden naar de
maan rent gaat er op die manier niet in. Maar van de heel deskundig
klinkende mumbo jumbo die in de gemiddelde cosmeticareclame doorgaans
klinkt hebben de meeste mensen
niet voldoende kennis om de eventuele onwaarheid in deze
reclamewoordendiarree
direct al te doorzien.
wordt vervolgd
| Naar
aanleiding van wat ik in column 742 over melkproducten schreef
kreeg ik onderstaande reactie die ik met toe- cq. instemming van
de afzender graag plaats Hallo John, Al sinds m'n vijftiende heb ik vaak en zeer onregelmatig migraine gehad. Diverse onderzoeken hebben nooit de oorzaak kunnen vinden, ondanks o.a. elektroden op het hoofd geplakt en dan met stroboscooplamp patronen creëren, contrastvloeistof in de bloedbaan gespoten en door de scanner heen gehaald, verschillende soorten pilletjes en ik weet niet wat nog meer. Afijn, ongeveer een jaar geleden zag ik op een Duitse zender een programma over de voors en tegens van melk. De meerderheid van de wereldbevolking blijkt allergisch voor melk te zijn. En, één van de allergische reacties was: migraine. Ik dronk al jaren minstens een halve liter melk per dag. Ben dus maar eens gestopt met melk drinken om te kijken of dat iets uithaalde..... en sinds die tijd dus geen migraine meer! Bewerkte melk (bijv. yoghurt, kaas) geeft geen enkel probleem. Een poosje terug heb ik in de supermarkt weer eens zo'n klein pakje Chocomel van Nutricia gekocht. Heerlijk. En vlak daarna: migraine. Dus ook geen Chocomel meer, helaas. Dus als je ooit iemand treft die wel eens last van migraine heeft, vraag hem/haar maar eens of melk bestanddeel van hun voedselpatroon uitmaakt, zo ja, maar eens even zonder proberen. Ik had dit graag enige tientallen jaren geleden al geweten.
Groeten, K. |
Bronvermelding column: geen
Categorie: opinie - plusminus 562 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
742. Reclame: Angst in de reclame
Deel 11: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
742.
Reclame: Angst in de reclame
6 oktober 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Een
techniek die begin jaren zestig ook min of meer door het bedrijf
Proctor & Gamble
werd geïntroduceerd, is het gebruik van angst in de reclame. In
eerste instantie (het was nog
vóór de grote emancipatiegolf van vrouwen in de jaren zestig en
zeventig) werd er om de verkoop van allerlei reinigingsmiddelen te
promoten, ingespeeld op de angst
die veel vooral pasgetrouwde Amerikaanse vrouwen hadden om in de
ogen
van hun man, de schoonfamilie of de buurt geen goede huisvrouw
te zijn. De angst bijvoorbeeld voor wat manlief bij thuiskomst van een
vuile zeilvloer zou zeggen. Of dat buurvrouw zou zien dat de toen nog
vaak buiten hangende was niet schoon zou
zijn. Of
de angst voor een al in de kast staande nog altijd enigszins
vuile vaat,
waar het oog een bezoekende schoonmama natuurlijk al binnen de
eerste
minuten van de bezoek op zouden vallen. Pas getrouwde vrouwen
zijn nog niet
zo merkvast als andere doelgroepen en kunnen daarom
gemakkelijker worden
bewogen om een ander wasmiddel te kiezen. En dus dit was voor de
reclamemakers ook om die reden een aantrekkelijke groep.
De methode wordt ook nu nog steeds gebruikt, zij het wellicht iets subtieler.
Tegenwoordig gaat het vaak om de angst
om niet aan bepaalde schoonheidsidealen te voldoen, de angst om oud te worden
of de angst voor bepaalde gezondheidsproblemen in het algemeen. Die
laatste twee al dan
niet in combinatie met de sociale ongemakken die zij met zich meebrengen.
Bij dit soort van angst gebruik makende
reclames gaat het bijvoorbeeld vaak om allerlei yoghurtdrankjes of om
margarineproducten tegen hartfalen. Overigens staat van
deze beide laatste producten nog altijd niet met zekerheid vast
of ze
echt wel een positieve werking hebben. Hetzelfde geldt overigens
voor de in de reclame vaak geponeerde gezonde werking die de inname van
melk zou moeten hebben.
In de wetenschap komt de laatste jaren een steeds sterker wordende stroming op gang die stelt dat het tot je nemen melk helemaal niet zo gezond is. Meer dan ruim een halve liter melkproducten per dag zijn sowieso niet bepaald erg goed voor de nieren, zoveel is al langer bekend, en meerdere onderzoeken laten daarnaast zien dat het consumeren van melk of melkproducten voor een goed bottengestel helemaal niet uitmaakt. Daarnaast kan melk, vanwege de erin aanwezige dierlijke groeihormonen in bepaalde gevallen de groei van kwaadaardige tumoren stimuleren. Wat in ieder geval wel vast staat is dat je ook zonder de consumptie van melk gewoon een heel gezond leven kunt hebben, en ook geweldig oud kunt worden. Driekwart van de Aziatische bevolking bijvoorbeeld is volstrekt allergisch voor bepaalde ingrediënten van koemelk en kunnen het dus domweg helemaal niet tot zich nemen. Om die reden vind ik verhalen van Nederlandse zuivelbedrijven die een stap naar de Chinese markt ondernemen vaak ook altijd zo geweldig moedig.
Toch hoor je ze nog geregeld, die Joris Driepinterverhalen. Reclame voor melk en voor de gezonde aspecten ervan was echter in het verleden vaak ook vooral reclame om de overschotten die er op de Europese markt voor melk waren, de welbekende melkplas die de oorzaak was van alle melkquota-ellende, tenminste een klein beetje te laten slinken.
wordt vervolgd
Bronvermelding: geen
Categorie: opinie - plusminus 509 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
741. Reclame: De allerbeste column van John Piek ooit
Deel 10: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
741.
Reclame: De allerbeste column van John Piek ooit
2 oktober 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Wat
je in
de begintijd van de tv-reclame
nog regelmatig zag, en ook nu nog wel eens aantreft is dat de
directie van het bedrijf in kwestie zich intensief met de reclame
bemoeit.
Natuurlijk ook daar zitten mensen met veel kennis van het vak.
Bekend is dat Freddy Heineken een van de meest briljante mensen uit de
reclamehistorie was die zich bemoeide met dat soort details als dat de
letters 'e' in het woord Heineken eruit moesten zien als kleine lachende
happertjes. En dat in een tijd dat niemand de eerstkomende
decennia nog ooit iets van Pac-Man had vernomen.
Wat ik bedoel is dat er dan per se een zinnetje in zit dat
refereert aan iets dat volledig strijdig is met de rest van de
reclamespot, en dat het ongetwijfeld in de directiekamer goed doet, maar
dat in de reclamespot leidt tot een grote stijlbreuk. Heel soms
verschijnt zelfs de directeur zelf
met meestal een brede grijns in beeld, of je ziet het inderdaad
prachtige
maar volledig niet ter zake doende pand van het bedrijf.
Waarschijnlijk
zit er in dat soort gevallen de gedachte achter 'wij betalen
uiteindelijk de rekening dus wij bepalen als we een goed idee
denken te
hebben ook wat er gebeurt.' Ik zit me suf te denken op
voorbeelden, maar ik moet toegeven dat het verschijnsel zich
tegenwoordig gelukkig wel minder en minder voordoet.
Opmerkelijk fenomeen zijn verder de gratuite opmerkingen en
gratuite claims. Daarmee bedoel ik stellingen die als je oppervlakkig
luistert heel stellig klinken, maar die als je beter luistert niet meer
zijn dan een luchtbel of in een enkel geval een sigaar uit eigen doos.
Bekende kreet uit de huidige reclame is bijvoorbeeld 'De
droogste luiers van Pampers ooit.' Ze zeggen niet 'De droogste luiers
van allemaal', of 'Veel beter dan van onze concurrenten'. De enige
uitzondering is dat er wel soms bedrijven claimen de goedkoopste te
zijn. Maar dat zijn cijfers, die zijn goed te meten. De stellige claims
over kwaliteit zijn verdwenen toen een jaar of wat geleden Wilkonson
claimde met haar nieuwe mesjes de op dat moment beste in de markt
te zijn. (Als ik me niet vergis was de stelling 'de beste mesjes
die
ooit gemaakt zijn' of zoiets). Gillette pikte dat niet en spande
een rechtszaak aan, die het uiteindelijk won. De eerste bij wie ik zelf
vervolgens de gratuite variant
van deze claimreclame zag was bij Gillette zelf, die zoiets zei
als 'de beste scheerervaring van Gillette ooit'.
Uiterst irritant in de reclame vind ik altijd het merk Dreft.
Het afwasmiddel van Neutral dat ik
zelf al jaren gebruik gaat (ik weet niet of het klopt) in mijn
beleving een heel stuk langer mee dan
Dreft, dat ik eerder vaak gebruikte. Ik stapte over op Neutral,
waarvan ik eerder al
het witwasmiddel gebruikte, toen ik de geparfumeerde luchtjes
van bestaande afwasmiddelen zat was. Het zou
trouwens heel goed kunnen dat Dreft in werkelijkheid zelf
helemaal niet
vindt dat het het langste meegaat zoals het merk al jarenlang
probeert
te suggereren, want in haar huidige reclame zegt Dreft
letterlijk: "Generaties vertrouwden erop dat Dreft 75% langer mee zou
gaan."
Het kan vanuit die eigen stelling van het bedrijf dus heel goed
zijn dat Dreft al die generaties steevast een rad voor ogen heeft
gedraaid. Hoezo dat het langer mee ZOU gaan? Is dat dan
voor de spreker van het bedrijf zelf geen vaststaand feit? En
langer dan wat? Langer dan een mensenleven? Of langer dan de kauwgom
waar ik nu op kauw? Gooi dus maar in mijn pet...
Ook heel populair bij de marketingmensen dat zijn gratuite
keurmerken of gratuite kwalificaties. Komt er een milieuorganisatie
met het initiatief voor een keurmerk, waar jouw product of
bedrijfsfilosofie met de beste wereld niet is in te passen, dan bedenk
je toch een eigen keurmerk? Wanneer je bedrijf groot genoeg is en
meerdere merken voert
hoef je daarvoor niet eens met branchegenoten te overleggen, en
anders zijn er ongetwijfeld meerdere milieu-onvriendelijke bedrijven te
vinden die hetzelfde willen.
Zweempje milieusuggestiviteit erbij. Een beetje groen in het
logo. Doet
het áltijd goed...
Het introduceren van een waar oerwoud van keurmerken is voor
marktpartijen sowieso erg interessant. Hoe meer waardeloze je hebt, hoe
minder die paar die wel
degelijk op integere ideologische basis zijn opgezet ertoe doen.
Bekend voorbeeld van een gratuite kwalificatie is bijvoorbeeld
het scharrelei. De meeste mensen kopen scharreleieren omdat ze denken
dat die wellicht meer milieuvriendelijk tot stand zijn gekomen, en ze
dus ook beter zijn voor de koper zelf. Maar vooral hebben scharreleieren
het imago dat ze van vrij op een erf rondscharrelende kippen komen.
Niets is minder waar: scharreleieren zijn momenteel zo'n beetje de meest
dieronvriendelijke eieren die er zijn te krijgen. Eieren van
legbatterijkippen
waar de scharreleieren lang geleden voor in de plaats kwamen
zijn nog erger, maar die zijn in de Nederlandse
supermarkten als in de dop verkochte eieren zo goed als dus niet
meer te vinden
Scharrelkippen zitten met zijn negenen in een stal binnen, op
één vierkante meter ruimte. De term scharrelei zegt ook niets over wat
een kip tijdens haar leven te eten heeft gekregen. Bij scharrelkippen is
het preventief toedienen van medicijnen als anti-biotica gewoon
toegestaan en bij scharrelkippen mogen de snavels worden
afgeknipt, wanneer de kippen anders door de stress elkaar teveel
beschadigen.
Vrije uitloopeieren zijn beter. Kippen die met vrije uitloop
worden gehouden mogen overdag onbeperkt zelf naar buiten lopen. De
uitloopvlakte moet daarbij voor het grootste deel begroeid zijn en voor
iedere kip moet vier vierkante meter beschikbaar zijn. Dus niet zoals
de negen kippen per vierkante meter bij scharreleieren en zelfs
achttien kippen per vierkante meter in de legbatterij.
Overigens is de werkelijkheid altijd veel ingewikkelder dan een
populistische politicus in een one-liner kan verpakken. Mensen die tegen
dierenleed zijn hebben vaak tegengestelde belangen tegenover mensen die
het milieu belangrijker vinden. Dit terwijl ze beide toch vaak tot de
linkse kerk behoren. Door een legbatterijkip komt er vijf maal zo weinig
schadelijke ammoniak in het milieu terecht dan bij een vrije uitloop-
of een scharrelkip. En ook het gevaar van de verspreiding van soms ook
voor de mensen gevaarlijke ziekten als bijvoorbeeld vogelgriep is bij
legbatterijkippen een heel stuk minder
groot.
wordt vervolgd
Bronvermelding: diverse bronnen, wikipedia (om op te zoeken of details kloppen)
Categorie: opinie - plusminus 1030 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
740. Reclame: As the World Turns
Deel 9: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
740. Reclame:
As the World Turns
28 september 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Eigenlijk
moet dit vooral niet een klaagzang worden, deze reeks columns. Maar het
is ook zo verdomde moeilijk om dat niet te doen bij alle gemene streken
die bij reclame soms uit de kast gehaald worden.
Ik zeg het nog maar een keer: het zijn heel zeker lang niet
allemaal gemene streken. Ik vind ook serieus dat het gewoon het recht is
van bedrijven om reclame te maken. En ook om daarbij (binnen zekere
grenzen) te proberen uit de markt te hengelen wat er te hengelen valt.
En dan snap ik wel dat onder druk van de concurrentie wel eens nog dat
ene stapje verder wordt gezet. En dat de concurrentie dat dan ook weer
doet, waarna jij als bedrijf... nou ja, dat snap ik dus wel.
Toch kan het ook anders. De bekende reclameman David Ogilvy, van
het prestigieuze bureau Ogilvy en Mather dacht zijn hele werkzame leven
al dat reclame met humor erin alleen maar contraproductief kon werken.
Groot was zijn verbazing dan ook dat toen jongere concurrenten in zijn
nadagen juist een heel nieuwe weg kozen en met reclame met humor erin
haast megalomane successen behaalden.
Mensen gingen het daardoor weer leuk vinden om bepaalde reclames
te
bekijken.
Dogma's beheersten lange tijd de gedachtenwereld van de
reclamemaker. En nog steeds heersen
er af en toe in mijn ogen stompzinnige ideeën, die misschien wel
werken,
maar toch... Lange tijd werden consumenten niet anders gezien
dan als makke schapen die je een rad voor ogen kunt draaien om ze die
dubbeltjes uit de portomonnee te wringen die allemaal samen bij elkaar
jouw aandeelhouders van die blije gezichten geven. Je ziet die houding
nog wel in reclames waarin klanten als idioten of als kleine kinderen
worden aangesproken. Ik vind zelf vooral dat je mensen altijd serieus
moet nemen en moet respecteren. En dat geldt ook voor al dan niet
potentiële klanten. Al zijn het er nog zo veel.
In de jaren vijftig en zestig werd er nog volop met reclame
geëxperimenteerd. Het medium televisie en in Europa ook de radio nog,
stonden qua reclame
nog volkomen in de kinderschoenen, ook al omdat reclame op radio
en tv in veel
Europese landen niet was toegestaan. In die tijd werd in
bioscopen geëxperimenteerd met stilstaande beelden met daarop etenswaren
afgebeeld. Die werden kort voor de pauzes tussen de film in gemonteerd.
Bij onderzoek bleek dat mensen zich er niet bewust van waren dat die
beelden überhaupt te zien waren geweest, maar wanneer de beelden in een
film zaten steeg wel de omzet van de verkochte versnaperingen in de
pauze met enkele tientallen procenten. Al snel stak de Amerikaanse
overheid een stokje voor deze manier van verkoopbevordering.
Op televisie werden in die jaren gewoonlijk hele uren aan
reclameklanten verkocht. Ook bij Radio Veronica in Nederland was dit in
de beginjaren nog de tegenwoordig volkomen ondenkbare praktijk.
Zo had je bijvoorbeeld het half uur van Venz. Zoiets wordt nu
vooral als slecht voor de merkrupatie van een zender gezien, het
zorgvuldig geboetseerde zenderformat gaat met zoiets naar de haaien en
het is ook
met name erg slecht voor de kijk- en luistercijfers.
Uiteraard waren het alleen de heel grote marktpartijen die zich
zo'n
heel of half uur konden veroorloven. Het bedrijf Procter &
Gamble in de VS was zo'n grote marktpartij. Geregeld kochten zij een uur
of langer zendtijd in bij de grote netwerken, die als aanbieder van
televisieprogramma's
eind jaren vijftig toch al mochten rekenen op een
miljoenenpubliek. Het stond technisch allemaal nogal in de
kinderschoenen. Het beeld was zwart-wit, comedy-series werden dikwijls
uitgevoerd door mensen die ook in het theater furore hadden gemaakt,
maar die niet noodzakelijkerwijs ook het totaal andere vak van zoiets
voor televisie brengen ook beheersten. Omdat methoden om beeld op te
nemen nog uiterst duur was en de middelen daarvoor schaars, werden de
meeste comedy-series gewoon live op televisie uitgevoerd, vaak met
publiek. Wel was er in de VS al kijk- en luisteronderzoek.
P&G (in Nederland nu bekend met merken als Ariel, Lenor,
Gillette, Head & Shoulders en Pampers maar ook bijvoorbeeld Braun en
Duracell) zag in die tijd met lede ogen aan hoe de kijkcijfers van op
zich goed bekeken zenders steevast in een duikvlucht gingen wanneer zij
een uur lang ronkend over de geneugten van hun zeep- en
machinewasmiddelproducten
begonnen te oreren. Daar moest toch wat op te vinden zijn? Als
ze nou eens iets zouden bedenken waarmee ze af en toe korte tijd hun
zeep-programma's
konden onderbreken, iets wat de mensen precies voldoende zou
boeien zodat ze knop niet zouden omdraaien.
De marketingmensen van P&G kwamen met het briljante idee van
een verhalenreeks met goedkope decors en goedkope acteurs, waarin de
verhaallijnen niet al te controversieel waren maar waarin telkens als de
emoties hoog opliepen en mensen zich afvroegen hoe het zou aflopen
teruggeschakeld werd naar de ronkende praatjes over de zeepproducten van
P&G. Het programma kreeg de titel As the World Turns mee, en vormde
het begin van een serie die vanaf 2 april 1956 gelopen heeft, en die al
vrijwel
direct navolging kreeg. Uiteindelijk was As the World Turns de
start een heel nieuw genre van tv-series dat daarvoor noch op film, noch
in boekvorm al bestond: de soap opera (zeep opera), tegenwoordig in het
Nederlands meestal soap genoemd. P&G bleef vanaf het begin
tot nu de distributeur van de serie. As the World Turns liep tot
dit jaar. De serie stopte heel recent: de laatste aflevering (de
13.858ste!) werd opgenomen op 23 juni 2010 en deze werd in de VS ruim
een week geleden op 17 september 2010
uitgezonden.
wordt vervolgd
Bronvermelding: diverse bronnen, wikipedia (exacte gegevens ATWT)
Categorie: opinie - plusminus 875 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
739. Deel 8: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
739.
Deel 8: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
19 september 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Ik
ben verzot op leuke reclame. Vooral bij die van Centraal Beheer zitten
al jarenlang regelmatig echte juweeltjes. Het laat ook zien dat je de
intelligentie of geëmancipeerdheid van je (potentiële) klanten als
bedrijf helemaal niet hoeft te minachten om zinvolle reclame te maken.
Een veelgehoorde klacht over komische of erg leuke reclame is
dat mensen zich achteraf helemaal niet meer herinneren over welk merk of
product zo'n leuke reclame eigenlijk dan wel ging. Zelfs mensen uit de
reclamebranche zelf hoor je af en toe beweren dat zo'n reclame eigenlijk
weggegooid geld is. Maar het gaat er bij zo'n campagne helemaal niet om
of je bij het spotje achteraf het merk nog wel weet boven te halen.
Waar het om gaat is of je je als je het product in de winkel ziet, het
positieve gevoel dat zo'n reclamespot beoogt uit te dragen nog wel weet
te herinneren!
En het werkt. Ook bij mij. Ik ben op basis van eerdere
ervaringen en dingen die ik als journalist gezien heb
in veel gevallen niet bepaald positief in mijn oordeel over
bijvoorbeeld
KPN. Toch heeft die maffe reclame met die in stofjassen gehulde
goejemoggelmannetjes me wel degelijk wat milder over het bedrijf
gestemd. Een bedrijf dat mij zodanig aan het lachen krijgt dat moet toch
niet alleen maar kommer en kwel zijn...
(en dat is het natuurlijk ook niet
)
Maar goed, er blijven voldoende ergernissen over. Is het
bijvoorbeeld wel eens opgevallen dat veel stemmen in de reclame
tegenwoordig klinken alsof de spreker (meest zijn het geen
sprekerinnen) net gepoept heeft, maar uit spijt graag de keutel
bijna klaar
heel voorzichtig nog niet helemaal wil loslaten? Het gaat dan
vaak over dingen die heel verschrikkelijk zijn, of dat men heel
ingehouden bescheiden wil praten over dingen die men eigenlijk
van zichzelf, in casu het aangeprezen merk fantastisch vindt,
maar daar zogenaamd dan niet over op wil scheppen (mij schiet nu een
bepaalde autoreclame te binnen en de woorden zuinig en bijtelling en
'terwijl' en 'toch', maar het gebeurt ook bij andere producten).
Reuze irritant zijn ook de spotjes van nalaten.nl. Ik ben toch
al weinig tolerant tegen de gedachte van crematoria met neonletters op
de gevel die met de dollar-tekens in de ogen (en vermoedelijk een
drietand in de hand) mensen op hun twintigste al in een
rock'n'roll-crematie proberen te interesseren. Zo reuze irritant dat
geneuzel: "U kunt een goed doel opnemen in uw testament. Maar u kunt het
ook gewoon lekker
nalaten.nl". Ik zou dat zelf veel beter kunnen met: "Nu kan ik
eindelijk lekker doodgaan met zo'n goed doel in me testament..."
bijvoorbeeld. Of anders: "Loopt u al tijden met het plan rond voor een
koel berekende moord?
Steun tegelijkertijd een goed doel en ga voordat u afrekent met
het object van uw keuze eerst even langs de
notaris om deze een goed doel in zijn testament te laten
opnemen...
nalaten.nl"
Bah!
wordt vervolgd
Bronvermelding: diverse bronnen
Categorie: opinie - plusminus 484 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
738. Deel 7: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
738.
Deel 7: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
15 september 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Het
vervelende
voor de ontvangers van de huidige reclame is vooral dat het toch
wel heel erg overkill is. Reclamecampagnes die ik zelf in het verleden
wel eens heb
gevoerd leverden meestal ongeveer 4% op aan reacties, en als ik
moet schatten leidt 1,5% van de benaderde mensen binnen een
of twee jaar of zo tot een opdracht. Die cijfers zijn extreem
goed begrijp ik van reclamemakers, maar het betekent wel dat ik 98,5%
van mijn geld besteed aan mensen die nooit tot een stuiver inkomsten
leiden. Vervelend is
dus, dat tenzij je heel veel geld aan onderzoek spendeert het
per definitie haast niet anders gaat. Tenzij je letterlijk alles van je
klanten weet, inclusief kwaaltjes waar ze met hun beste vrienden of hun
moeder nog niet eens over willen praten
in het geval dat je bijvoorbeeld een product zou willen verkopen
dat heel goed werkt tegen seksueel overdraagbare wratten of
dat met andere intieme zaken van doen heeft. Daarnaast is
marktonderzoek en informatie over mensen verzamelen, bij campagnes die
niet zeer breed landelijk worden gevoerd
verhoudingsgewijs gewoon te kostbaar. Over enige tijd zal het
echter met
name ook een imago-kwestie zijn dat je er niet om bekend wilt
staan
potentiële klanten onnodig met je bedrijfsuitingen lastig te
vallen,
omdat je ze anders juist wegjaagt in plaats van ze lichtjes tot
een
aankoop (bij jou) te bewegen.
Het effect dat je met reclame kunt bereiken wordt door de meeste
mensen
trouwens schromelijk overschat. Een campagne tegen roken is
bijvoorbeeld niet per
definitie mislukt als er maar tussen de 0,5 en 1% van de mensen
tijdelijk minder sigaretten rookt. Bovendien: als ik 100% van de
mensen mijn product zou kunnen laten kopen
dan was dat in een breder kader gezien natuurlijk ook weer een
ongewenst effect. Los van het feit dat je misschien wel de mensen hun
vrije wil in zo'n geval ontneemt is zoiets ook
nog erg vervelend voor je concurrenten.
Je kunt mensen met reclame echter wel heel goed een beetje op
een idee brengen
dat misschien in jouw (commerciële) straatje ligt, of ze
misschien wel een heel klein beetje een bepaalde richting uit sturen. Om
die reden is voor grote merken imago ook veel belangrijker dan directe
aankoop-beïnvloeding. Imago is vaak zelfs nog belangrijker dan
de eigen naamsbekendheid die voor bedrijven als
bijvoorbeeld Philips toch altijd vrijwel onveranderbaar ergens
tussen de 90 en de 100% zit.
(Ik vraag me trouwens altijd af wie die toch nog 7 of 8% van de
ondervraagden bij zo'n onderzoek zijn die een merk als Philips dan toch
weer niet blijken te
kennen. Ik zie wel eens onnozele gezichten op tv en dan denk ik
'zou dat
er eentje zijn?' Of die? Of die?? Of die???!!) Grote merken
staan vaak al zo goed in de markt gepositioneerd dat ze in de zin van
marktaandeel soms ook gewoon niks meer te winnen
hebben. De reclame die ze dan maken is er vaak ook mede op
toegespitst om het bestaande marktaandeel
vooral toch niet te laten krimpen.
wordt vervolgd
Bronvermelding: diverse bronnen over een langere periode
Categorie: opinie - plusminus 502 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
737. Deel 6: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
737.
Deel 6: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
14 september 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Stel
je eens het volgende voor. Je komt als toerist in een stad, ziet er een
beetje uit alsof je wel wat te besteden hebt. En dan komt er een andere
toerist die daar samen met zijn vriendin al stond en die loopt op je af
en vraagt of je met zijn nieuwe mobiel een foto van hem en zijn
vriendin wilt maken. Leuke mobiel, denk je nog. Of je denkt dat niet. En
hij begint er in dat geval zelf over. De man beaamt dat het een erg
leuk toestel is dat hem vooral vanwege die camera heel erg goed bevalt.
En er zijn nog andere voordelen. Kostte ook nog eens niet veel dat
apparaat.
Verder niets.
Wat je echter niet weet is dat dit stelletje twee acteurs zijn,
die daar dag-in dag-uit staan te werken en die daar iedere dag, betaald
door het reclamebureau van de mobieltjesfabrikant een nauwgezet
gerepeteerd en licht geïmproviseerd toneelstukje staan op te voeren. Het
script van dat toneelstukje is door een team van psychologen zo
uitgedacht dat het het maximale effect heeft.
Dit is dus wat er de komende jaren heel veel gaat gebeuren. Als
het goede acteurs zijn (en waarom zouden studenten aan bijvoorbeeld een
acteursopleiding met een bijbaantje dat niet zijn) dan merk je er niets
van. Acteurs blij met hun baantje en de praktijkervaring, en jij
misschien wel met een geweldige nieuwe mobiel met camera.
Toch is het natuurlijk zo oneerlijk als maar kan. Het is gewoon
bedrog. Als deze manier van reclamemaken echt heel erg ingeburgerd
raakt, ga je je
wellicht bij iedere toevallige ontmoeting heel paranoïde eerst
afvragen door wie
kennismaking nou weer gesponsord is.
Het is een trend die we toch veel vaker zullen gaan zien. Mensen
nemen vanwege telefooncolportage, die gelukkig in veel gevallen
tegenwoordig niet meer toegestaan is, de telefoon niet meer aan als het
niet een nummer van een bekende is.
En al zeker niet meer als het tijdens etenstijd gebeurt. Op die
manier lopen ze wel de kans mis om die oude
buurtgenoot of vriend te spreken die na vele jaren de nodige
moeite heeft gedaan om het telefoonnummer te achterhalen.
Om maar een voorbeeld te noemen. Reclame maakt altijd natuurlijk
al een klein beetje misbruik van de gastvrijheid van mensen en het is
maar te hopen dat mensen zich om die reden
uiteindelijk niet en masse gaan afzonderen of in heel selecte
afgesloten
clubjes gaan organiseren.
wordt vervolgd
Bronvermelding: diverse bronnen over een langere periode
Categorie: opinie - plusminus 404 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
736. Deel 5: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
736.
Deel 5: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
5 september 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Het
voorbeeld van het programma Radar in mijn vorige column behoeft
overigens nog enige aanvulling. Niet alleen de medicijnfabrikanten
oefenen namelijk technieken van het uitvergroten van de werkelijkheid
van ziektebeelden uit om hun punt te maken of
om hun gelijk aan te tonen. Hetzelfde programma Radar uit de
vorige column heeft voor wat betreft publiciteit over ziektebeelden en
medicijngebruik ook niet helemaal een ongeschonden blazoen. Althans in
een deel van de medische wereld, die in het verleden af en toe erg
kritisch was over de stellige overtuiging waarmee dingen in het
programma werden gesteld.
Het door Hertsenberg genoemde en door Radar in dit kader vaker
aangehaalde voorbeeld van het restless leg syndrome dat ik zelf in de
vorige column bewust ook overnam, hoort in het rijtje van de
symptoommarketing bijvoorbeeld
gewoon niet thuis omdat het niet aan de belangrijkste criteria
daarvoor
voldoet. Restless Leg Syndrome (RLS) is een ziektebeeld dat
verwant is aan narcolepsie en
slaapapneu, en het kan zoals de meeste ziekten ook gewoon worden
vastgesteld. Mensen hebben er hoewel ze soms niet goed kunnen
omschrijven wat er met ze aan de hand is wel degelijk last van. Het is
in ieder geval zeker niet een ziekte die mensen zich zouden
laten
aanpraten, of die bij gezonde mensen af en toe op nauwelijks
hinderlijke
wijze de kop op steekt.
Het predicaat 'symptoomreclame' gaat voor RLS ook niet op, omdat
er niet één bepaald medicijn is dat oplossing kan bieden. Sterker nog,
veel vaker bieden simpele maatregelen als het vermijden van alcohol en
cafeïne, massage, een koele slaapkamer en 's avonds mentaal actief
blijven een behoorlijke oplossing voor de problemen. Daarnaast is er een
heel scala aan medicijnen dat gebruikt kan worden al naar gelang wat
blijkt te werken, zoals pijnstillers, meerdere
dopamine-derivaten, diverse benzodiazepines, opiaten en
anti-epileptica.
Aan de andere kant is er voor het ziektebeeld wel een
reclamecampagne geweest die vanuit de farmaceutische industrie werd
bekostigd
In de toekomst zullen we meer en meer met vormen van guerrillamarketing te maken krijgen. En dat zullen ook meer en meer reclamevormen zijn die als zodanig voor het doelwit van de reclame niet te herkennen zijn. Bedrijven zullen ons verborgen boodschappen op een manier brengen die we niet meer kunnen herkennen. Er zal van alles uit de kast getrokken worden, van subtiele persoonlijke benadering tot bepaalde vormen van sponsoring. Op zich is er overigens niets mis met sponsoring.
Bij tijdschriften is er, als het goed is een strikte scheiding tussen de commerciële kant en de kant die zeg maar alle nieuws en roddels weegt, en die ons van het vele nieuws dat er is een voor hun doelgroep relevante mix voorschotelt. Maar wat gebeurt er als een tijdschrift het zo moeilijk heeft dat het in zijn voortbestaan wordt bedreigd? Banen op de tocht noem maar op. En op dat moment komt er iemand met een grote zak geld, die jubelend als belangrijkste adverteerder van het blad wordt binnengehaald en die zo het hele tijdschrift alsnog van de ondergang redt. Een maand later stuit het blad vervolgens op een niet al te belangrijk nieuwsverhaal dat toch relevant genoeg lijkt om te plaatsen. De hoofdpersoon die in het artikel in een kwaad daglicht gesteld wordt, blijkt niemand minder dan de nieuwe adverteerder van het blad te zijn. Wat doe je als eindredacteur van zo'n blad dan? Houd je dan je rug nog recht?
De meeste patiëntenverenigingen in Nederland worden wel in enige mate gesponsord door een farmaceutisch bedrijf dat belang heeft bij het ziektebeeld waar de patiëntenvereniging voor is opgericht. Patiëntenverenigingen worden vaak bestuurd door niet-professionals die in een aantal gevallen zich ook helemaal niet voldoende realiseren hoe dit soort dingen precies gespeeld worden. Farmaceutische bedrijven, met name de wat grotere weten heel goed waar Abraham wat dat betreft de mosterd haalt. In veel gevallen wordt de informatie van zulke bedrijven dan ook zonder enige kritiek aan de patiënten gepresenteerd. Patiënten die wellicht wat wantrouwend tegenover medicijnfabrikanten staan, maar die informatie van een patiëntenvereniging dikwijls als volstrekt betrouwbaar tot zich nemen.
wordt vervolgd
Bronvermelding: diverse bronnen over een langere periode, stichting-restless-legs.org, wikipedia
Categorie: opinie - plusminus 667 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
735. Deel 4: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
735.
Deel 4: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
2 september 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Een
keurige mevrouw in een filmpje op een website doet de volgende
bekentenis: "Ik had vaak last van een opgezwollen buik, en dat ging dan
gepaard met misselijkheid. Maar op een gegeven moment toen kreeg ik het
ook benauwd. En op het moment dat ik het ook benauwd kreeg dacht ik van
"Hé, dit zit toch niet zo lekker". Maar ik ging me pas echt zorgen maken
toen er hartkloppingen bij kwamen. Toen dacht ik van "Hé, nu moet ik
even naar de dokter gaan. Nu wil ik weten wat er aan de hand
is." Maar ja toen ik eenmaal bij de dokter was, toen kon ze niet
iets vinden, en toen kwam ik in de molen van onderzoeken terecht en
toen bleek dat ik het roomheld-syndroom heb. Nou ja, ik hou mijn winden
altijd op want het is voor mij geen optie om in gezelschap een wind te
laten. Ik bedoel, ik zou de mensen echt niet meer onder ogen durven
komen... Ik had alleen nooit gedacht dat ik van zoiets simpels als
gasvorming zoveel last zou kunnen hebben. Ik weet nu in ieder geval wat
het is en ik ben ook blij dat er wat aan te doen is."
Het gaat hier om de transcriptie van een andere uiting van een
onsympathieke
vorm van guerrillamarketing. Deze vorm bestaat doordat in
Nederland rechtstreekse reclame voor medicijnen die alleen door arts
mogen worden voorgeschreven niet is toegestaan. En dus zie je dat de
farmaceutische industrie dit verbod ontduikt door niet te adverteren
voor het medicijnproduct zelf, maar door met reclame voor het
ziektebeeld klanten te winnen die anders misschien wel
helemaal niet op het idee gekomen waren dat ze iets mankeerde.
De werkwijze die tegenwoordig vaak symptoomreclame wordt
genoemd, gaat natuurlijk alleen op voor medicijnen waar één fabrikant
het patent heeft op het enige, of op het meest voorgeschreven middel
voor het betreffende ziektebeeld. Voorbeelden daarvan zijn onder andere
reclames voor erectieproblemen, voor het restless leg syndrome en
natuurlijk de reclames over schimmelnagels die lange tijd niet van het
scherm te branden waren.
Het tv-programma TROS Radar zette ooit om de praktijk van de
symptoomreclame aan de kaak te stellen een eigen niet bestaand medicijn
in de markt. Antoinette Hertsenberg vertelde daar onlangs in het
programma Argos van de VPRO het volgende over: "De campagne tegen de
winderheid is wat symptoomreclame
wordt genoemd. Fabrikanten mogen geen reclame maken voor hun
geneesmiddelen, maar wel voor de kwaal zelf. En dus proberen ze de
mensen een kwaal aan te praten. Of dat nou gaat over rusteloze benen of
over
plastest.nl. "Heeft u ook wel eens last om uw plas op te
houden?" Dan ga je naar een website en dan heb je vier vragen, en als je
op één van de vier 'ja' zegt, bijvoorbeeld 'Moet je 's nachts wel eens
je bed uit om te plassen' - dat moet ik ook wel eens - dan krijg je al
het advies om naar de dokter te gaan. En eigenlijk wordt het advies van
de medicijnen
dan ook al zo'n beetje meegegeven."
"Wij wilden duidelijk maken hoe dat werkt. We hebben toen een
ziekte uitgevonden, winderigheid, en we zijn ook echt naar het NIPO
geweest. Die hebben Nederland geënquêteerd. Nou het bleek echt
verschrikkelijk. Ik geloof dat een kwart van de Nederlanders had er last
van. Maar NIPO was ook wel zéér bereid om een beetje mee te gaan in de
onderzoeksdoelstelling. Die snapten terwijl ze niet wisten dat het om
een fake-opdracht ging heel goed wat we wilden. De verborgen camera
legde vast dat NIPO prachtig zat mee te fantaseren
over hoe erg de uitslagen wel niet zouden worden."
"De organisaties die Radar hiermee onder andere beet had, en die
moeiteloos hun medewerking verleenden waren de farmaceutische
industrie, natuurlijk NIPO, en verder de artsen en de apothekers die
allemaal die posters
voor het ziektebeeld ophingen. En er was een persbericht dat
heel veel programma's overnamen. Nieuwsprogramma's zijn erin gevlogen,
want
ja, NIPO staat toch voor een soort van degelijkheid. En dus
denkt iedereen "dat is serieus dus daar besteden we aandacht aan".
Daarmee kun je zien hoe makkelijk het is om, want we hadden er
helemaal niet zoveel geld voor, om met een beetje geld een hele hype te
creëren rond een ziekte die dus helemaal niet bestaat. We hadden ook een
hele mooie website gemaakt met allemaal van dit soort (filmpjes van)
getuigenissen."
Symptoomreclame is uiteraard een kwalijke zaak, omdat hiermee
door kapitaalkrachtige bedrijven het verbod op de medicijnreclame wordt
ontdoken. Het middel tegen schimmelnagels dat zo gepromoot wordt, staat
daarnaast volgens de Nederlandse Wikipedia in de top tien van
geneesmiddelen die de meeste bijwerkingen hebben, en in een
patiëntenbrief van het Nederlands Huisartsen Genootschap, NHG (versie
april 2008) wordt het gebruik van antischimmelmiddelen zoveel mogelijk
ontraden, ook al omdat iedere medische grond voor behandeling ontbreekt.
De website over de nepkwaal is overigens nog steeds te vinden op http://hetluchtop.nl/ (de voorbeeldfilmpjes zijn schitterend!)
Zie ter vergelijking ook de site http://www.plastest.nl/, die wel degelijk voor een echt medicijnproduct gemaakt is.
Patiëntenbrief NHG: (hier
te bekijken)
wordt vervolgd
Bronvermelding: VPRO's Argos, TROS Radar, Wikipedia (NL), diverse bronnen op internet
Categorie: opinie - plusminus 806 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
734. Deel 3: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
734.
Deel 3: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
1 september 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Een
ander sympathiek voorbeeld
van guerrillamarketing was het dure ijsjesmerk Ben &
Jerry's, toen nog niet door Unilever overgenomen. Het bedrijf had een
sympathiek en hippie-achtig imago dat niet alleen kwam doordat ze dingen
deden als een themapark stichten bij hun grootste fabriek waar
bezoekers een dag lang onbeperkt gratis ijs konden komen eten. Beide
directeuren waren lokaal in de VS al enigszins publieke figuren, maar
nog lang niet zozeer als later het geval was. Ben Cohen was vanaf de
oprichting van het bedrijf degene die over de smaak van al hun
ijsproducten ging, maar is op dat gebied enigszins gehandicapt omdat hij
maar een zeer beperkt smaakvermogen heeft (hij heeft
anosmie, d.w.z. hij mist het vermogen om te ruiken), wat de
reden is waarom hij van bijvoorbeeld grote brokken caramel of bevroren
koekjesdeeg in ijsjes houdt. Ben vond, dat ijs behalve smaak ook een
textuur behoort te hebben, en dat is nog altijd het handelsmerk van het
bijzondere ijs van het bedrijf.
De grootste concurrent van B & J probeerde ze in de jaren
tachtig op oneerlijke wijze uit de winkels in en rondom Boston te weren
door bijvoorbeeld aan hun afnemers te stellen dat ze zouden moeten
kiezen: of Ben & Jerry's uit de winkel, of zij eruit. Doordat
Häagen-Dasz op dat moment een uitgebreider aanbod leverde en een grotere
partij was, kozen veel winkeliers dan eieren voor hun geld en Ben &
Jerry's gingen eruit. Ben & Jerry organiseerden toen verschillende
rechtszaken niet hielpen, als ware hippies (hun voorveld voordat ze
ondernemer werden) wekenlang protestacties voor de deuren van het
hoofdkantoor van Häagen Dasz-eigenaar Pillsbury die daar eerst nogal
lacherig over
deed. Toen echter bleek dat de heel slim opgezette actie met op
spandoeken
en borden de tekst 'What’s the Doughboy Afraid Of?', refererend
aan het logo en de mascotte van
Pillsbury, en de schare fans van de bijzondere ijsjes voor de
deur, niet alleen de verkopen deden teruglopen, maar dat door de vele
publiciteit hierover ook
de aandeelhouders zich begonnen te roeren. Pilsbury haalde
uiteindelijk bakzeil, zij het veel te laat. Marktexperts stellen dat de
grote groei die Ben & Jerry's ijs in de periode daarna doormaakte
regelrecht het gevolg was van wat hun actie tegen Pillsbury aan
publiciteit had opgeleverd. Zonder dat waren ze Häagen-Dasz vermoedelijk
nooit voorbijgestreefd.
Een minder sympathiek voorbeeld van guerrillamarketing kwam de
afgelopen week in het nieuws toen Nieuw-Zeelandse onderzoekers tot de
conclusie kwamen dat tabaksindustrie, die bijna nergens in westerse
landen nog reclame mag maken zich op grote schaal op YouTube heeft
gestort. Van de 163 video's die uit zoekopdrachten in het kader van hun
onderzoek naar de grote sigarettenmerken tevoorschijn kwamen, was 71%
ronduit pro-roken. Twintig van de
video's waren van zodanige kwaliteit dat ze door prominente
reclamebureaus moeten zijn gemaakt. Slechts vier procent van de gevonden
video's waren daarbij
anti-roken.
Hoewel de tabaksindustrie naar aanleiding van het onderzoek
ontkende dat er sprake is van bewust uploaden door de industrie,
verwijten de onderzoekers van de universiteit van Otago
(N.Z.) de producenten dat er sprake is van bewuste campagnes. Ze
wijzen er daarbij op dat de fabrikanten bijvoorbeeld nooit geprobeerd
hebben om te betreffende filmpjes, waarop zij het auteursrecht hebben
van de site hebben laten halen, en pleiten
er verder voor om naast de reclame op bijvoorbeeld televisie en
radio, ook de reclame voor tabaksproducten op internet te
verbieden.
wordt vervolgd
Bronvermelding: diverse bronnen op internet, waaronder Wikipedia in verschillende talen en Nu.nl
Categorie: opinie - plusminus 552 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
733. Deel 2: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
733.
Deel 2: Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
30 augustus 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Bij
een dienst als
Gmail (Google is nogmaals niet het enige bedrijf dat dit soort
diensten aanbiedt) worden de advertenties gebaseerd op de inhoud van het
mailtje dat je op dat moment
leest of aan het bewerken bent. Voor dat doel wordt de inhoud
van het mailtje waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk naar een server
van het bedrijf
gestuurd. Ik vind dat zelf geen prettig idee. Een paar jaar
geleden nog werd coffeeshophouders
in Nederland afgeraden om een mailadres van Gmail te gebruiken
omdat bovendien niet duidelijk
is waar die servers van de weblogdienst, die sowieso alle
mailtjes van
een gebruiker opslaan, eigenlijk precies staan. Wanneer de
inhoud van mailtjes over de in Nederland gedoogde handel op een
Amerikaanse server worden geparkeerd, dan zou een uitgeslapen diender of
medewerker van justitie aldaar wellicht kunnen vermoeden dat de
mailtjes over deze in de VS zwaar strafbare zaken ook vanuit het
perspectief van de wetgeving in dat land beoordeeld moeten worden.
Behalve dit soort dingen vindt een toenemend aantal mensen het
niet prettig hoeveel dit soort reclamebedrijven ondertussen over iedere
particulier weten. Waar ik zelf bijvoorbeeld even van moest slikken is
dat ik een poosje terug op de webshop van Wehkamp of Neckermann had
gekeken en
kort daarna op die van Conrad en Viking Direct. Een dag later
viel het me op dat ik ineens toch wel erg veel reclame op allerlei sites
zag van deze drie door mij virtueel bezochte bedrijven. En het werd
helemaal griezelig toen ik me realiseerde dat al die reclames die ik bij
mijn
Gmail mailtjes en op verschillende andere sites tegenkwam, ook
nog precies de drie producten lieten zien waar ik op die sites in mijn
herinnering het langst naar had gekeken. Dat moest dus allemaal zijn
onthouden, ofwel bij de betreffende
bedrijven zelf, of bij Google, ofwel in een cookie dat door één
van die partijen op de harde schijf van mijn PC was achtergelaten.
Een ander alternatief voor reguliere reclame en het meer
persoonlijk
benaderen van prospects is guerrillamarketing. Dat is overigens
iets dat al veel langer bestaat, maar het wordt nu wel gezien als
redding voor de
reclamebranche. Ik heb zelf eind jaren tachtig nog eens een
korte cursus
guerrillamarketing gedaan. Het begrip is in betekenis sindsdien
flink
uitgebreid, in de zin dat meer zaken tegenwoordig onder de
noemer
guerrillamarketing vallen. Het wordt door veel mensen nog steeds
gezien als een hoopvolle ontwikkeling.
De term guerrilla komt uit het Spaans en is het verkleinwoord
van het Spaanse woord voor oorlog. Sinds de achttiende eeuw wordt
de term gebruikt voor een militaire tactiek waarbij kleine
groepjes militairen het een in getallen heel veel groter leger uiterst
moeilijk maken, en
er in de geschiedenis daarbij regelmatig in slagen dat leger
zelfs helemaal verdrijven. Afijn, in het huidige tijdsgewricht zijn er
natuurlijk legio voorbeelden te noemen van waar de tactiek in militaire
zin nog steeds
aan de orde van de dag is.
Bij guerrillamarketing gaat het om iets soortgelijks. Een
bedrijf dat het budget niet heeft om groots reclame te maken, kan door
guerrillamarketing voor bijzonder weinig geld toch grote
successen behalen. Dat kan zowel op een sympathieke als op een minder
sympathieke manier. Een
voor veel mensen sympathiek voorbeeld waren bijvoorbeeld de
Bavaria-meisjes die bij het WK in hun oranje jurkjes op de tribune
plaats namen. De brouwer
in kwestie had niet het budget van grote concurrent Budweiser,
welke
laatste het exclusieve recht op reclame tijdens het evenement
had verworven. Zowel de door veel mensen
toch al onsympathiek gevonden FIFA als de grote bierconcurrent
speelden vervolgens Bavaria
enorm in de kaart door precies zo te handelen dat de actie nog
heel veel meer publiciteit kreeg als waar de bedenkers op gehoopt
hadden.
Een PR-blunder van de bovenste orde, vermoedelijk ingegeven door
arrogantie.
Het beste is waarschijnlijk om als slachtoffer in zo'n geval te roepen 'goede stunt, applaus' en te hopen dat de publiciteit dan snel verstomt, en niet te proberen de zaak alsnog via rechtszaken te regelen, en je daarmee een slecht verliezer te tonen. Bovendien, het simpele feit van het dragen van een oranje jurk ter gelegenheid van een feestelijke gebeurtenis is volgens mij in vrijwel geen enkel westers land verboden. Het budget voor de hele actie was ongetwijfeld slechts een schijntje en het leverde wereldwijd vele miljoenen aan onbetaalde reclame op.
wordt vervolgd
Bronvermelding: diverse bronnen op internet
Categorie: opinie - plusminus 698 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
732. Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
732.
Reclame wordt minder irritant - en geniepiger
28 augustus 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Het
is niet zo dat ik me alleen maar aan reclame stoor. Als je mijn
eerdere
columns daarover leest dan zou die indruk kunnen ontstaan, maar
bepaalde
reclames vind ik ronduit fantastisch. Misschien ga ik daar ook
nog wel
eens over schrijven, maar het is natuurlijk veel leuker om juist
de
kritische noten eens tegen het licht te houden. Ik ben overigens
zeker niet de enige die zich wel eens aan reclame-uitingen stoort. De
reclamewereld ziet dat ook, en
bepaalde stromingen uit dat veld verwachten dan ook dat binnen
een jaar of acht de mensen de huidige dikke brei aan reclame die we voor
de kiezen krijgen
gewoonweg niet meer zullen pikken. Als je niet oppast dan zal
het aantal reclamebureaus door die trend in de komende jaren ook flinke
klappen oplopen. Als er niets gebeurt tenminste.
Natuurlijk wordt dat doemscenario door de reclamebranche niet
lijdzaam afgewacht. Een mogelijke oplossing zit in het veel
persoonlijker maken van reclame. Door veel meer over mensen te weten te
komen en ze persoonlijker te benaderen hoef je niet meer alle reclame
aan iedereen te sturen. Dat spaart behalve irritatie bij de ontvanger,
ook een hoop kosten in de verspreiding en als de reclame op papier
zou komen te staan, ook nog het milieu. Natuurlijk zitten er
privacy-aspecten aan die manier van werken. Doordat
sommige verspreiders van reclame zich misdragen door
bijvoorbeeld miljoenenen spam-mailtjes tegelijk te versturen zie je dat
regelgeving op dit gebied steeds strenger wordt.
Google is bijvoorbeeld een
bedrijf dat het
verzamelen van gegevens over personen en bedrijven tot een ware
kunstvorm heeft verheven. Google is als bedrijf niet, wat veel
mensen denken, een
aanbieder van een verdomd goede zoekmachine, of van een handige
e-maildienst. Om maar wat te noemen, want het bedrijf doet heel veel
meer dan alleen dat. Maar goed, met een gratis mailadres voor
iedereen en gratis mooie zoekresultaten
alleen maak je nog geen omzet natuurlijk. Google is in eerste
instantie een bedrijf dat reclame verkoopt. Hoewel het wel het grootste
bedrijf op dat gebied
is (Google is met afstand de grootste aanbieder van
reclameruimte in de
wereld), is het zeker niet het enige bedrijf dat op die manier
werkt.
Zelf vind ik de reclame die je van bedrijven als Google te zien
krijgt
in een aantal gevallen op het griezelige af. Een mooie
ontwikkeling vind ik aan de andere kant Google's AdSense/AdWords, dat
zijn de kleine advertentietjes die iedereen op zijn site kan zetten. Ik
heb ze zelf ook. Het leuke is dat je daar dus ook gewoon als
website-eigenaar wat inkomsten mee creëert. Om de zoveel weken krijg ik
keurig een bedragje voor de reclameruimte die het bedrijf zo op mijn
websites mag gebruiken op mijn rekening gestort.
Het is niet veel, maar vaak toch genoeg om grotendeels de
domeinnamen en
de hostingkosten te betalen.
De inhoud in deze advertenties wordt overigens aangepast aan de
inhoud van de site waarop ze staan. Sterker nog, ze passen zich precies
aan, aan de tekst op je site waar de kleine advertenties dicht in de
buurt staan. Schrijf je bijvoorbeeld een weblog over pudding of pizza's,
dan kun je er donder op zeggen dat bij wijze van spreken de reclames
naast deze tekst van Dr. Oetker's Big Americans zijn, of voor de
diepvriespizza's van Iglo of van Albert Heijn
of voor een aantal toetjesproducten.
Dit heeft overigens wel een onbedoeld bij-effect. Als je wat
meer over de kleine Google-reclametjes weet, dan weet je ook dat
bepaalde woorden waar de advertenties zich naar richten veel meer geld
opleveren dan andere. Een aantal mensen houdt er bij het schrijven van
hun weblogs of andere teksten dus bewust rekening mee dat er minimaal
een paar van
de meest betalende woorden in de tekst voorkomen. Hierdoor
kunnen teksten soms redelijk gekunsteld aandoen, en ook is het raar als
bepaalde minder gebruikelijke woorden ineens meermaals in zo'n tekst
opduiken.
Verder zijn mensen met dit soort advertenties op hun site eerder geneigd om
in hun teksten aan zelfcensuur te doen. Gaat een tekst namelijk
bijvoorbeeld iets teveel de, zeg maar pikante lingeriekant op, dan blijven de kleine advertentietjes leeg en krijg je
dus vanwege de betreffende tekst voor dat gedeelte van je website ook
even niets betaald.
Het is mijzelf zeker enkele keren overkomen dat de
advertentietjes op mijn site naast een bepaalde column leeg bleven, en
dat ik pas na heel lang zoeken erachter kwam wat (cq. wélke woorden)
mogelijk de oorzaak
was/waren geweest. Er zijn mensen die om die reden het schrijven
van teksten waarmee ze dit risico lopen dus
vermijden.
In de algemene voorwaarden bij de advertentiedienst staat dat het bedrijf zich ook het recht voorbehoudt om bij overtredingen van de voorwaarden alle reclames op de sites van de persoon in kwestie, maar ook de in de periode vooraf opgebouwde tegoeden die nog niet zijn uitbetaald vanwege een overtreding per direct te annuleren. Tot de redenen kunnen ook kwetsende teksten worden gerekend of teksten die door veel mensen in strijd gevonden worden met de goede smaak.
wordt vervolgd
Categorie: opinie - plusminus 834 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
731. Pipo de Clown on ecstasy
731.
Pipo de Clown on ecstasy
23 augustus 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Ik
schrijf eigenlijk nooit over
voetbal en ik ga daar ook nu geen uitzondering op maken, maar in
juni sprak ik onwetend af op het stadhuis, precies tijdens een van de
belangrijkste wedstrijden van het WK. Ik had de afspraak een week van
tevoren gemaakt, en ik hoorde
de ochtend zelf op de radio dat het dan wel eens erg rustig op
straat kon zijn. Zelfs mijn moeder die ik niet als iemand ken die zich
erg voor voetbal interesseert vroeg zich af waarom ik in hemelsnaam niet
naar het Nederlands elftal zou kijken.
Afijn, ik dacht dus in alle rust dus voor het eerst van mijn leven mijn vingerafdrukken af te kunnen staan. Maar daar kwam ik bedrogen uit: niet alleen het aantal bezoekers was minder dan normaal. Ook waren er onder de mensen die achter de loketten zaten ongetwijfeld voetballiefhebbers, en die zaten op dat moment dus voor de televisie.
Ik kwam er vorig najaar precies twee weken te laat achter dat mijn paspoort dus verliep kort nadat een paspoort zonder vingerafdrukken niet meer mogelijk was. Had ik dat eerder geweten, dan had ik zonder meer het verlengen van mijn reisdocument met een maand of zo vervroegd. Nu heb ik het aanvragen van een nieuw grenspapier (of plastic met een chip tegenwoordig) zo lang uitgesteld als maar verantwoord was.
Uit een mild soort vorm van verzet heb ik
de weken voordat een en ander moest gebeuren nog wel mijn nagels niet om
aan te zien zo lang laten groeien, in
de ijdele hoop dat dit het dactyloscopische werk nog enigszins
zou bemoeilijken.
Ik heb wel een veel betere pasfoto nu. Veel beter dan de
rijbewijsfoto waar ik eerder al eens over schreef. Dit keer niet zoals
toen in zwart-wit een regelrechte 'mugshot', maar ik zie er enorm
vrolijk uit. Niet dat ik er ook maar een heel klein beetje op lijk hoor.
Als je een beetje rode verf op het puntje van mijn neus fotoshopt zie
ik eruit als Pipo de Clown on ecstasy and coke! Niettemin ben ik er toch
iets minder ontevreden over dan over die mislukking van twee jaar
geleden. En ook deze is gemaakt door onze nabijgelegen vakfotograaf met
wie ik samen heel secuur de grenzen van wat er op zo'n foto mag dus nog
eens flink heb opgezocht. Ik sloot van tevoren dan ook helemaal niet uit
dat het plaatje waarop ik geheel in weerwil van de werkelijkheid grote
flaporen lijk te hebben en een niet te negeren jeuk onder mijn
voetzolen, alsnog zou worden afgekeurd.
Ik sta wel te kijken van de efficiency van onze gemeentewebsite die dan ook al vele prijzen heeft gewonnen. Je kunt bij het maken van een afspraak heel gewoon met een pulldownmenu het doel van je komst naar het gemeentehuis selecteren, waarna je met dezelfde rolgordijntjes een tijd en datum uit mag kiezen. Klik je op bevestigen, dan krijg je een mailtje met daarin nogmaals bevestigd het tijdstip en alle paperassen en financiële middelen ("pinnen heeft onze voorkeur") die je bij het bezoek dus nodig hebt. Dat was bij deze dramatische gebeurtenis dan toch weer een heel klein pluspuntje. Soms gaan er toch echt nog wel eens dingen heel gewoon goed hier in dit land.
Categorie: life-log/opinie - plusminus 532 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
730. Het buskruit niet
730.
Het buskruit niet
18 augustus 2010
©2010, copyright: GoHansBrinker.com
Ik
begon deze
lange serie van columns in 2001 min of meer met de woorden dat
ik veel over reclame zou
gaan schrijven, omdat ik me daar erg vaak aan stoorde. Het is in
de tussentijd soms wel eens
iets minder geweest, maar ik erger me nog steeds geregeld aan
reclame. En dikwijls begrijp ik ook helemaal niets van bepaalde
producten die je af en toe in de reclame ziet.
Een jaar of wat geleden had ik de site www.zapwegbijfrisia.tk opgezet (hij bestaat al lang niet
meer, maar verschillende kranten schreven er destijds over, omdat ze
dachten, zoals de site lichtjes suggereerde met een hele actiegroep van
doen te hebben
). Lang voordat deze goede bank ook echt zowel letterlijk als figuurlijk in diskrediet raakte,
ergerde ik me al aan de reclame die die instelling maakte. Ook toen al
was die bank (Frisia = DSB) voor veel mensen een discutabel bedrijf, en
ik stoorde me eraan dat Frisia het nodig vond om bekende Nederlandse als
Edvard Niessing in te zetten om haar imago op te vijzelen. En
dan nog Leen van
Frisia. Ik weet niet of mensen zich het onbetrouwbare gezicht en
de maniertjes van die figuur nog weten te herinneren, maar de reclame
leek regelrecht gericht
op uitsluitend mensen, die zich vanuit een kwaadaardig soort van
masochisme moedwillig de ene miskoop na de andere
willen laten aanmeten. De huidige SpecSavers-reclame irriteert
me trouwens op dezelfde manier als Leen dat
destijds deed.
Het afgelopen jaar heb ik me ook gestoord een product waarmee je
je PC
op de televisie aan kunt sluiten. Of eigenlijk vooral verbaasd
in dit geval meer. Je ziet een popie-jopie die ook
alweer aan Leen doet denken, met zijn vrienden op de bank zitten
en oh oh wat een bijzonderheid, wat je anders op de PC ziet, zie je nu
op de televisie.
De mannetjes rollebollen over hun IKEA-bank bij het zien van een
simpel
YouTube-filmpje. Volgens de bijbehorende website hebben ze er
ook nog een patent op weten te bemachtigen.
Dat mag een groot wonder heten, want al twintig jaar geleden
zoemde het onder experts over de zogenaamde convergentie van de
technieken voor televisie en die
van de PC. Bij het simpele woord 'convergentie' wist iedereen in
de branche waar het over ging. Die experts waren overigens wel in
tweeën verdeeld over de vraag of het nu de televisie was of de
computer die het zou gaan winnen.
Inmiddels weet iedereen dat het de computer is (of smartphone,
cq. iPad-achtige toepassingen) die uiteindelijk als winnaar uit de bus
gaat komen. Al was het alleen maar omdat in ieder kastje dat je voor
digitale televisie nodig hebt niets anders zit dan een heel gewone
enigszins aangepaste PC, terwijl het televisietoestel zelf alleen nog
maar als een soort domme monitor in gebruik is. Maar nee, hoor de mannen
van
de olijke reclamespot hebben in 2008 de uitvinding van het
millennium gedaan. Even om de heren wakker te schudden, ik kijk op mijn
PC al sinds 1998 naar de reguliere televisie. Eerst via de kabel en nu
via de digitale ether. In het verleden had ik op mijn PC een
scart-aansluiting waar ik het voor
TV-kijken destijds iets beter geschikte beeldscherm van mijn
televisietoestel af en toe op aangesloten had.
Voor het apparaat uit de reclamespot is overigens zowel de voor
149 euro geleverde settopbox nodig, als een bestaande televisie én toch
ook nog een
op internet aangesloten PC. Nog even een leuke om de vermeende
slimheid van het product een beetje te verduidelijken. TV's
hadden in het verleden vaak een veel minder goede beeldkwaliteit
dan een
PC. Verder is een TV ook veel minder goed geschikt om
stilstaande letters weer te geven. TV's zijn traditioneel vooral goed in
bewegende beelden. En ze zijn natuurlijk een stuk
groter. De meeste huidige computers zijn inmiddels in beide
dingen goed. Dat komt omdat ze naast voor tekstverwerken ook voor gamers
goed te gebruiken moeten zijn.
Het elektronische ei van Columbus denken ze daar bij dat bedrijf
te hebben uitgevonden, maar tegelijk volgens mij het buskruit
niet...
Categorie: opinie - plusminus 679 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.