©2007 Alles op deze site is copyright shorties.nl, tenzij anders vermeld.

678. Don't sell me short

678. Don't sell me short

30 juni 2009
©2009, copyright: John Piek


Katten zijn met grote afstand de meest interessante wezens die er bestaan. Nou ja op de andere mensensekse na natuurlijk, maar toch. Katten zijn zo ongelooflijk slim. Ik probeer vaak te letten op wat ze allemaal begrijpen. Katten doorzien je plannen direct. Dat is hun instinct, en daarom zijn ze ook goed in de jacht. Maar er zijn ook dingen waarvan je zou vermoeden dat ze daar meer voor nodig hebben, minimaal toch een soort van verstand.

Vorige week pakte ik Frederique op. Frederique zit supergraag in mijn kantoor. Dat is echt wat voor haar. Ze zit bijna de hele dag - op eigen verzoek - in een bench in mijn woonkamer annex kantoor. Simoon, de oudste en zonder twijfel de meest karaktervolle van het stel was ook in de keuken. Toen ik Frederique zo oppakte en zei 'Wil je bij me zitten in de kamer? Ga je mee naar de kamer?' toen liep Simoon dus keurig ter hoogte van mijn voeten met mij op. Ik dacht 'ze wil wat eten', maar ik dacht zeker niet dat ze zo duidelijk door zou hebben wat ik van plan was, en dat liet ik in mijn gedrag ook een beetje merken. Bij de kamerdeur aangekomen keek Simoon  omhoog met een oprechte grijns rond haar bekje maar vooral in haar ogen. 'Dacht je soms dat ik dat soort dingen niet begreep?' leek ze te zeggen, en duidelijk geamuseerd door het voorval stapte ze vrolijk mee de kamer in. Toen ze haar punt gemaakt had, ongeveer een meter na de deur vond ze dat het wel genoeg was. Ze liep rechtsomkeert de kamer weer uit in de richting van de keuken, waar we vandaan kwamen. Maar niet nadat ze nog even vlug achterom gekeken had, en mij nog steeds geamuseerd een 'dont you ever sell me short that way again'-blik had toegeworpen
.

Categorie: lifelog - plusminus 308 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

Platinum Weird

link naar de clip

Een huiskamerconcert van Dave Stewart (o.a. Eurythmics) en Kara DiGuardi (o.a. songwriter & American Idols jurylid)

Platinum Weird was in 1974 een band van Stewart en de legendarische singer/songwriter Erin Grace. Althans dat meldden vele bronnen op internet. In werkelijkheid was er destijds geen band. Het verhaal is een hoax, een niet waar verhaal dat als zijnde waar wordt gepresenteerd. De oude band Platinum Weird werd verzonnen door Dave Stewart himself, compleet met nep-documentaire op de muziekzender VH1, een interview in het blad Rolling Stone en een hele serie websites waarop mensen als Mick Jagger, Adam Levine, Ringo Starr, Paris Hilton, Christina Aguilera, Lindsay Lohan en Stevie Nicks in korte videofilmpjes zeggen dat ze de band van toen (nog) kennen. De band kwam tot een vroegtijdig einde doordat Grace na enkele optredens en met het eerste album nog niet af plotseling verdween. Erin zou later een relatie hebben gehad met Fleetwood Mac's Lindsey Buckingham, wat hem inspireerde tot het vermaarde album 'Rumours'. In werkelijkheid ontstond Platinum Weird toen Stewart en DiGuardi in 2004 gevraagd werden om een nummer te schrijven voor de Pussycat Dolls. Het nummer voor de Dolls kwam er niet, maar wel een aantal nummers die volgens DiGuardi sterk leken op de stijl van Fleedwood Mac.

Enkele andere Platinum Weird-nummers:

Will You Be Around

Taking Chances

Nobody Sees

677. Time-management

677. Time-management

15 juni 2009
©2009, copyright: John Piek


Al te makkelijk verlies ik me als ik werk in dingen waar ik me vol enthousiasme in stort. En dus onnodig mee vermoei, omdat het niet de dingen waren die ik van plan was te gaan doen. Sinds jaar en dag heb ik daar een methode voor: nooit langer dan 20 minuten achter elkaar ergens aan werken om vervolgens even afstand te nemen. Ik zet doorgaans een timer in mijn computer die na twintig minuten afgaat. Iedere 20 minuten sta ik kort even op en doe bijvoorbeeld in enkele minuten een paar ontspannings- of ademhalingsoefeningen of ik schenk koffie in. Daarna ga ik verder. Eigenlijk is het dus telkens net een paar minuten minder dan die 20 minuten dat ik werk, maar dat geeft niet. De gebruikte methode levert namelijk zeker tijdwinst op Het komt ook voor dat ik twee dingen telkens om de 20 minuten afwissel, om met die afwisseling te voorkomen dat ik de concentratie verlies, zoals ik dit zo makkelijk doe.

Kort geleden kwam ik erachter dat er meer mensen zijn die het in meerdere of minere mate ook zo doen.
Ik kwam recent bijvoorbeeld met het onderwerp in aanraking door een column in die schitterende rubriek life-hacking van de website nu.nl. Aan het begin van zijn column had deze columnist het over de methode 'Getting things Done' (dingen gedaan krijgen) van David Allen, die ik dus niet bleek te kennen. Deze Allen introduceerde als onderdeel van zijn methode de tweeminutenregel. Die houdt in dat je taken waarvan je verwacht dat die minder dan twee minuten kosten, direct moet doen. Inderdaad, op een briefje schrijven, opslaan, terugvinden, je bent er al snel meer dan twee minuten mee kwijt. Heel zinnig.

In de column beschreef de auteur ook nog de twaalfminutenregel die hij zelf van een Belgische vriend leerde. Deze vriend heeft een (digitale) kookwekker op zijn bureau staan, die iedere 12 minuten afloopt en die hij dan opnieuw zet. Zo voorkomt hij dat hij afgeleid raakt, want iedere twaalf minuten vraagt hij zich opnieuw af 'ben ik nog wel bezig met wat ik van plan was te gaan doen?'

De schrijver van de column gebruikt een variant van die methode van zijn Belgische kennis: hij beantwoordt telkens periodes van twaalf minuten door de dag heen zoveel mogelijk e-mails. Daarna gaat hij weer wat anders doen. Zo voorkomt hij dat hij zich teveel in een enkel mailtje verliest en zijn mailbeantwoordsessies steeds opnieuw tot wel twee uur kunnen duren. Ook dat is iets dat mijzelf helemaal niet vreemd is.

Een interessant onderwerp, dat time-management dus. Het zou me niet verbazen als ik daar binnenkort nog eens een keertje op terugkom.

Categorie: lifelog - plusminus 442 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

676. Stuart Hill en Forvik (deel 4, slot)

676. Stuart Hill en Forvik (deel 4, slot)

14 juni 2009
©2009, copyright: John Piek


Hill blijft pogingen ondernemen om te bewijzen dat de regering van het Verenigd Koninkrijk op het eilandje geen zeggenschap heeft, en lijkt daar in zijn eigen verklaringen ook in te slagen. Zo werd hij over de periode december 2008 tot april 2009 aangeslagen voor ruim 200 pond belasting vanwege het bouwen van zijn hut op het eilandje. Hill heeft de aanslag teruggestuurd met de mededeling dat die onterecht is omdat de betreffende belastinginstantie immers geen zeggenschap op het eilandje heeft, met daarbij de uitnodiging om zijn weigering desnoods in de rechtszaal aan te vechten. De belastingdienst bevestigt desgevraagd Hill inderdaad te hebben aangeslagen voor de hut die door de belasting als woning wordt gezien en waarvoor in dat geval belasting is verschuldigd. 

In april van 2009 heeft Hill in een enigszins schimmige brief aan een lokale krant gewaarschuwd dat het eiland voorzien was van "apparaten op alle landingsplekken rond het eiland die de romp van schepen lek zouden kunnen maken en die scheepsschroeven kunnen vernielen." Hoogstwaarschijnlijk is Hill bang geweest voor een inval van buitenaf, maar het is niet helemaal duidelijk van wie of wat hij deze inval dacht te kunnen verwachten.

Eind april stond op een openbare landweg op Shetland ineens een 25 jaar oude fourwheeldrive geparkeerd. De auto was voorzien van een kenteken van Forvik (FORVIK 1), en had verder een aantal kenmerken die ook auto's met een Engels kenteken hebben, zoals een ovale landensticker (FK) en een erg op de Engelse versie gelijkende belastingschijf achter een van de ramen. Op de auto zaten verder stickers die meldden dat de auto geen onderdeel was van UK-wetgeving en dat een aantal dingen, waaronder slepen en inbeslagnemen verboden was op straffe van 1000 Engels ponden plus onkosten. Op 1 mei brachten de Engelse autoriteiten papieren op het voertuig aan waarin gesteld werd dat de auto onwettig was achtergelaten. Een of twee dagen later werd er een grap met de auto uitgehaald die wel vaker op Shetland wordt uitgevoerd, het zogenaamde: fishboxing. Dat is het opkrikken en met een of meerdere wielen plaatsen op de bodem van stevige lage viskratten. Door de opstaande randen van de kratten is het zo goed als onmogelijk om het voertuig te verrijden of weg te slepen. Alle vier de wielen waren van zo'n krat voorzien. In de dagen erop werd de auto door vandalen, en door de harde wind geholpen, in behoorlijke mate gesloopt, waarop de autoriteiten besloten dat het voertuig een gevaar voor het wegverkeer betekende en het voertuig in bijzijn van Hill vervolgens werd weggesleept. Hill zelf haalde later bij de garage de rekening voor het wegslepen op, en meldde aldaar dat hij deze vanwege de tekst op de stickers bij de politie zou indienen.

Hill pakt de zaken dus met enige voortvarendheid aan. Zeker ook een excentriek soort van voortvarendheid. Hoewel Hill op het eiland aanvankelijk woonachtig was in een tentje zoals geregeld bij de Aldi in de aanbieding is, heeft het eiland wel een eigen munt, kent hij aan inwoners van Shetland en mensen daarbuiten het burgerschap van het landje toe en zegt hij als inwoner van het eilandstaatje geen belasting meer aan het Verenigd Koninkrijk te zijn verschuldigd. Verder biedt hij aan "betrouwbare" oliebedrijven het recht te koop aan om binnen de 200 mijlszone van het landje naar olie te zoeken. Hill woont nog altijd een deel van zijn tijd in Shetland zelf, en pendelt met zijn multiplex bootje in de vorm van de al genoemde kledingkast naar het eiland heen en weer. 

Bronvermelding: dit artikel leunt naast andere bronnen zwaar op informatie uit Wikipedia, uit Shetlopedia en van Forvik.com.

Officiële website van de micronatie Forfik: wwwforvik.com
Website waarin het eigenaarschap van Hill over Forewick Holm bestreden wordt. Hoewel de site er heel serieus uitziet betreft het hier een grap: www.forvik.net

Categorie: micronaties - plusminus 583 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

675. Stuart Hill en Forvik (deel 3)

675. Stuart Hill en Forvik (deel 3)

12 juni 2009
©2009, copyright: John Piek


Het eilandstaatje kent twee soorten burgerschap: land bezittende burgers en niet-land bezittende burgers (in tweede instantie Honorary Citizens genoemd). Voor de eerste titel komen alleen inwoners van Shetland in aanmerking. Het eiland Forvik is voor de land bezittende ingezetenen opgedeeld in 8000 grondstukken, elk ruwweg één vierkante meter groot.

Bij de start van het staatje in 2008 gaf het paspoorten uit die voor niet-land bezittende burgers voor een bedrag van 20 Forvik Groats te koop zijn (1 Forvik Groat is een honderdste Forvik Gulde, dus ongeveer 11 Pond Sterling voor een paspoort). De burgers zonder land mogen belastingvrij inkopen bij bepaalde leveranciers in Shetland, hoewel niet bekendgemaakt is om welke producten of leveranciers het daarbij ging. Een dag na invoering werd de mogelijkheid om een paspoort van het landje te krijgen alweer ingetrokken. Hill heeft alle eigenaren van land op Shetland uitgenodigd om zich aan te sluiten bij Forvik en zo een federatieve staat te vormen. In eerste instantie maakte Forvik in een officiële publicatie overigens bekend dat 1 Forvik Gulde 60 Engelse ponden waard was en 100 Forvik Groat's een Gulde waard zouden zijn. "1 Groat is 12 pond sterling waard", stond erachter. Een dag later werd dit aangepast naar 1 Groat is ongeveer 0,6 pond sterling waard.

Hill is al vanaf het begin bezig om een basaal maar meer permanent verblijf op het eiland te maken. Dat moet ongeveer vijf bij vijf meter groot worden, gemaakt van hardboard, kunststof, gelamineerd hout, gaas en turf. In volle ernst meldde hij daarover dat hij zonder enig probleem toestemming voor het bouwwerk heeft gekregen van de bouw- en woningtoezichtautoriteiten van het landje. Een beetje raar, omdat behalve hijzelf niemand anders ooit enige beslissing over het landje heeft genomen, en alle plannen daaromtrent door uitsluitend Hill zelf worden gemaakt en uitgevoerd. Hill is Forvik en andersom is dat hetzelfde.

Engelse, Schotse en Shetlandse bestuurders en organen reageren zoals Angelsaksische landen meestal doen bij micronaties die ontstaan: ze doen grotendeels alsof de landjes niet bestaan, of alsof ze van het bestaan niet weten. In de paar uitlatingen die er zijn wordt gezegd dat het eilandje als altijd tot hetzelfde territorium behoort als de rest van het land. Interessant echter is één van die officiële uitingen waarin niet naar de formele naam Forewick Holm verwezen werd, het eilandje dat deel uitmaakt van Shetland, maar naar Forvik, de naam van de nieuwe micronatie. Door Hill is dit meteen aangegrepen om hierin een bevestiging te zien dat het landje wel degelijk serieus wordt genomen en de facto toch erkend zou zijn. Een enkele lokale bestuurder merkt op dat hij het een interessante ontwikkeling vindt, en Hill's acties niet op voorhand af wil wijzen, maar dat hij wel eens wil zien welke kant het uitgaat. Daarbij wordt uiteraard gerefereerd naar de consequenties die het landje mogelijk voor een grotere autonomie voor heel Shetland zou kunnen hebben.

De regering van het Verenigd Koninkrijk liet vóór de officiële onafhankelijkheidsverklaring door Hill op vragen van journalisten echter al weten de heer Hill niet te steunen. Het bestuur van de Shetland eilanden is daarentegen veel gereserveerder over Hill. Het bestuur wil graag grotere autonomie en ziet in de acties van Hill zoals gezegd misschien een manier om haar eigen streven kracht bij te zetten.

(wordt vervolgd)

Bronvermelding: dit artikel leunt naast andere bronnen zwaar op informatie uit Wikipedia, uit Shetlopedia en van Forvik.com.

Categorie: micronaties - plusminus 543 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

674. Stuart Hill en Forvik (deel 2)

674. Stuart Hill en Forvik (deel 2)

10 juni 2009
©2009, copyright: John Piek


Na zijn debacle in 2001 waarbij zijn volgens velen onzeewaardige scheepje kapseisde bleef Stuart Hill op Shetland wonen. Hij voerde er in de jaren daarop actie omdat Shetland lang geleden onterecht bij het Verenigd Koninkrijk zou zijn gevoegd. De eilanden die in die tijd een provincie van Noorwegen waren, werden in 1468 zonder medeweten van de Noorse koning, door de Schotse koning van de koning van Denemarken gepacht, welke laatste de facto het bestuur over Noorwegen had. In de overeenkomst werd het recht vastgelegd voor toekomstige Noorse koningen om het bestuur over de eilanden terug te krijgen tegen betaling van 210 kg goud of 2310 kg zilver. Ondanks meerdere pogingen in de jaren daarop om deze som te betalen kreeg Noorwegen de eilanden nooit van de Schotten die al jaren op de eilanden aasden terug. Hill stelt om die historische reden dat Shetland het recht zou hebben om zich los te maken van het Verenigd Koninkrijk, nog afgezien van het feit of de meeste eilanders hier zelf nou wel zo om zitten te springen.

Of het bedoeld is als stap in de richting van een algehele onafhankelijkheid voor Shetland, of een meer persoonlijk soort van initiatief (vermoedelijk gewoon beide), op 21 juni 2008 roept Hill in ieder geval de onafhankelijkheid uit over een piepklein zandbankachtig eilandje dat onder de naam Forewick Holm tot dan toe als een van de vele eilanden toebehoort aan de Shetlands. Het eiland zou zich daarmee hebben losgemaakt van zowel het Verenigd Koninkrijk als van de Europese Unie. De onafhankelijkheidsverklaring baseert zich mede op de nooit ingeloste belofte van de Schotse koning om de Shetlands tegen betaling aan het Noorse koningshuis terug te geven. De eilanden zouden om die reden nu dezelfde onafhankelijke status moeten hebben als het eiland Man en de Kanaaleilanden. Op vrijwel hetzelfde moment spant het bestuur van de Shetlands overigens toevalligerwijze een procedure aan tegen het landelijk bestuur voor meer zeggenschap over de zeebodem om de eilandengroep.

Hill ziet zelf, hoewel hij in de pers roept dat het voor iedere gepensioneerde leuk zou zijn om ergens de onafhankelijkheid over uit te roepen, zijn onafhankelijkheidsverklaring bloedserieus. Hoewel hij met de oorspronkelijke eigenaar van het eilandje ruziet of het nu wel of niet zijn eigendom is, stuurt hij direct na het uitroepen van de onafhankelijkheid een brief aan koningin Elizabeth II dat hij haar (net als bij de Kanaaleilanden en Man het geval is) erkent als staatshoofd. Hij noemt zichzelf daarbij als de kleinste van de haar territoria buiten het Verenigd Koninkrijk. Een reactie van de koningin bleef tot op heden echter uit.

Hill zegt dat hij Forewick Holm onder Udaal recht van de oorspronkelijke eigenaar Mark King heeft gekregen. Udaal recht is oude wetgeving die in Noorwegen haar oorsprong vindt en die op een aantal eilanden in het Verenigd Koninkrijk door rechters soms nog naast de gewone wetgeving van toepassing wordt verklaard op onroerende goedereren. King echter zegt dat hij het eilandje in een manische fase (hij is manisch-depressief) aan Hill te koop heeft aangeboden, maar dat de laatste nooit het bedrag heeft betaald dat hij ervoor wilde hebben.

Het eilandje is overigens slechts 1 hectare (een grondstuk in oppervlakte gelijk aan 100 bij 100 meter) groot. Het is vanwege die grootte niet waarschijnlijk dat het eerder bewoond is geweest. Het staatje is volgens Hill een belastingvrije zone met één uitzondering, het denkt volgens oude Noorse regels belasting te kunnen innen voor het besturen van het staatje. Die belasting is vastgesteld op per jaar 1 Forvik Gulde, de munteenheid van het eilandje. Deze munteenheid wordt gesteund door goud, en 1 Forvik Gulde is daardoor gelijk aan ongeveer 55 Pond Sterling. De geïnde belasting zal formeel worden overgedragen aan de Engelse vorstin als staatshoofd, maar zal direct worden teruggeëist om daarmee dus het eilandstaatje te kunnen besturen. Er is verder een schimmige verklaring dat belastingen door Shetland en het Verenigd Koninkrijk te ontvangen niet zullen worden betaald, maar op een rekening geparkeerd. De rente daarvan zal ten goede komen aan de burgers van het staatje die ook land bezitten. Forvik heeft een eigen, op die van Shetland gebaseerde vlag, en binnenkort zullen er ook postzegels worden uitgegeven.

(wordt vervolgd)

Op deze link is Forvik te vinden op Google Maps. Zoom uit om de ligging te zien ten opzichte van Shetland, Schotland en Faroer en nog verder om de ligging ten opzichte van de rest van Europa te zien: Forvik op Google Maps.

Bronvermelding: dit artikel leunt naast andere bronnen zwaar op informatie uit Wikipedia, uit Shetlopedia en van Forvik.com.

Categorie: micronaties - plusminus 693 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

673. Stuart Hill en Forvik (Micronaties deel 22)

673. Stuart Hill en Forvik (Micronaties deel 22)

9 juni 2009
©2009, copyright: John Piek


Dit verhaal is waar gebeurd.

Bij Micronaties is altijd sprake van uiterst kleurrijke en excentrieke figuren. Ik bedoel maar, wie haalt het anders in zijn hoofd om niet alleen de onafhankelijkheid uit te roepen, maar ook om zichzelf tegelijkertijd tot staatshoofd, prins of zelfs koning uit te roepen.

Stuart Hill is zo'n kleurrijke figuur. In 2001 bouwde de toen 58-jarige Hill een grote roeiboot om tot een in zijn ogen zeewaardig schip, de Maximum Exposure ('maximale publiciteit') compleet met surfplankzeil als aandrijving. Hij wilde met het slechts 4,6 meter lange bootje rond Engeland varen om geld voor een liefdadig doel in te zamelen.

Volgens diverse experts was het plan van het begin af aan gedoemd te mislukken. Het schip was gewoonweg niet geschikt voor het door Hill beoogde doel. Hij begon zijn tocht een maand te laat. De hars die hij gebruikte voor het behandelen van zijn boot bezorgden hem een allergische reactie die hem ruim vier weken lang belette te vertrekken. Al enkele minuten na zijn vertrek, eind mei op de rivier Stour, niet zo heel erg ver bij Sealand vandaan kwam Hill in aanvaring met een andere boot, maar hij liet zich door de mogelijke averij niet hinderen en in zes dagen tijd legde hij vervolgens zo'n 100 mijl af. Op dat moment ging het opnieuw mis, een boos voorteken van wat er nog zou komen. In dit geval was de van een suftplank afkomstige zeilmast van het bootje gespleten, en Hill moest door de kustwacht een haven worden binnengesleept. Hij was nog niet aan wal of hij begon T-shirts te verkopen om zijn actie te ondersteunen, waarbij hij prompt gearresteerd werd, omdat hij niet over de vereiste ventvergunning beschikte.

Na drie weken was de schade gerepareerd, en met de slechtst denkbare weersvoorspelling op zak zette hij opnieuw koers richting het ruime sop. Het duurde door het noodweer drie dagen voordat hij slechts drie mijl was opgeschoten. Ongevraagd schoten een reddingsboot en een helikopter hem te hulp, waarbij Hill liet weten dat hij niet op enige hulp zat te wachten en tegen het advies van de hulpverleners in volhardde hij in in de voortzetting van zijn tocht. In de dagen erop kregen de hulpdiensten diverse verontruste telefoontjes van mensen aan de kust die ervan uitgingen dat Hill op het punt stond te vergaan,

Korte tijd later ondernamen kustwacht en reddingsdiensten alsnog diverse pogingen om Hill, wiens boot inmiddels door een groot gat lek was geraakt waardoor ook de marifoon het niet meer deed, uit het kolkende water te redden. Hill bleef halsstarrig iedere vorm van hulpverlening weigeren. Uiteindelijk moest hij na dagen toegeven dat de boot waarvan hij zei dat die onzinkbaar was inmiddels zo'n groot gat in de romp had, dat doorgaan zinloos was. Wat hem het duwtje gaf was de mededeling dat alle reddingsacties voor hem inmiddels een fortuin gekost hadden. Niettemin bleef het bootje drijven terwijl het naar het strand van Cromer werd gesleept, nog altijd slechts zo'n 100 km noordelijk vanwaar hij was begonnen. Bij het daarna zelfstandig naar de haven varen van de Maximum Exposure veroorzaakte hij opnieuw grote commotie bij de hulpdiensten door zonder functionele marifoon rondjes te gaan varen in een van de drukste scheepvaartroutes rond Engeland. Iets later tijdens zijn tocht voer hij overigens een verboden zone binnen, die door Tornado-bommenwerpers van de RAF gebruikt werd om met scherpe munitie te oefenen.

Toch bracht de barre tocht Hill nog tot bij de Shetland eilanden, waar zijn schuitje in de zeven meter hoge golven zo'n 80 km ten westen van de eilanden uiteindelijk kapseisde. Het lukte hem niettemin vanonder het op de kop liggende scheepje met zijn satelliettelefoon de hulpdiensten te waarschuwen. Het duurde vervolgens een uur voordat hij uit zijn benarde positie kon worden bevrijd. Het was inmiddels augustus. In het ziekenhuis waar hij een nacht moest blijven en voor onderkoeling werd behandeld vertelde hij zo spoedig mogelijk zijn tocht te willen hervatten. Hij vertelde een dag later spijt te hebben gehad de hulpdiensten te hebben ingeschakeld. Hij had het onder de boot waar hij was makkelijk tot de volgende ochtend kunnen uitzingen, en als het weer dan was opgeklaard had hij door zichzelf uit de misère te verlossen de wereld nog wel eens laten zien hoe zo'n kleine man toch tot zulke grote dingen in staat was. Volgens de hulpdiensten had hij echter extreme mazzel gehad het avontuur te hebben overleefd. Ook de kritiek achteraf dat zijn actie de hulpdiensten heel veel meer geld gekost had dan dat zijn inzameling had opgeleverd wuifde hij weg. Hulpdiensten zijn er nu eenmaal om te gebruiken, en alle extra kosten die er gemaakt zijn betreffen hooguit alleen de dieselolie, zo stelde Hill. Het hele drama leverde hem in de Engelse pers de bijnaam Captain Calamity op (Kapitein Rampzaligheid).

In september 2008, toen hij al aan het hoofd stond van zijn eigen micronatie werd hij nabij Shetland opnieuw gered van een vaartuig, gemaakt van triplex, dat door mensen die het gezien hadden als bouwval werd beschreven of als drijvende kledingkast. Zonder radioapparatuur of zwemvest werd hij in zwaar weer gered uit een van de gevaarlijkste wateren van het Verenigd Koninkrijk nadat hij via zijn mobieltje de hulpdiensten had gewaarschuwd. Volgens de hulpdiensten was na dat eerste telefoongesprek de batterij van het mobieltje van Hill leeg geweest. Toen hij aan wal ging liet Hill de toegestroomde journalisten weten dat hij hoopte dat hij zijn 'boot' nog kon bergen en dat hij zeker van plan was om hem nogmaals te gebruiken.

(wordt vervolgd)

Bronvermelding: dit artikel leunt naast andere bronnen zwaar op informatie uit Wikipedia en uit Shetlopedia.

Categorie: micronaties - plusminus 916 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

672. Staand plassen voor vrouwen

672. Staand plassen voor vrouwen

8 juni 2009
©2009, copyright: John Piek


Laten we na dat het vermakelijke verhaal over het barplassen nog maar even doorgaan in dezelfde trant. De column over dat onderwerp heeft een ongewoon grote hoeveelheid reacties opgeleverd. Een onderwerp als dit leeft heel duidelijk, dat blijkt, en je bent natuurlijk een beetje raar als je daar geen gebruik van maakt.

Een verwant onderwerp dat bij die reacties aan de orde kwam was staand plassen voor en door vrouwen. In de begintijd van internet schreef ik eens een artikel over dit onderwerp dat toen een ware hype doormaakte naar aanleiding van een website hierover. Ik herinner me nog een prachtige foto van ik dacht een matroos die in een urinoir naar de plek naast hem keek, en zichtbaar geschrokken constateerde dat daar een knappe blonde vrouw de aardappelen stond af te gieten.

Het staand plassen door vrouwen kon volgens die website destijds zowel door middel van een zogenaamd plastuitje, als via enige oefening ook zonder. Hoewel niet iedere vrouw voldoende aanleg (fysiek of psychisch) had om dat laatste goed genoeg te kunnen. Als ik me niet vergis was het de bedenkster van die eerste website over het staand plassen die naar aanleiding van vragen op de markt was gekomen met een plastuitje dat korte tijd later ook in Nederland te koop werd aangeboden. Beniewd als ik was heb ik deze week naar aanleiding van de recente discussie hierover eens gesurfd of die plastuitjes nog bestaan, en ze zijn inderdaad nog in een gevarieerd aanbod te koop. Meest in wegwerpvorm overigens (zie de linkjes onderaan bij deze column.

Er waren meer reacties. Een landgenoot die in Australië woont schreef naar aanleiding van het barplassenverhaal dat er daar in tegenstelling tot hier overal keurige en schone openbare toiletten zijn, gratis en zelfs wc-papier is er aanwezig. Bovendien is er, zo schrijft hij, in vrijwel iedere plaats wel een plek waar je je met warm water even vlug kunt douchen. Dat klinkt toch wel een beetje anders dan  het imago van de dikwijls bierdrinkende zweterige types die wij hier vaak denken dat daar rondlopen. Zo zie je maar dat vooroordelen als je maar genoeg op het onderwerp inzoomt zelden kloppen.

Mede doordat mannen het maar makkelijk hebben doordat ze overal even kunnen gaan staan, zijn volgens mij ook in Nederland de zeden op plasgebied flink aan het veranderen. Er is geen plastuit die daar wat aan veranderd heeft. Meer en meer is het volgens mij gebruikelijk dat dames in plaats van alleen de drukbezette damestoiletten ook de herentoiletten gebruiken.

Toen ik op hemelvaartsdag met een kennis van me in het spotgoedkope restaurant van de Ikea-vestiging hier bij mij om de hoek zat, en even naar het toilet moest, werd ik weer eens met dat verschijnsel geconfronteerd. Bij de 'dames' stond een rij en bij de heren was het rustig. Toen ik net zat brak er een soort van anarchie uit. Zo te horen zeker een tiental dames, een aantal met jengelende kinderen in hun kielzog namen bezit van de inderdaad zo goed als niet bezette herentoiletten. Door de gehorige open constructie van de toilettenblokken was het plotsklaps een lawaai geworden van jewelste. Je zult maar moeite hebben als je met een hoop herrie om je heen moet plassen. Ooit heb ik nog wel eens meegemaakt dat een vrouw, net daarvoor in hoge nood, enigszins besmuikt na gedane zaken in een café een herentoilet verliet, bij Ikea was er niets van dat al te merken. Zelfs geen blik van 'het gaat nou eenmaal niet anders' gezien. Het was allemaal de gewoonste zaak van de wereld. Toen ik de ruimte met de herentoiletten weer verliet maakte een zo te zien Turkse jonge vrouw met hoofddoekje, die met twee kinderen (meisjes) aan haar zijde in de open deur stond vriendelijk naar me lachend ruimte zodat ik eruit kon.

Categorie: opmerkelijk - plusminus 633 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

www.go-girl.com
www.p-mate.com
www.webvrouw.nl/staand_plassen/
www.whizzy4you.com

johnpiek.com

zie ook

www.johnpiek.com

 

671. De Mexicaanse griep

671. De Mexicaanse griep

7 juni 2009
©2009, copyright: John Piek


Op dit moment is de Mexicaanse griep op enkele hernieuwde oprispingen na een beetje uit het nieuws verdwenen. Er doen echter een hoop fabels de ronde over de griep, en het is ook de vraag of de veel geciteerde experts op dit gebied ons wel in alle gevallen helemaal goed op de hoogte stellen. Stelt een aantal experts de situatie inderdaad erger voor dan het is?

Aan de ene kant is de vrees voor een pandemie gegrond. Die zal vermoedelijk echter pas het komend najaar de kop op kunnen steken. Het duurt zo'n vijf maanden heb ik begrepen om voldoende vaccin te maken. Er is pas sinds één of twee maanden een bruikbaar stamvirus geïsoleerd waarmee dat vaccin gemaakt kan worden. De productie is dan ook nog niet zo lang aan de gang en dus zal het nog spannend worden of er als het zover komt voldoende vaccin gemaakt is.

Aan de andere kant buitelden de experts kort geleden nog over elkaar heen over hoe ernstig zo'n pandemie kan uitpakken. Op dit moment is de Mexicaanse griep een vrij onschuldig virus dat weliswaar vrij besmettelijk is, maar dat de mensen die eraan lijden nauwelijks ziek maakt. De groep experts die het virus potentieel zeer gevaarlijk noemen (zij zijn opvallend vaak verbonden aan fabrikanten die vaccins en anti-virale middelen maken, maar dat hoeft natuurlijk niets te zeggen), stellen dat de Spaanse griep, waarmee de Mexicaanse vaak vergeleken wordt ook als vrij onschuldige griep begonnen is. Die variant uit 1918 heeft zich vervolgens vrij plotseling tot een zeer gevaarlijke variant ontwikkeld, waaraan bovendien vooral jonge, gezonde mensen overleden.

Jazeker, het virus van de Mexicaanse griep is aan dat van de Spaanse griep verwant. Toch gaat de vergelijking met de Spaanse griep van toen nooit helemaal voor de huidige situatie op. Allereerst zijn er tegenwoordig een aantal zaken veel beter geregeld dan toen. Men blijkt in staat om een virus als dit al in het allereerste stadium te kunnen vinden, zoals gebeurd is, en daarop maatregelen te nemen (mensen binnen blijven, vaccin ontwikkelen en op grote schaal produceren). Daarnaast zijn er nu in tegenstelling tot toen zowel antibiotica als anti-virale middelen. Die laatste werken tegen de Mexicaanse griep en kunnen de verschijnselen van de ziekte behoorlijk goed onderdrukken.

Ook zijn de omstandigheden nu nogal verschillend van toen. De meest waarschijnlijke reden waarom de Spaanse griep zich tot een zo ernstige variant kon ontwikkelen is de volgende: Normaal wordt een griep niet bovennormaal gevaarlijk omdat de meest gevaarlijke virussen zich in een normale situatie niet zo makkelijk kunnen verspreiden. Wanneer iemand een hele ernstige variant krijgt, dan blijft deze persoon wel in zijn of haar bed liggen. Zaken buitenshuis worden binnen een huisgezin gedaan door degene die het minst ziek is. En doordat de minst zieke mensen op de been blijven is het ook de minst gevaarlijke variant van het virus dat de grootste kans heeft om zich verder te verspreiden. Zodoende krijgen bij een meer normale griep-epidemie de meeste mensen de minst ernstige variant van dezelfde griep en wordt die variant van de ziekte de dominante variant.

De Spaanse griep kon zich vooral tot zo'n gevaarlijk virus ontwikkelen, toen in de nadagen van de Eerste Wereldoorlog de soldaten aan de diverse oorlogsfronten in Europa ermee besmet raakten. De gewoonte was daar dat vanzelfsprekend de niet zo erg zieke soldaten in de loopgraven moesten blijven. Op hun plek dus. De ernstige patiënten werden allemaal bij elkaar in treinen gepropt en vele kilometers verderop naar hospitalen gebracht, waar ze onderweg en op die plek zelf een grote kans hadden om andere mensen met de gevaarlijke variant te besmetten. Precies andersom als in de huidige situatie dus.

De meeste mensen tussen 1918 en 1920 overleden overigens niet aan de Spaanse griep zelf, maar maar aan een complicatie van de longontsteking die ze vanwege hun verzwakte afweer bovenop die griep kregen. Deze vorm van longontsteking is tegenwoordig uitstekend met de nu bekende antibiotica te bestrijden. Een andere complicatie die optrad was hoogstwaarschijnlijk hypercytokinemia, ook wel bekend als cytokinestorm. Dat is het op hol slaan van een positieve terugkoppeling in het immuunsysteem, waardoor dit immuunsysteem zich tegen het eigen lichaam keert. Dit ziektebeeld lijkt in haar verschijningsvorm sterk op dengue, cholera of tyfus, en het werd in daar in 1918 ook vaak mee verward. De cytokinestorm als oorzaak van overlijden zou meteen verklaren waarom het vooral jonge, gezonde mensen tussen 20 en 40 jaar oud waren die (net als bij de Mexicaanse griep) aan de Spaanse griep overleden: dit waren de mensen met de sterkste afweer, en het was juist zo'n sterke afweer die op hol geslagen de grootste vijand was. Er zijn tegenwoordig enkele medicijnen die beperkt werkzaam zijn tegen een cytokinestorm. Van enkele daarvan is bewezen dat ze ook (beperkt) werken tegen een cytokinestorm bij influenza.

Er is zoals gezegd onderling veel kritiek tussen vakbroeders, met name over het belang dat de producenten van vaccin en antivirale middelen hebben bij de dreiging van een pandemie en bij de ernst van zo'n dreiging. De door Nederland bestelde 34 miljoen vaccins à waarschijnlijk 3 euro nog wat per stuk, is natuurlijk ook best een bedrag. Ook de meeste andere landen plaatsten soortgelijke orders. De bekende viroloog Ab Osterhaus die in dit soort dagen in vrijwel iedere actualiteitenrubriek zijn opwachtig maakt is ook niet helemaal vrij van kritiek: hij is een van de aandeelhouders in een bedrijf dat sterk profiteert van het opkomen van de Mexicaanse griep.

Categorie: informatief - plusminus 908 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

670. Saroma

670. Saroma

6 juni 2009
©2009, copyright: John Piek


W
ie kent die illustere naam nog? Saroma. Dat moet toch jaren zestig geweest zijn. Of hooguit jaren zeventig.

Ik heb al vaker geschreven over dat ik tegenwoordig een deel van mijn boodschappen via boodschappenbezorger Albert.nl laat komen. Ik mocht een tijdlang niet tillen, heb geen auto, en dan is dat reuze handig. Een van de nadelen als je de dingen die wat zwaarder zijn laat bezorgen is dat zaken als toetjes en melk al na hooguit een halve week op zijn. Ik laat gewoonlijk een groot deel van de rest van de boodschappen met die zware dingen meekomen, Lekker makkelijk. Bederfelijke dingen als fruit en verse groente en zo meer die haal ik op de fiets wel. Als ik alsnog pakken melk en vla in huis wil halen, moet ik toch nog diverse keren door de weeks met boodschappen op sleeptouw, en daar heb ik niet altijd de tijd voor.

Het gemakszuchtige gevolg was dat ik een tijdje niet al teveel melk dronk. Niet erg gezond. Ik heb het de diëtiste waar ik af en toe kom dus ook maar niet verteld. Sinds alweer een poos heb ik bij de boodschappenaanbieder via internet houdbare halfvolle melk ontdekt, die niet alleen niet duur is, maar ook echt  lang houdbaar. Dat is prettig, want ik drink soms dagenlang geen melk.

KLIK OP DE FOTO VOOR EEN VERGROTING

Toen ik van de week weer eens een pak bedorven vanillevla weg moest gooien schoot mij het voorraadje melk dat ik inmiddels altijd heb in gedachten. Daar kan ik toch ook op schitterende wijze pudding van maken? En, als ik eens geen zin heb dan hoeft het ingedachtig de kindertjes in Biafra ook niet op. En het hoeft natuurlijk ook niet iedere dag een supertoetje te zijn. En zo kwamen mijn gedachten weer op de naam Saroma. Ik verwachtte eigenlijk wel dat in het kant-en-klaar-tijdperk van nu dergelijke producten wel uit de supermarktschappen verdwenen zouden zijn, en met weinig hoop op goed nieuws ben ik zo eens door de nabijgelegen grootgruttersvestiging heen gelopen.

Saroma ja. Het was in ons gezin mijn vader die vooral altijd voor het product warm liep. Hij kocht de pakjes en maakte het ook klaar. Vaak met een soort van garde met een ronde spiraalveer erop. Een mixer hadden wij niet, en dat was ook niet nodig zei mijn vader. Dat er soms lelijke dikke klonten met droog poeder erin in de gestolde pudding zaten vonden wij niet erg. Vanwege de enigszins kunstmatige smaak grapte mijn vader trouwens regelmatig dat de Saroma-pudding deels van plastic was gemaakt. En wij als kinderen geloofden dat direct.

Soms zaten de klonten er niet in, maar omdat wij geen echte maatbeker hadden viel de pap ook wel eens wat dun uit of juist heel dik. Soms bleef er zelfs gemakkelijk rechtop een eetlepel in staan en ik geloof dat ik de pap nog wel eens voor de grap met mes en vork gegeten heb, wat bij de versie van die dag niet eens heel moeilijk was.

Later, toen de economie nog wat beter ging haalde pa er ook vaak slagroom bij. Dat was zonder elektrische mixer nog een veel groter kunst. Vooral ook omdat wij in die tijd nog niet over een echte koelkast beschikten. Ons huis was uitgevoerd met een geventileerde kast met een soort granietachtige wanden erin, en daarin was de slagroom vaak niet koud genoeg. Om dat te compenseren klopte pa de slagroom dan, opnieuw met de garde met de spiraalveer, in de open balkondeuropening tot een meer vaste substantie. Althans, dat was de bedoeling. Soms bij drukkend naar onweer neigend weer bleef de slagroom hoe dan ook vloeibaar, of nog erger, veranderde in stukken zurige boter die in een dunne melkachtige vloeistof lagen. Vanwege de ruim toegevoegde suiker waren die vette brokken eigenlijk oneetbaar. Teleurstelling alom. Mijn vader's kooktalenten waren groot, maar tegelijk beperkt tot een smal scala van vooral Indisch eten dat ie werkelijk fantastisch kon maken. Voor slagroom was zijn aanpak denk ik te wiskundig.

Terug naar de dag van vandaag (letterlijk): tot mijn niet geringe verbazing was er nog een heel klein segment in de grootste van de supermarkten hier in de buurt ingeruimd voor dit soort pudding. En de pakjes Saroma waren er ook nog steeds. Zij het dat er tegenwoordig tevens dr. Oetker op staat. En dus kan ik nu - als ik zin heb - ook al heb ik geen pakken vla of andere toetjes in huis toch een toetje maken. Ze zeggen vaak dat dingen die uit je jeugd kent nu vaak tegenvallen, maar ofwel is dat niet waar, ofwel is er door de jaren heel wat aan het product verbeterd. Niks kunstmatig. Het smaakt werkelijk verrukkelijk :-)

Categorie: life-log - plusminus 777 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

669. Barplassen de nieuwe sport

669. Barplassen de nieuwe sport

4 juni 2009
©2009, copyright: John Piek


Leden van studentenverenigingen in een aantal Nederlandse steden hebben het patent op een nieuwe hype: het barplassen. Volgens artikelen op de site Nu.nl en in de Leeuwarder Courant van vandaag is de onsmakelijke gewoonte hard op weg om zich van een gewoonte naar een hype te ontwikkelen.

Mannelijke bezoekers die geen zin hebben of die te dronken zijn om naar het toilet te gaan, halen hun lid onopvallend tevoorschijn en zetten vervolgens de kraan open in de hoop dat het feit dat ze op deze gemakkelijke manier plek maken voor meer bier onopgemerkt blijft.

Dat dat regelmatig lukt vertelt een 23 jaar oude student uit Drachten die in Groningen woont. "Een druk draaiende bar is het best," zoals hij laat weten. Zijn favoriete barplascafés zijn De Tapperij, Molly en De Blauwe Engel in Groningen.

Behalve in het noorden doet de smerige gewoonte ook opgang in de studentensteden Eindhoven, Rotterdam en Utrecht. Het barplassen wordt vooral zo onopvallend mogelijk gedaan, en het lijkt ook wel of de bedrijvers van deze sport er wat verlegen over doen. Een student uit Rotterdam wil dan ook liever niet met zijn naam in de krant als hij zegt: "In een drukke, smerige kroeg waar overal bier ligt, heb ik geen bezwaar. Wat je uitplast, is toch vooral bier."

Tot zover dit leuk om te vertellen ondanks alle viezigheid opmerkelijk smakelijke verhaal, dat misschien nog wel meer mensen op een idee brengt om het zelf ook eens te proberen. Ik zag het item zelf in eerste instantie staan in de rubriek 'Opmerkelijk' van Nu.nl. Daar werd verwezen naar het artikel in de Leeuwarder Courant. Op Nu.nl was, net als ik hierboven met  het noemen van die site en het artikel in de Leeuwarder Courant doe, zowat het hele artikel van de laatste gebruikt. Waarbij het noemen van zo'n bron natuurlijk dient om niet van plagiaat beschuldigd te worden, en bovendien was het onderwerp (net als ik zelf gedaan heb) om diezelfde reden herschreven.

Natuurlijk moet je als journalist niet alles nabekken wat je collega's schrijven. Dat gebeurt echter wel heel veel. Ik vind dat voor een weblogsite minder erg dan voor de serieuze pers, waar de overgeschreven leugens (indien leugens) ook nog eens gedrukt staan.

Toen ik bij een speurtocht naar het waarheidsgehalte van dat verhaal ging zoeken vond ik een fikse hoeveelheid artikelen over dat fenomeen barplassen. Allemaal waren ze van vandaag... En allemaal waren ze weer een andere versie van datzelfde artikel op de website van de Leeuwarder Courant. Waaronder overigens wel de belofte stond dat er in de krant nog meer over dit uiterst boeiende onderwerp te lezen valt.

Een paar jaar geleden, net voor het begin van de zomervakantie stond wereldwijd in een groot aantal kranten het verhaal dat met de opkomst van de mobiele telefoons met bluetooth-mogelijkheid in een rap tempo onder veel jongeren in het openbaar vervoer het bluetooth-daten populair was geworden. Vooral in Engeland. Mensen kwamen via dat bluetooth-daten in contact met een andere geïnteresseerde die zich door de beperkte reikwijdte van het systeem gegarandeerd dicht in de nabijheid moesten bevinden. Waarna er dus zo snel mogelijk een geschikt en gerieflijk bed werd opgezocht. Het verhaal bleek ondanks dat het tienduizenden keren werd gepubliceerd, en zelfs op dit moment af en toe nog wel eens als waar verhaal genoemd wordt, van A tot Z door een student te zijn verzonnen, die het verhaal vervolgens in de media had 'uitgezet'.

Categorie: educatie - plusminus 566 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

668. Uit betrouwbaar onderzoek is gebleken...

668. Uit betrouwbaar onderzoek is gebleken...

3 juni 2009
©2009, copyright: John Piek


Eigenlijk ben ik een hele nette kerel. OK, ook ik ben wel eens onbeschoft, maar ik gebruik mijn mobiele telefoon bijvoorbeeld nooit in een restaurant of in de trein of op een andere ongepaste manier. Ik sta al mijn leven lang weleens voor iemand in een wachtkamer of in het openbaar vervoer op. En eigenlijk ben ik ook best wel goed in luisteren. Zonder dat we er erg in hebben worden de reclamespotjes tegenover ons stééds asocialer.

Waarmee ik wil zeggen dat er in de afgelopen jaren een glijdende schaal is in wat reclamespotjes proberen ons over onszelf te vertellen. Op een of andere manier stuit het fatsoensrakkerige SIRE-spotje met de bovenstaande zin erin mij elke keer weer tegen de borst. Het is waarschijnlijk het 'ons' dat erin zit. Hoezo ons? Ik wil helemaal niet op hetzelfde niveau geplaatst worden als de cokesnuivende reclamemakers die dit soort reclamespotjes over 'ons' allemaal bedenken.

Er is ook nog zo'n spotje, ik dacht dat ie van Eagon was. Dan beginnen ze eerst over vakantiegeld of ander geld dat je wel graag opzij wilt zetten. En dan zeggen ze er in één adem achteraan 'het dóél is dat u uw geld wegzet bij Aegon Bank'. Ik word daar zo dwars van. Het is mijn geld (als ik het al had) en ook gewoon mijn doel! Wat dénken ze wel. Het is het doel dat ze zich met hun eigen zaken bemoeien. Flapdrollen! Maar goed, het laat wel op onverholen en ongegeneerde manier zien met wat voor graperige figuren we te maken hebben daar bij die Aegon Bank.

Het is een beetje een trend aan het worden. Een toenemend deel van de mensen zoekt hun heil in politieke denkbeelden die meer waarde toekennen aan gezag. En dus denken de reclamespindoctors dat mensen ook zo willen worden aangesproken.

Reclame die me dan ook erg stoort is reclame waarin wij als volwassenen, op wie de spotjes zich immers richten, worden weggezet als onzelfstandige randdebielen. Een voorbeeld is het spotje dat ons moet aanmoedigen om aanstaande donderdag voor de Europese verkiezingen te gaan stemmen. Namens onze overheid nog wel. Even voor de goede orde: ik mag sinds mijn 18e stemmen, en ik heb sinds die tijd nog niet één verkiezing overgeslagen. Toch word ik in een spotje dat begint met een grap over de twee betekenissen van het woord 'stemmen' door de strenge stem van een ouderwetse schoolfrik tot de orde geroepen. Wat denkt zo'n verzuurde spicht met spinnewebben op intieme plaatsen wel niet? "Natúúrlijk gaan we stemmen," wordt er dan op bijna bestraffende toon gezegd. Even voor de goede orde: jouw 'we', daar hoor ik dus niet bij, al denk je wel dat het zo is! En ik bepaal zelf wel of ik al dan niet mijn vakje rood maak. Mislukte SM-meesteres.

Hoewel er genoeg gunstige uitzonderingen zijn voel ik me in toenemende mate vaak ronduit beledigd door reclame die bij mij daardoor zeker contraproductief kan uitpakken. Ik heb er op de radio trouwens meer last van dan op televisie. Nou ja, op de vrolijke uitspraken van Natasja Froger en Maurice de Hond na natuurlijk. Want wie neemt er na zo'n spotje waarin uit onderzoek blijkt dat de portomonnee van Maurice de Hond het allerleegst is, nog één onderzoek van die man serieus?

Categorie: opinie - plusminus 552 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

667. Raketbrandstof

667. Raketbrandstof

2 juni 2009
©2009, copyright: John Piek


Het is een beetje een onsmakelijk verhaal, maar ik heb de afgelopen week de totale schoonmaak van mijn darmenstelsel mogen beleven. Twee maal zelfs. Het begon eigenlijk een week eerder al. Het is hooikoortstijd, en ik had toen ik in het winkelcentrum was een zodanige astma-achtige aanval dat ik in paniek overwoog een willekeurig iemand te vragen me naar de dichtstbijzijnde huisarts te brengen. Het zakte af dus dat was niet nodig, en later bij de huisarts werd geconstateerd dat het een vrij extreme hooikoortsaanval geweest moest zijn. 

Ik ben vervolgens naar de apotheek gegaan en ik kreeg daar pilletjes mee. Maar goed dat ik zo'n bewuste deelnemer in ons gezondheidszorgstelsel ben, want thuisgekomen bleek volgens de bijsluiter dat ik die, ondanks mijn vragen daarover toen ik ze kocht, niet in combinatie met de andere medicatie die ik voor hooikoorts krijg mag gebruiken. Met een pakje Vicks Blue en zeer diepbuigende excuses ging ik vervolgens toen ik ze ingeleverd had weer naar huis. Gelukkig is de apotheek hier vrijwel recht tegenover.

Een volgende aanval bleef uit, de van de hooikoorts vrijwel voortdurend rood-ontstoken oogleden en een schrale keel bleven. Afgelopen woensdag dus bij Appie Heijn maar een tweetal pakjes hoestpastilles gekocht, in de smaken drop en mentol. En een zakje zwart-wit-pastilles, om alle kwaad toch enigszins te kunnen verdrijven.

Eind van de middag had ik zin in een broodje. In de koelkast stond een aangebroken potje Sandwich Spread dat al zeker een week geopend was. Als ik me niet vergis staat er 'Na opening drie dagen houdbaar' op het potje en gewoonlijk mieter ik de substantie ook als het langer dan drie dagen open is gewoon weg. Of vaker nog: het haalt die drie dagen niet eens. Maar goed, mijn koelkast stond per ongeluk bij het opnieuw instellen op een temperatuur rond het vriespunt, en in het potje zat nog vrij veel, dus ik dacht 'ik probeer het gewoon uit, gaat het mis dan doe ik dat nooit weer'. 

Afijn, ik had het broodje dus nog niet achter de kiezen of toen begon het. Ik heb als kind regelmatig allerlei kinderziektes meegemaakt, dus ik ken het wel een beetje, maar de laatste jaren heb ik vrij stabiele darmen. Voor mij geen yoghurtdrankjes met vriendelijke bactieriën, want ik kan de klok er gewoonlijk zo al op gelijk zetten. Ik zal de details in deze column uiteraard verder onvermeld laten, maar ik had dit dus nog niet eerder meegemaakt. OK, kan gebeuren natuurlijk eigen stomme schuld. Weg die Sandwich Spread.

Of was het van die huismerk Albert Heijn hoestpastilles, smaak menthol die ik hiervoor nog nooit eerder had gehad? De tijd tussen de sandwich-smurrie en het gebeuren was dus eigenlijk toch wel een beetje kort. Ik had inderdaad flink naar de verpakking van die dropjes gegrepen, en ik moet zeggen ze waren een ware weldaad voor de keel. Afijn, het kan natuurlijk allemaal ook nog toeval zijn en gewoon berusten op een ergens opgevangen lelijk beest in de vorm van een in aerosol-vorm rondzwevende bacterie of een virus.

De ellende hield daarna de hele avond nog aan, en donderdag begon het alweer aardig op te knappen. Toen ik er 's middags al zo goed als helemaal geen last meer van had nam ik nog een stuk of twee, drie van de hoestpastilles, zonder verdere ellende. Maar ik besloot toch de rest van de menthol-snoepjes maar in de container te doen.

Vrijdag had ik opnieuw kriebelhoest. En ik had dezelfde hoestpastilles in de smaak drop dus nog. Ik heb er wel bij nagedacht of het misschien toch niet van die dingen kwam, maar goed dan berustte het vast op een productiefout van de mentholversie. Met de drop-dingen was er ongetwijfeld niets aan de hand. Toch voorzichtig nam ik met een minuut of tien ertussen twee. Toen er daarop niets gebeurde besloot ik dat ze 'veilig' waren en de rest van de middag behoorde de kriebelhoest geheel tot het verleden. Ergens tussen drie en half vier gebeurde er wel iets anders. Het hele circus van een dag of twee ervoor begon dus nog opnieuw. Maar dan een factor vijf of zo zo erg. Ik begon me zorgen te maken, hypochonder als ik soms kan zijn. Dit was wellicht helemaal niet van de snoepjes. Ik had vast een tropische darminfectie opgelopen bij de pizza die ik twee weken geleden nog had gehad, of nog iets heel veel ergers.

Voor de zekerheid dus nooit meer dit soort hoestpastilles. Tot aan het eind van de avond hield de ellende aan. Net als op donderdag was de boel op zaterdag alweer behoorlijk tot rust gekomen, en tegen de avond was alles bijna weer genormaliseerd. Sinds die tijd geen hoestpastilles meer aangeraakt. En dus ook niet opnieuw last ervan gehad.

Wat ik vermoed is dat ik toch een flinke allergie heb voor een van de in de snoepjes aanwezige ingrediënten. Dat moet het haast wel zijn. Het is dát, of er was in deze partij van de antikriebelhoestbonbons per ongeluk een flinke scheut raketbrandstof terechtgekomen...
.

Categorie: life-log - plusminus 824 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.