678. Don't sell me short
678. Don't sell me short
30 juni 2009
©2009, copyright: John Piek
Katten
zijn met grote afstand de meest interessante wezens die er bestaan. Nou
ja op de andere mensensekse na natuurlijk, maar toch. Katten zijn zo
ongelooflijk slim. Ik probeer vaak te letten op wat ze allemaal
begrijpen. Katten doorzien je plannen direct. Dat is hun instinct, en
daarom zijn ze ook goed in de jacht. Maar er zijn ook dingen waarvan je
zou vermoeden dat ze daar meer voor nodig hebben, minimaal toch een
soort van verstand.
Vorige week pakte ik Frederique op. Frederique zit supergraag in mijn
kantoor. Dat is echt wat voor haar. Ze zit bijna de hele dag - op eigen
verzoek - in een bench in mijn woonkamer annex kantoor. Simoon, de
oudste en zonder twijfel de meest karaktervolle van het stel was ook in
de keuken. Toen ik Frederique zo oppakte en zei 'Wil je bij me zitten
in de kamer? Ga je mee naar de kamer?' toen liep Simoon dus keurig ter
hoogte van mijn voeten met mij op. Ik dacht 'ze wil wat eten', maar ik
dacht zeker niet dat ze zo duidelijk door zou hebben wat ik van plan
was, en dat liet ik in mijn gedrag ook een beetje merken. Bij de
kamerdeur aangekomen keek Simoon omhoog met een oprechte grijns rond
haar bekje maar vooral in haar ogen. 'Dacht je soms dat ik dat soort
dingen niet begreep?' leek ze te zeggen, en duidelijk geamuseerd door
het voorval stapte ze vrolijk mee de kamer in. Toen ze haar punt
gemaakt had, ongeveer een meter na de deur vond ze dat het wel genoeg
was. Ze liep rechtsomkeert de kamer weer uit in de richting van de
keuken, waar we vandaan kwamen. Maar niet nadat ze nog even vlug
achterom gekeken had, en mij nog steeds geamuseerd een 'dont you ever
sell me short that way again'-blik had toegeworpen.
Categorie: lifelog - plusminus 308 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
Platinum Weird
Een huiskamerconcert van Dave Stewart (o.a. Eurythmics) en Kara DiGuardi (o.a. songwriter & American Idols jurylid)
Platinum Weird was in 1974 een band van Stewart en de legendarische singer/songwriter Erin Grace. Althans dat meldden vele bronnen op internet. In werkelijkheid was er destijds geen band. Het verhaal is een hoax, een niet waar verhaal dat als zijnde waar wordt gepresenteerd. De oude band Platinum Weird werd verzonnen door Dave Stewart himself, compleet met nep-documentaire op de muziekzender VH1, een interview in het blad Rolling Stone en een hele serie websites waarop mensen als Mick Jagger, Adam Levine, Ringo Starr, Paris Hilton, Christina Aguilera, Lindsay Lohan en Stevie Nicks in korte videofilmpjes zeggen dat ze de band van toen (nog) kennen. De band kwam tot een vroegtijdig einde doordat Grace na enkele optredens en met het eerste album nog niet af plotseling verdween. Erin zou later een relatie hebben gehad met Fleetwood Mac's Lindsey Buckingham, wat hem inspireerde tot het vermaarde album 'Rumours'. In werkelijkheid ontstond Platinum Weird toen Stewart en DiGuardi in 2004 gevraagd werden om een nummer te schrijven voor de Pussycat Dolls. Het nummer voor de Dolls kwam er niet, maar wel een aantal nummers die volgens DiGuardi sterk leken op de stijl van Fleedwood Mac.
Enkele andere Platinum Weird-nummers:
677. Time-management
677. Time-management
15 juni 2009
©2009, copyright: John Piek
Al
te makkelijk verlies ik me als ik werk in dingen waar ik me vol
enthousiasme in stort. En dus onnodig mee vermoei, omdat het niet de
dingen waren die ik van plan was te gaan doen. Sinds jaar en dag heb ik
daar een methode voor: nooit langer dan 20 minuten achter elkaar ergens
aan werken om vervolgens even afstand te nemen. Ik zet doorgaans een
timer in mijn computer die na twintig minuten afgaat. Iedere 20 minuten
sta ik kort even op en doe bijvoorbeeld in enkele minuten een paar
ontspannings- of ademhalingsoefeningen of ik schenk koffie in. Daarna
ga ik verder. Eigenlijk is het dus telkens net een paar minuten minder
dan die 20 minuten dat ik werk, maar dat geeft niet. De gebruikte
methode levert namelijk zeker tijdwinst op Het komt ook voor dat ik
twee dingen telkens om de 20 minuten afwissel, om met die afwisseling
te voorkomen dat ik de concentratie verlies, zoals ik dit zo makkelijk
doe.
Kort geleden kwam ik erachter dat er meer mensen zijn die het in
meerdere of minere mate ook zo doen. Ik kwam
recent bijvoorbeeld met het onderwerp in aanraking door een column in
die schitterende rubriek life-hacking
van de website nu.nl. Aan het begin van zijn column had deze columnist
het over de methode 'Getting things Done' (dingen gedaan krijgen) van
David Allen, die ik dus niet bleek te kennen. Deze Allen introduceerde
als onderdeel van zijn methode de tweeminutenregel. Die houdt in dat je
taken waarvan je verwacht dat die minder dan twee minuten kosten,
direct moet doen. Inderdaad, op een briefje schrijven, opslaan,
terugvinden, je bent er al snel meer dan twee minuten mee kwijt. Heel
zinnig.
In de column
beschreef de auteur ook nog de twaalfminutenregel die hij zelf van een
Belgische vriend leerde. Deze vriend heeft een (digitale) kookwekker op
zijn bureau staan, die iedere 12 minuten afloopt en die hij dan opnieuw
zet. Zo voorkomt hij dat hij afgeleid raakt, want iedere twaalf minuten
vraagt hij zich opnieuw af 'ben ik nog wel bezig met wat ik van plan
was te gaan doen?'
De schrijver van de column gebruikt een variant van die methode van
zijn Belgische kennis: hij beantwoordt telkens periodes van twaalf
minuten door de dag heen zoveel mogelijk e-mails. Daarna gaat hij weer
wat anders doen. Zo voorkomt hij dat hij zich teveel in een enkel
mailtje verliest en zijn mailbeantwoordsessies steeds opnieuw tot wel
twee uur kunnen duren. Ook dat is iets dat mijzelf helemaal niet vreemd
is.
Een interessant onderwerp, dat time-management dus. Het zou me niet verbazen als ik daar binnenkort nog eens een keertje op terugkom.
Categorie: lifelog - plusminus 442 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
676. Stuart Hill en Forvik (deel 4, slot)
676. Stuart Hill en Forvik (deel
4, slot)
14 juni 2009
©2009, copyright: John Piek
Hill
blijft pogingen ondernemen om te bewijzen dat de regering van het
Verenigd Koninkrijk op het eilandje geen zeggenschap heeft, en lijkt
daar in zijn eigen verklaringen ook in te slagen. Zo werd hij over de
periode december 2008 tot april 2009 aangeslagen voor ruim 200 pond
belasting vanwege het bouwen van zijn hut op het eilandje. Hill heeft
de aanslag teruggestuurd met de mededeling dat die onterecht is omdat
de betreffende belastinginstantie immers geen zeggenschap op het
eilandje heeft, met daarbij de uitnodiging om zijn weigering desnoods
in de rechtszaal aan te vechten. De belastingdienst bevestigt
desgevraagd Hill inderdaad te hebben aangeslagen voor de hut die door
de belasting als woning wordt gezien en waarvoor in dat geval belasting
is verschuldigd.
In april van 2009 heeft Hill in een enigszins schimmige brief aan een
lokale krant gewaarschuwd dat het eiland voorzien was van "apparaten op
alle landingsplekken rond het eiland die de romp van schepen lek zouden
kunnen maken en die scheepsschroeven kunnen vernielen."
Hoogstwaarschijnlijk is Hill bang geweest voor een inval van buitenaf,
maar het is niet helemaal duidelijk van wie of wat hij deze inval dacht
te kunnen verwachten.
Eind april stond op een openbare
landweg op Shetland ineens een 25 jaar oude fourwheeldrive geparkeerd.
De auto was voorzien van een kenteken van Forvik (FORVIK 1), en had
verder een aantal kenmerken die ook auto's met een Engels kenteken
hebben, zoals een ovale landensticker (FK) en een erg op de Engelse
versie gelijkende belastingschijf achter een van de ramen. Op de auto
zaten verder stickers die meldden dat de auto geen onderdeel was van
UK-wetgeving en dat een aantal dingen, waaronder slepen en
inbeslagnemen verboden was op straffe van 1000 Engels ponden plus
onkosten. Op 1 mei brachten de Engelse autoriteiten papieren op het
voertuig aan waarin gesteld werd dat de auto onwettig was
achtergelaten. Een of twee dagen later werd er een grap met de auto
uitgehaald die wel vaker op Shetland wordt uitgevoerd, het zogenaamde:
fishboxing. Dat is het opkrikken en met een of meerdere wielen plaatsen
op de bodem van stevige lage viskratten. Door de opstaande randen van
de kratten is het zo goed als onmogelijk om het voertuig te verrijden
of weg te slepen. Alle vier de wielen waren van zo'n krat voorzien. In
de dagen erop werd de auto door vandalen, en door de harde wind
geholpen, in behoorlijke mate gesloopt, waarop de autoriteiten besloten
dat het voertuig een gevaar voor het wegverkeer betekende en het
voertuig in bijzijn van Hill vervolgens werd weggesleept. Hill zelf
haalde later bij de garage de rekening voor het wegslepen op, en meldde
aldaar dat hij deze vanwege de tekst op de stickers bij de politie zou
indienen.
Hill pakt de zaken dus met enige voortvarendheid aan. Zeker ook een
excentriek soort van voortvarendheid. Hoewel Hill op het eiland
aanvankelijk woonachtig was in een tentje zoals geregeld bij de Aldi in
de aanbieding is, heeft het eiland wel een eigen munt, kent hij aan
inwoners van Shetland en mensen daarbuiten het burgerschap van het
landje toe en zegt hij als inwoner van het eilandstaatje geen belasting
meer aan het Verenigd Koninkrijk te zijn verschuldigd. Verder biedt hij
aan "betrouwbare" oliebedrijven het recht te koop aan om binnen de 200
mijlszone van het landje naar olie te zoeken. Hill woont nog altijd een
deel van zijn tijd in Shetland zelf, en pendelt met zijn multiplex
bootje in de vorm van de al genoemde kledingkast naar het eiland heen
en weer.
Bronvermelding: dit artikel leunt naast andere bronnen zwaar op informatie uit Wikipedia, uit Shetlopedia en van Forvik.com.
Officiële website van de micronatie
Forfik: wwwforvik.com
Website waarin het eigenaarschap van Hill over Forewick Holm bestreden
wordt. Hoewel de site er heel serieus uitziet betreft het hier een grap:
www.forvik.net
Categorie: micronaties - plusminus 583 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
675. Stuart Hill en Forvik (deel 3)
675. Stuart Hill en Forvik (deel
3)
12 juni 2009
©2009, copyright: John Piek
Het
eilandstaatje kent twee soorten burgerschap: land bezittende burgers en
niet-land bezittende burgers (in tweede instantie Honorary Citizens
genoemd). Voor de eerste titel komen alleen inwoners van Shetland in
aanmerking. Het eiland Forvik is voor de land bezittende ingezetenen
opgedeeld in 8000 grondstukken, elk ruwweg één vierkante meter groot.
Bij de start van het staatje in 2008 gaf het paspoorten uit die voor
niet-land bezittende burgers voor een bedrag van 20 Forvik Groats te
koop zijn (1 Forvik Groat is een honderdste Forvik Gulde, dus ongeveer
11 Pond Sterling voor een paspoort). De burgers zonder land mogen
belastingvrij inkopen bij bepaalde leveranciers in Shetland, hoewel
niet bekendgemaakt is om welke producten of leveranciers het daarbij
ging. Een dag na invoering werd de mogelijkheid om een paspoort van het
landje te krijgen alweer ingetrokken. Hill heeft alle eigenaren van
land op Shetland uitgenodigd om zich aan te sluiten bij Forvik en zo
een federatieve staat te vormen. In eerste instantie maakte Forvik in
een officiële publicatie overigens bekend dat 1 Forvik Gulde 60 Engelse
ponden waard was en 100 Forvik Groat's een Gulde waard zouden zijn. "1
Groat is 12 pond sterling waard", stond erachter. Een dag later werd
dit aangepast naar 1 Groat is ongeveer 0,6 pond sterling waard.
Hill is al vanaf het begin bezig om een basaal maar meer permanent
verblijf op het eiland te maken. Dat moet ongeveer vijf bij vijf meter
groot worden, gemaakt van hardboard, kunststof, gelamineerd hout, gaas
en turf. In volle ernst meldde hij daarover dat hij zonder enig
probleem toestemming voor het bouwwerk heeft gekregen van de bouw- en
woningtoezichtautoriteiten van het landje. Een beetje raar, omdat
behalve hijzelf niemand anders ooit enige beslissing over het landje
heeft genomen, en alle plannen daaromtrent door uitsluitend Hill zelf
worden gemaakt en uitgevoerd. Hill is Forvik en andersom is dat
hetzelfde.
Engelse, Schotse en Shetlandse bestuurders en organen reageren zoals
Angelsaksische landen meestal doen bij micronaties die ontstaan: ze
doen grotendeels alsof de landjes niet bestaan, of alsof ze van het
bestaan niet weten. In de paar uitlatingen die er zijn wordt gezegd dat
het eilandje als altijd tot hetzelfde territorium behoort als de rest
van het land. Interessant echter is één van die officiële uitingen
waarin niet naar de formele naam Forewick Holm verwezen werd, het
eilandje dat deel uitmaakt van Shetland, maar naar Forvik, de naam van
de nieuwe micronatie. Door Hill is dit meteen aangegrepen om hierin een
bevestiging te zien dat het landje wel degelijk serieus wordt genomen
en de facto toch erkend zou zijn. Een enkele lokale bestuurder merkt op
dat hij het een interessante ontwikkeling vindt, en Hill's acties niet
op voorhand af wil wijzen, maar dat hij wel eens wil zien welke kant
het uitgaat. Daarbij wordt uiteraard gerefereerd naar de consequenties
die het landje mogelijk voor een grotere autonomie voor heel Shetland
zou kunnen hebben.
De
regering van het Verenigd Koninkrijk liet vóór de officiële
onafhankelijkheidsverklaring door Hill op vragen van journalisten
echter al weten de heer Hill niet te steunen. Het bestuur van de
Shetland eilanden is daarentegen veel gereserveerder over Hill. Het
bestuur wil graag grotere autonomie en ziet in de acties van Hill zoals
gezegd misschien een manier om haar eigen streven kracht bij te zetten.
(wordt vervolgd)
Bronvermelding: dit artikel leunt naast andere bronnen zwaar op informatie uit Wikipedia, uit Shetlopedia en van Forvik.com.
Categorie: micronaties - plusminus 543 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
674. Stuart Hill en Forvik (deel 2)
674. Stuart Hill en Forvik (deel
2)
10 juni 2009
©2009, copyright: John Piek
Na
zijn debacle in 2001 waarbij zijn volgens velen onzeewaardige scheepje
kapseisde bleef Stuart Hill op Shetland wonen. Hij voerde er in de
jaren daarop actie omdat Shetland lang geleden onterecht bij het
Verenigd Koninkrijk zou zijn gevoegd. De eilanden die in die tijd een
provincie van Noorwegen waren, werden in 1468 zonder medeweten van de
Noorse koning, door de Schotse koning van de koning van Denemarken
gepacht, welke laatste de facto het bestuur over Noorwegen had. In de
overeenkomst werd het recht vastgelegd voor toekomstige Noorse koningen
om het bestuur over de eilanden terug te krijgen tegen betaling van 210
kg goud of 2310 kg zilver. Ondanks meerdere pogingen in de jaren daarop
om deze som te betalen kreeg Noorwegen de eilanden nooit van de
Schotten die al jaren op de eilanden aasden terug. Hill stelt om die
historische reden dat Shetland het recht zou hebben om zich los te
maken van het Verenigd Koninkrijk, nog afgezien van het feit of de
meeste eilanders hier zelf nou wel zo om zitten te springen.
Of het bedoeld is als stap in de richting van een algehele
onafhankelijkheid voor Shetland, of een meer persoonlijk soort van
initiatief (vermoedelijk gewoon beide), op 21 juni 2008 roept Hill in
ieder geval de onafhankelijkheid uit over een piepklein zandbankachtig
eilandje dat onder de naam Forewick Holm tot dan toe als een van de
vele eilanden toebehoort aan de Shetlands. Het eiland zou zich daarmee
hebben losgemaakt van zowel het Verenigd Koninkrijk als van de Europese
Unie. De onafhankelijkheidsverklaring baseert zich mede op de nooit
ingeloste belofte van de Schotse koning om de Shetlands tegen betaling
aan het Noorse koningshuis terug te geven. De eilanden zouden om die
reden nu dezelfde onafhankelijke status moeten hebben als het eiland
Man en de Kanaaleilanden. Op vrijwel hetzelfde moment spant het bestuur
van de Shetlands overigens toevalligerwijze een procedure aan tegen het
landelijk bestuur voor meer zeggenschap over de zeebodem om de
eilandengroep.
Hill ziet zelf, hoewel hij in de pers roept dat het voor iedere
gepensioneerde leuk zou zijn om ergens de onafhankelijkheid over uit te
roepen, zijn onafhankelijkheidsverklaring bloedserieus. Hoewel hij met
de oorspronkelijke eigenaar van het eilandje ruziet of het nu wel of
niet zijn eigendom is, stuurt hij direct na het uitroepen van de
onafhankelijkheid een brief aan koningin Elizabeth II dat hij haar (net
als bij de Kanaaleilanden en Man het geval is) erkent als staatshoofd.
Hij noemt zichzelf daarbij als de kleinste van de haar territoria
buiten het Verenigd Koninkrijk. Een reactie van de koningin bleef tot
op heden echter uit.
Hill zegt dat hij Forewick Holm onder Udaal recht van de
oorspronkelijke eigenaar Mark King heeft gekregen. Udaal recht is oude
wetgeving die in Noorwegen haar oorsprong vindt en die op een aantal
eilanden in het Verenigd Koninkrijk door rechters soms nog naast de
gewone wetgeving van toepassing wordt verklaard op onroerende
goedereren. King echter zegt dat hij het eilandje in een manische fase
(hij is manisch-depressief) aan Hill te koop heeft aangeboden, maar dat
de laatste nooit het bedrag heeft betaald dat hij ervoor wilde hebben.
Het eilandje is overigens slechts 1 hectare (een grondstuk in
oppervlakte gelijk aan 100 bij 100 meter) groot. Het is vanwege die
grootte niet waarschijnlijk dat het eerder bewoond is geweest. Het
staatje is volgens Hill een belastingvrije zone met één uitzondering,
het denkt volgens oude Noorse regels belasting te kunnen innen voor het
besturen van het staatje. Die belasting is vastgesteld op per jaar 1
Forvik Gulde, de munteenheid van het eilandje. Deze munteenheid wordt
gesteund door goud, en 1 Forvik Gulde is daardoor gelijk aan ongeveer
55 Pond Sterling. De geïnde belasting zal formeel worden overgedragen
aan de Engelse vorstin als staatshoofd, maar zal direct worden
teruggeëist om daarmee dus het eilandstaatje te kunnen besturen. Er is
verder een schimmige verklaring dat belastingen door Shetland en het
Verenigd Koninkrijk te ontvangen niet zullen worden betaald, maar op
een rekening geparkeerd. De rente daarvan zal ten goede komen aan de
burgers van het staatje die ook land bezitten. Forvik heeft een eigen,
op die van Shetland gebaseerde vlag, en binnenkort zullen er ook
postzegels worden uitgegeven.
(wordt vervolgd)
Op deze link is Forvik te vinden op
Google Maps. Zoom uit om de ligging te zien ten opzichte van Shetland,
Schotland en Faroer en nog verder om de ligging ten opzichte van de rest
van Europa te zien: Forvik
op Google Maps.
Bronvermelding: dit artikel leunt naast andere bronnen zwaar op
informatie uit Wikipedia, uit Shetlopedia en van Forvik.com.
Categorie: micronaties - plusminus 693 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
673. Stuart Hill en Forvik (Micronaties deel 22)
673. Stuart Hill en Forvik
(Micronaties deel 22)
9 juni 2009
©2009, copyright: John Piek
Dit verhaal is
waar gebeurd.
Bij Micronaties is altijd sprake van uiterst kleurrijke en excentrieke
figuren. Ik bedoel maar, wie haalt het anders in zijn hoofd om niet
alleen de onafhankelijkheid uit te roepen, maar ook om zichzelf
tegelijkertijd tot staatshoofd, prins of zelfs koning uit te roepen.
Stuart Hill is zo'n kleurrijke figuur. In 2001 bouwde de toen 58-jarige
Hill een grote roeiboot om tot een in zijn ogen zeewaardig schip, de
Maximum Exposure ('maximale publiciteit') compleet met surfplankzeil
als aandrijving. Hij wilde met het slechts 4,6 meter lange bootje rond
Engeland varen om geld voor een liefdadig doel in te zamelen.
Volgens diverse experts
was het plan van het begin af aan gedoemd te mislukken. Het schip was
gewoonweg niet geschikt voor het door Hill beoogde doel. Hij begon zijn
tocht een maand te laat. De hars die hij gebruikte voor het behandelen
van zijn boot bezorgden hem een allergische reactie die hem ruim vier
weken lang belette te vertrekken. Al enkele minuten na zijn vertrek,
eind mei op de rivier Stour, niet zo heel erg ver bij Sealand vandaan
kwam Hill in aanvaring met een andere boot, maar hij liet zich door de
mogelijke averij niet hinderen en in zes dagen tijd legde hij
vervolgens zo'n 100 mijl af. Op dat moment ging het opnieuw mis, een
boos voorteken van wat er nog zou komen. In dit geval was de van een
suftplank afkomstige zeilmast van het bootje gespleten, en Hill moest
door de kustwacht een haven worden binnengesleept. Hij was nog niet aan
wal of hij begon T-shirts te verkopen om zijn actie te ondersteunen,
waarbij hij prompt gearresteerd werd, omdat hij niet over de vereiste
ventvergunning beschikte.
Na drie weken was de schade gerepareerd, en met de slechtst denkbare
weersvoorspelling op zak zette hij opnieuw koers richting het ruime
sop. Het duurde door het noodweer drie dagen voordat hij slechts drie
mijl was opgeschoten. Ongevraagd schoten een reddingsboot en een
helikopter hem te hulp, waarbij Hill liet weten dat hij niet op enige
hulp zat te wachten en tegen het advies van de hulpverleners in
volhardde hij in in de voortzetting van zijn tocht. In de dagen erop
kregen de hulpdiensten diverse verontruste telefoontjes van mensen aan
de kust die ervan uitgingen dat Hill op het punt stond te vergaan,
Korte tijd later ondernamen kustwacht en reddingsdiensten alsnog
diverse pogingen om Hill, wiens boot inmiddels door een groot gat lek
was geraakt waardoor ook de marifoon het niet meer deed, uit het
kolkende water te redden. Hill bleef halsstarrig iedere vorm van
hulpverlening weigeren. Uiteindelijk moest hij na dagen toegeven dat de
boot waarvan hij zei dat die onzinkbaar was inmiddels zo'n groot gat in
de romp had, dat doorgaan zinloos was. Wat hem het duwtje gaf was de
mededeling dat alle reddingsacties voor hem inmiddels een fortuin
gekost hadden. Niettemin bleef het bootje drijven terwijl het naar het
strand van Cromer werd gesleept, nog altijd slechts zo'n 100 km
noordelijk vanwaar hij was begonnen. Bij het daarna zelfstandig naar de
haven varen van de Maximum Exposure veroorzaakte hij opnieuw grote
commotie bij de hulpdiensten door zonder functionele marifoon rondjes
te gaan varen in een van de drukste scheepvaartroutes rond Engeland.
Iets later tijdens zijn tocht voer hij overigens een verboden zone
binnen, die door Tornado-bommenwerpers van de RAF gebruikt werd om met
scherpe munitie te oefenen.
Toch bracht de barre tocht Hill nog tot bij de Shetland eilanden, waar
zijn schuitje in de zeven meter hoge golven zo'n 80 km ten westen van
de eilanden uiteindelijk kapseisde. Het lukte hem niettemin vanonder
het op de kop liggende scheepje met zijn satelliettelefoon de
hulpdiensten te waarschuwen. Het duurde vervolgens een uur voordat hij
uit zijn benarde positie kon worden bevrijd. Het was inmiddels
augustus. In het ziekenhuis waar hij een nacht moest blijven en voor
onderkoeling werd behandeld vertelde hij zo spoedig mogelijk zijn tocht
te willen hervatten. Hij vertelde een dag later spijt te hebben gehad
de hulpdiensten te hebben ingeschakeld. Hij had het onder de boot waar
hij was makkelijk tot de volgende ochtend kunnen uitzingen, en als het
weer dan was opgeklaard had hij door zichzelf uit de misère te
verlossen de wereld nog wel eens laten zien hoe zo'n kleine man toch
tot zulke grote dingen in staat was. Volgens de hulpdiensten had hij
echter extreme mazzel gehad het avontuur te hebben overleefd. Ook de
kritiek achteraf dat zijn actie de hulpdiensten heel veel meer geld
gekost had dan dat zijn inzameling had opgeleverd wuifde hij weg.
Hulpdiensten zijn er nu eenmaal om te gebruiken, en alle extra kosten
die er gemaakt zijn betreffen hooguit alleen de dieselolie, zo stelde
Hill. Het hele drama leverde hem in de Engelse pers de bijnaam Captain
Calamity op (Kapitein Rampzaligheid).
In september 2008, toen hij al aan het hoofd stond van zijn eigen
micronatie werd hij nabij Shetland opnieuw gered van een vaartuig,
gemaakt van triplex, dat door mensen die het gezien hadden als bouwval
werd beschreven of als drijvende kledingkast. Zonder radioapparatuur of
zwemvest werd hij in zwaar weer gered uit een van de gevaarlijkste
wateren van het Verenigd Koninkrijk nadat hij via zijn mobieltje de
hulpdiensten had gewaarschuwd. Volgens de hulpdiensten was na dat
eerste telefoongesprek de batterij van het mobieltje van Hill leeg
geweest. Toen hij aan wal ging liet Hill de toegestroomde journalisten
weten dat hij hoopte dat hij zijn 'boot' nog kon bergen en dat hij
zeker van plan was om hem nogmaals te gebruiken.
(wordt vervolgd)
Bronvermelding: dit artikel leunt naast andere bronnen zwaar op
informatie uit Wikipedia en uit Shetlopedia.
Categorie: micronaties - plusminus 916 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
672. Staand plassen voor vrouwen
672. Staand plassen voor
vrouwen
8 juni 2009
©2009, copyright: John
Piek
Laten we na dat het vermakelijke
verhaal over het barplassen nog maar even doorgaan in dezelfde trant. De column
over dat onderwerp heeft een ongewoon grote hoeveelheid reacties opgeleverd. Een
onderwerp als dit leeft heel duidelijk, dat blijkt, en je bent natuurlijk een
beetje raar als je daar geen gebruik van maakt.
Een verwant onderwerp dat
bij die reacties aan de orde kwam was staand plassen voor en door vrouwen. In de
begintijd van internet schreef ik eens een artikel over dit onderwerp dat toen
een ware hype doormaakte naar aanleiding van een website hierover. Ik herinner
me nog een prachtige foto van ik dacht een matroos die in een urinoir naar de
plek naast hem keek, en zichtbaar geschrokken constateerde dat daar een knappe
blonde vrouw de aardappelen stond af te gieten.
Het staand plassen door vrouwen kon volgens die
website destijds zowel door middel van een zogenaamd plastuitje, als via enige
oefening ook zonder. Hoewel niet iedere vrouw voldoende aanleg (fysiek of
psychisch) had om dat laatste goed genoeg te kunnen. Als ik me niet vergis was
het de bedenkster van die eerste website over het staand plassen die naar
aanleiding van vragen op de markt was gekomen met een plastuitje dat korte tijd
later ook in Nederland te koop werd aangeboden. Beniewd als ik was heb ik deze
week naar aanleiding van de recente discussie hierover eens gesurfd of die
plastuitjes nog bestaan, en ze zijn inderdaad nog in een gevarieerd aanbod te
koop. Meest in wegwerpvorm overigens (zie de linkjes onderaan bij deze
column.
Er waren meer reacties. Een landgenoot die in Australië woont
schreef naar aanleiding van het barplassenverhaal dat er daar in tegenstelling
tot hier overal keurige en schone openbare toiletten zijn, gratis en zelfs
wc-papier is er aanwezig. Bovendien is er, zo schrijft hij, in vrijwel iedere
plaats wel een plek waar je je met warm water even vlug kunt douchen. Dat klinkt
toch wel een beetje anders dan het imago van de dikwijls bierdrinkende
zweterige types die wij hier vaak denken dat daar rondlopen. Zo zie je maar dat
vooroordelen als je maar genoeg op het onderwerp inzoomt zelden
kloppen.
Mede doordat mannen het maar makkelijk hebben doordat ze overal
even kunnen gaan staan, zijn volgens mij ook in Nederland de zeden op plasgebied
flink aan het veranderen. Er is geen plastuit die daar wat aan veranderd heeft.
Meer en meer is het volgens mij gebruikelijk dat dames in plaats van alleen de
drukbezette damestoiletten ook de herentoiletten gebruiken.
Toen ik op hemelvaartsdag met een kennis van me in het spotgoedkope restaurant van de Ikea-vestiging hier bij mij om de hoek zat, en even naar het toilet moest, werd ik weer eens met dat verschijnsel geconfronteerd. Bij de 'dames' stond een rij en bij de heren was het rustig. Toen ik net zat brak er een soort van anarchie uit. Zo te horen zeker een tiental dames, een aantal met jengelende kinderen in hun kielzog namen bezit van de inderdaad zo goed als niet bezette herentoiletten. Door de gehorige open constructie van de toilettenblokken was het plotsklaps een lawaai geworden van jewelste. Je zult maar moeite hebben als je met een hoop herrie om je heen moet plassen. Ooit heb ik nog wel eens meegemaakt dat een vrouw, net daarvoor in hoge nood, enigszins besmuikt na gedane zaken in een café een herentoilet verliet, bij Ikea was er niets van dat al te merken. Zelfs geen blik van 'het gaat nou eenmaal niet anders' gezien. Het was allemaal de gewoonste zaak van de wereld. Toen ik de ruimte met de herentoiletten weer verliet maakte een zo te zien Turkse jonge vrouw met hoofddoekje, die met twee kinderen (meisjes) aan haar zijde in de open deur stond vriendelijk naar me lachend ruimte zodat ik eruit kon.
Categorie: opmerkelijk - plusminus 633 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
www.go-girl.com
www.p-mate.com
www.webvrouw.nl/staand_plassen/
www.whizzy4you.com
johnpiek.com
671. De Mexicaanse griep
671. De Mexicaanse
griep
7 juni 2009
©2009, copyright: John
Piek
Op dit moment is de Mexicaanse griep op
enkele hernieuwde oprispingen na een beetje uit het nieuws verdwenen. Er doen
echter een hoop fabels de ronde over de griep, en het is ook de vraag of de veel
geciteerde experts op dit gebied ons wel in alle gevallen helemaal goed op de
hoogte stellen. Stelt een aantal experts de situatie inderdaad erger voor dan
het is?
Aan de ene kant is de vrees voor een pandemie gegrond. Die zal
vermoedelijk echter pas het komend najaar de kop op kunnen steken. Het duurt
zo'n vijf maanden heb ik begrepen om voldoende vaccin te maken. Er is pas sinds
één of twee maanden een bruikbaar stamvirus geïsoleerd waarmee dat vaccin
gemaakt kan worden. De productie is dan ook nog niet zo lang aan de gang en dus
zal het nog spannend worden of er als het zover komt voldoende vaccin gemaakt
is.
Aan de andere kant buitelden de experts kort geleden nog over elkaar
heen over hoe ernstig zo'n pandemie kan uitpakken. Op dit moment is de
Mexicaanse griep een vrij onschuldig virus dat weliswaar vrij besmettelijk is,
maar dat de mensen die eraan lijden nauwelijks ziek maakt. De groep experts die
het virus potentieel zeer gevaarlijk noemen (zij zijn opvallend vaak verbonden
aan fabrikanten die vaccins en anti-virale middelen maken, maar dat hoeft
natuurlijk niets te zeggen), stellen dat de Spaanse griep, waarmee de Mexicaanse
vaak vergeleken wordt ook als vrij onschuldige griep begonnen is. Die variant
uit 1918 heeft zich vervolgens vrij plotseling tot een zeer gevaarlijke variant
ontwikkeld, waaraan bovendien vooral jonge, gezonde mensen
overleden.
Jazeker, het virus van de Mexicaanse griep is aan dat van de
Spaanse griep verwant. Toch gaat de vergelijking met de Spaanse griep van toen
nooit helemaal voor de huidige situatie op. Allereerst zijn er tegenwoordig een
aantal zaken veel beter geregeld dan toen. Men blijkt in staat om een virus als
dit al in het allereerste stadium te kunnen vinden, zoals gebeurd is, en daarop
maatregelen te nemen (mensen binnen blijven, vaccin ontwikkelen en op grote
schaal produceren). Daarnaast zijn er nu in tegenstelling tot toen zowel
antibiotica als anti-virale middelen. Die laatste werken tegen de Mexicaanse
griep en kunnen de verschijnselen van de ziekte behoorlijk goed
onderdrukken.
Ook zijn de omstandigheden nu nogal verschillend van toen.
De meest waarschijnlijke reden waarom de Spaanse griep zich tot een zo ernstige
variant kon ontwikkelen is de volgende: Normaal wordt een griep niet
bovennormaal gevaarlijk omdat de meest gevaarlijke virussen zich in een normale
situatie niet zo makkelijk kunnen verspreiden. Wanneer iemand een hele ernstige
variant krijgt, dan blijft deze persoon wel in zijn of haar bed liggen. Zaken
buitenshuis worden binnen een huisgezin gedaan door degene die het minst ziek
is. En doordat de minst zieke mensen op de been blijven is het ook de minst
gevaarlijke variant van het virus dat de grootste kans heeft om zich verder te
verspreiden. Zodoende krijgen bij een meer normale griep-epidemie de meeste
mensen de minst ernstige variant van dezelfde griep en wordt die variant van de
ziekte de dominante variant.
De Spaanse griep kon zich vooral tot zo'n
gevaarlijk virus ontwikkelen, toen in de nadagen van de Eerste Wereldoorlog de
soldaten aan de diverse oorlogsfronten in Europa ermee besmet raakten. De
gewoonte was daar dat vanzelfsprekend de niet zo erg zieke soldaten in de
loopgraven moesten blijven. Op hun plek dus. De ernstige patiënten werden
allemaal bij elkaar in treinen gepropt en vele kilometers verderop naar
hospitalen gebracht, waar ze onderweg en op die plek zelf een grote kans hadden
om andere mensen met de gevaarlijke variant te besmetten. Precies andersom als
in de huidige situatie dus.
De meeste mensen tussen 1918 en 1920
overleden overigens niet aan de Spaanse griep zelf, maar maar aan een
complicatie van de longontsteking die ze vanwege hun verzwakte afweer bovenop
die griep kregen. Deze vorm van longontsteking is tegenwoordig uitstekend met de
nu bekende antibiotica te bestrijden. Een andere complicatie die optrad was
hoogstwaarschijnlijk hypercytokinemia, ook wel bekend als cytokinestorm. Dat is
het op hol slaan van een positieve terugkoppeling in het immuunsysteem, waardoor
dit immuunsysteem zich tegen het eigen lichaam keert. Dit ziektebeeld lijkt in
haar verschijningsvorm sterk op dengue, cholera of tyfus, en het werd in daar in
1918 ook vaak mee verward. De cytokinestorm als oorzaak van overlijden zou
meteen verklaren waarom het vooral jonge, gezonde mensen tussen 20 en 40 jaar
oud waren die (net als bij de Mexicaanse griep) aan de Spaanse griep overleden:
dit waren de mensen met de sterkste afweer, en het was juist zo'n sterke afweer
die op hol geslagen de grootste vijand was. Er zijn tegenwoordig enkele
medicijnen die beperkt werkzaam zijn tegen een cytokinestorm. Van enkele daarvan
is bewezen dat ze ook (beperkt) werken tegen een cytokinestorm bij
influenza.
Er is zoals gezegd onderling veel kritiek tussen vakbroeders,
met name over het belang dat de producenten van vaccin en antivirale middelen
hebben bij de dreiging van een pandemie en bij de ernst van zo'n dreiging. De
door Nederland bestelde 34 miljoen vaccins à waarschijnlijk 3 euro nog wat per
stuk, is natuurlijk ook best een bedrag. Ook de meeste andere landen plaatsten
soortgelijke orders. De bekende viroloog Ab Osterhaus die in dit soort dagen in
vrijwel iedere actualiteitenrubriek zijn opwachtig maakt is ook niet helemaal
vrij van kritiek: hij is een van de aandeelhouders in een bedrijf dat sterk
profiteert van het opkomen van de Mexicaanse griep.
Categorie: informatief - plusminus 908 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
670. Saroma
670. Saroma
6
juni 2009
©2009, copyright: John Piek
Wie kent
die illustere naam nog? Saroma. Dat moet toch jaren zestig geweest zijn. Of
hooguit jaren zeventig.
Ik heb al vaker geschreven over dat ik
tegenwoordig een deel van mijn boodschappen via boodschappenbezorger Albert.nl
laat komen. Ik mocht een tijdlang niet tillen, heb geen auto, en dan is dat
reuze handig. Een van de nadelen als je de dingen die wat zwaarder zijn laat
bezorgen is dat zaken als toetjes en melk al na hooguit een halve week op zijn.
Ik laat gewoonlijk een groot deel van de rest van de boodschappen met die zware
dingen meekomen, Lekker makkelijk. Bederfelijke dingen als fruit en verse
groente en zo meer die haal ik op de fiets wel. Als ik alsnog pakken melk en vla
in huis wil halen, moet ik toch nog diverse keren door de weeks met boodschappen
op sleeptouw, en daar heb ik niet altijd de tijd voor.
Het gemakszuchtige
gevolg was dat ik een tijdje niet al teveel melk dronk. Niet erg gezond. Ik heb
het de diëtiste waar ik af en toe kom dus ook maar niet verteld. Sinds alweer
een poos heb ik bij de boodschappenaanbieder via internet houdbare halfvolle
melk ontdekt, die niet alleen niet duur is, maar ook echt lang houdbaar. Dat is
prettig, want ik drink soms dagenlang geen melk.
Toen ik van de week weer eens een pak bedorven vanillevla weg moest gooien
schoot mij het voorraadje melk dat ik inmiddels altijd heb in gedachten. Daar
kan ik toch ook op schitterende wijze pudding van maken? En, als ik eens geen
zin heb dan hoeft het ingedachtig de kindertjes in Biafra ook niet op. En het
hoeft natuurlijk ook niet iedere dag een supertoetje te zijn. En zo kwamen mijn
gedachten weer op de naam Saroma. Ik verwachtte eigenlijk wel dat in het
kant-en-klaar-tijdperk van nu dergelijke producten wel uit de supermarktschappen
verdwenen zouden zijn, en met weinig hoop op goed nieuws ben ik zo eens door de
nabijgelegen grootgruttersvestiging heen gelopen.
Saroma ja. Het was in
ons gezin mijn vader die vooral altijd voor het product warm liep. Hij kocht de
pakjes en maakte het ook klaar. Vaak met een soort van garde met een ronde
spiraalveer erop. Een mixer hadden wij niet, en dat was ook niet nodig zei mijn
vader. Dat er soms lelijke dikke klonten met droog poeder erin in de gestolde
pudding zaten vonden wij niet erg. Vanwege de enigszins kunstmatige smaak grapte
mijn vader trouwens regelmatig dat de Saroma-pudding deels van plastic was
gemaakt. En wij als kinderen geloofden dat direct.
Soms zaten de klonten
er niet in, maar omdat wij geen echte maatbeker hadden viel de pap ook wel eens
wat dun uit of juist heel dik. Soms bleef er zelfs gemakkelijk rechtop een
eetlepel in staan en ik geloof dat ik de pap nog wel eens voor de grap met mes
en vork gegeten heb, wat bij de versie van die dag niet eens heel moeilijk
was.
Later, toen de economie nog wat beter ging haalde pa er ook vaak
slagroom bij. Dat was zonder elektrische mixer nog een veel groter kunst. Vooral
ook omdat wij in die tijd nog niet over een echte koelkast beschikten. Ons huis
was uitgevoerd met een geventileerde kast met een soort granietachtige wanden
erin, en daarin was de slagroom vaak niet koud genoeg. Om dat te compenseren
klopte pa de slagroom dan, opnieuw met de garde met de spiraalveer, in de open
balkondeuropening tot een meer vaste substantie. Althans, dat was de bedoeling.
Soms bij drukkend naar onweer neigend weer bleef de slagroom hoe dan ook
vloeibaar, of nog erger, veranderde in stukken zurige boter die in een dunne
melkachtige vloeistof lagen. Vanwege de ruim toegevoegde suiker waren die vette
brokken eigenlijk oneetbaar. Teleurstelling alom. Mijn vader's kooktalenten
waren groot, maar tegelijk beperkt tot een smal scala van vooral Indisch eten
dat ie werkelijk fantastisch kon maken. Voor slagroom was zijn aanpak denk ik te
wiskundig.
Terug naar de dag van vandaag (letterlijk): tot mijn niet
geringe verbazing was er nog een heel klein segment in de grootste van de
supermarkten hier in de buurt ingeruimd voor dit soort pudding. En de pakjes
Saroma waren er ook nog steeds. Zij het dat er tegenwoordig tevens dr. Oetker op
staat. En dus kan ik nu - als ik zin heb - ook al heb ik geen pakken vla of
andere toetjes in huis toch een toetje maken. Ze zeggen vaak dat dingen die uit
je jeugd kent nu vaak tegenvallen, maar ofwel is dat niet waar, ofwel is er door
de jaren heel wat aan het product verbeterd. Niks kunstmatig. Het smaakt
werkelijk verrukkelijk
Categorie: life-log - plusminus 777 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
669. Barplassen de nieuwe sport
669. Barplassen de nieuwe
sport
4 juni 2009
©2009, copyright: John
Piek
Leden van studentenverenigingen in een
aantal Nederlandse steden hebben het patent op een nieuwe hype: het barplassen.
Volgens artikelen op de site Nu.nl en in de Leeuwarder Courant van vandaag is de
onsmakelijke gewoonte hard op weg om zich van een gewoonte naar een hype te
ontwikkelen.
Mannelijke bezoekers die geen zin hebben of die te dronken
zijn om naar het toilet te gaan, halen hun lid onopvallend tevoorschijn en
zetten vervolgens de kraan open in de hoop dat het feit dat ze op deze
gemakkelijke manier plek maken voor meer bier onopgemerkt blijft.
Dat dat
regelmatig lukt vertelt een 23 jaar oude student uit Drachten die in Groningen
woont. "Een druk draaiende bar is het best," zoals hij laat weten. Zijn
favoriete barplascafés zijn De Tapperij, Molly en De Blauwe Engel in
Groningen.
Behalve in het noorden doet de smerige gewoonte ook opgang in
de studentensteden Eindhoven, Rotterdam en Utrecht. Het barplassen wordt vooral
zo onopvallend mogelijk gedaan, en het lijkt ook wel of de bedrijvers van deze
sport er wat verlegen over doen. Een student uit Rotterdam wil dan ook liever
niet met zijn naam in de krant als hij zegt: "In een drukke, smerige kroeg waar
overal bier ligt, heb ik geen bezwaar. Wat je uitplast, is toch vooral
bier."
Tot zover dit leuk om te vertellen ondanks alle viezigheid
opmerkelijk smakelijke verhaal, dat misschien nog wel meer mensen op een idee
brengt om het zelf ook eens te proberen. Ik zag het item zelf in eerste
instantie staan in de rubriek 'Opmerkelijk' van Nu.nl. Daar werd verwezen naar
het artikel in de Leeuwarder Courant. Op Nu.nl was, net als ik hierboven met
het noemen van die site en het artikel in de Leeuwarder Courant doe, zowat het
hele artikel van de laatste gebruikt. Waarbij het noemen van zo'n bron
natuurlijk dient om niet van plagiaat beschuldigd te worden, en bovendien was
het onderwerp (net als ik zelf gedaan heb) om diezelfde reden
herschreven.
Natuurlijk moet je als journalist niet alles nabekken wat je
collega's schrijven. Dat gebeurt echter wel heel veel. Ik vind dat voor een
weblogsite minder erg dan voor de serieuze pers, waar de overgeschreven leugens
(indien leugens) ook nog eens gedrukt staan.
Toen ik bij een speurtocht
naar het waarheidsgehalte van dat verhaal ging zoeken vond ik een fikse
hoeveelheid artikelen over dat fenomeen barplassen. Allemaal waren ze van
vandaag... En allemaal waren ze weer een andere versie van datzelfde artikel op
de website van de Leeuwarder Courant. Waaronder overigens wel de belofte stond
dat er in de krant nog meer over dit uiterst boeiende onderwerp te lezen
valt.
Een paar jaar geleden, net voor het begin van de zomervakantie
stond wereldwijd in een groot aantal kranten het verhaal dat met de opkomst van
de mobiele telefoons met bluetooth-mogelijkheid in een rap tempo onder veel
jongeren in het openbaar vervoer het bluetooth-daten populair was geworden.
Vooral in Engeland. Mensen kwamen via dat bluetooth-daten in contact met een
andere geïnteresseerde die zich door de beperkte reikwijdte van het systeem
gegarandeerd dicht in de nabijheid moesten bevinden. Waarna er dus zo snel
mogelijk een geschikt en gerieflijk bed werd opgezocht. Het verhaal bleek
ondanks dat het tienduizenden keren werd gepubliceerd, en zelfs op dit moment af
en toe nog wel eens als waar verhaal genoemd wordt, van A tot Z door een student
te zijn verzonnen, die het verhaal vervolgens in de media had
'uitgezet'.
Categorie: educatie - plusminus 566 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
668. Uit betrouwbaar onderzoek is gebleken...
668. Uit betrouwbaar onderzoek is
gebleken...
3 juni 2009
©2009, copyright: John
Piek
Eigenlijk ben ik een hele nette kerel.
OK, ook ik ben wel eens onbeschoft, maar ik gebruik mijn mobiele telefoon
bijvoorbeeld nooit in een restaurant of in de trein of op een andere ongepaste
manier. Ik sta al mijn leven lang weleens voor iemand in een wachtkamer of in
het openbaar vervoer op. En eigenlijk ben ik ook best wel goed in luisteren.
Zonder dat we er erg in hebben worden de reclamespotjes tegenover ons stééds
asocialer.
Waarmee ik wil zeggen dat er in de afgelopen jaren een
glijdende schaal is in wat reclamespotjes proberen ons over onszelf te
vertellen. Op een of andere manier stuit het fatsoensrakkerige SIRE-spotje met
de bovenstaande zin erin mij elke keer weer tegen de borst. Het is
waarschijnlijk het 'ons' dat erin zit. Hoezo ons? Ik wil helemaal niet op
hetzelfde niveau geplaatst worden als de cokesnuivende reclamemakers die dit
soort reclamespotjes over 'ons' allemaal bedenken.
Er is ook nog zo'n
spotje, ik dacht dat ie van Eagon was. Dan beginnen ze eerst over vakantiegeld
of ander geld dat je wel graag opzij wilt zetten. En dan zeggen ze er in één
adem achteraan 'het dóél is dat u uw geld wegzet bij Aegon Bank'. Ik word daar
zo dwars van. Het is mijn geld (als ik het al had) en ook gewoon mijn doel! Wat
dénken ze wel. Het is het doel dat ze zich met hun eigen zaken bemoeien.
Flapdrollen! Maar goed, het laat wel op onverholen en ongegeneerde manier zien
met wat voor graperige figuren we te maken hebben daar bij die Aegon
Bank.
Het is een beetje een trend aan het worden. Een toenemend deel van
de mensen zoekt hun heil in politieke denkbeelden die meer waarde toekennen aan
gezag. En dus denken de reclamespindoctors dat mensen ook zo willen worden
aangesproken.
Reclame die me dan ook erg stoort is reclame waarin wij als
volwassenen, op wie de spotjes zich immers richten, worden weggezet als
onzelfstandige randdebielen. Een voorbeeld is het spotje dat ons moet
aanmoedigen om aanstaande donderdag voor de Europese verkiezingen te gaan
stemmen. Namens onze overheid nog wel. Even voor de goede orde: ik mag sinds
mijn 18e stemmen, en ik heb sinds die tijd nog niet één verkiezing overgeslagen.
Toch word ik in een spotje dat begint met een grap over de twee betekenissen van
het woord 'stemmen' door de strenge stem van een ouderwetse schoolfrik tot de
orde geroepen. Wat denkt zo'n verzuurde spicht met spinnewebben op intieme
plaatsen wel niet? "Natúúrlijk gaan we stemmen," wordt er dan op bijna
bestraffende toon gezegd. Even voor de goede orde: jouw 'we', daar hoor ik dus
niet bij, al denk je wel dat het zo is! En ik bepaal zelf wel of ik al dan niet
mijn vakje rood maak. Mislukte SM-meesteres.
Hoewel er genoeg gunstige
uitzonderingen zijn voel ik me in toenemende mate vaak ronduit beledigd door
reclame die bij mij daardoor zeker contraproductief kan uitpakken. Ik heb er op
de radio trouwens meer last van dan op televisie. Nou ja, op de vrolijke
uitspraken van Natasja Froger en Maurice de Hond na natuurlijk. Want wie neemt
er na zo'n spotje waarin uit onderzoek blijkt dat de portomonnee van Maurice de
Hond het allerleegst is, nog één onderzoek van die man serieus?
Categorie: opinie - plusminus 552 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
667. Raketbrandstof
667. Raketbrandstof
2 juni 2009
©2009, copyright: John Piek
Het is een beetje een onsmakelijk
verhaal, maar ik heb de afgelopen week de totale schoonmaak van mijn
darmenstelsel mogen beleven. Twee maal zelfs. Het begon eigenlijk een week
eerder al. Het is hooikoortstijd, en ik had toen ik in het winkelcentrum was een
zodanige astma-achtige aanval dat ik in paniek overwoog een willekeurig iemand
te vragen me naar de dichtstbijzijnde huisarts te brengen. Het zakte af dus dat
was niet nodig, en later bij de huisarts werd geconstateerd dat het een vrij
extreme hooikoortsaanval geweest moest zijn.
Ik ben vervolgens naar de
apotheek gegaan en ik kreeg daar pilletjes mee. Maar goed dat ik zo'n bewuste
deelnemer in ons gezondheidszorgstelsel ben, want thuisgekomen bleek volgens de
bijsluiter dat ik die, ondanks mijn vragen daarover toen ik ze kocht, niet in
combinatie met de andere medicatie die ik voor hooikoorts krijg mag gebruiken.
Met een pakje Vicks Blue en zeer diepbuigende excuses ging ik vervolgens toen ik
ze ingeleverd had weer naar huis. Gelukkig is de apotheek hier vrijwel recht
tegenover.
Een volgende aanval bleef uit, de van de hooikoorts vrijwel
voortdurend rood-ontstoken oogleden en een schrale keel bleven. Afgelopen
woensdag dus bij Appie Heijn maar een tweetal pakjes hoestpastilles gekocht, in
de smaken drop en mentol. En een zakje zwart-wit-pastilles, om alle kwaad toch
enigszins te kunnen verdrijven.
Eind van de middag had ik zin in een
broodje. In de koelkast stond een aangebroken potje Sandwich Spread dat al zeker
een week geopend was. Als ik me niet vergis staat er 'Na opening drie dagen
houdbaar' op het potje en gewoonlijk mieter ik de substantie ook als het langer
dan drie dagen open is gewoon weg. Of vaker nog: het haalt die drie dagen niet
eens. Maar goed, mijn koelkast stond per ongeluk bij het opnieuw instellen op
een temperatuur rond het vriespunt, en in het potje zat nog vrij veel, dus ik
dacht 'ik probeer het gewoon uit, gaat het mis dan doe ik dat nooit
weer'.
Afijn, ik had het broodje dus nog niet achter de kiezen of toen
begon het. Ik heb als kind regelmatig allerlei kinderziektes meegemaakt, dus ik
ken het wel een beetje, maar de laatste jaren heb ik vrij stabiele darmen. Voor
mij geen yoghurtdrankjes met vriendelijke bactieriën, want ik kan de klok er
gewoonlijk zo al op gelijk zetten. Ik zal de details in deze column uiteraard
verder onvermeld laten, maar ik had dit dus nog niet eerder meegemaakt. OK, kan
gebeuren natuurlijk eigen stomme schuld. Weg die Sandwich Spread.
Of was
het van die huismerk Albert Heijn hoestpastilles, smaak menthol die ik hiervoor
nog nooit eerder had gehad? De tijd tussen de sandwich-smurrie en het gebeuren
was dus eigenlijk toch wel een beetje kort. Ik had inderdaad flink naar de
verpakking van die dropjes gegrepen, en ik moet zeggen ze waren een ware weldaad
voor de keel. Afijn, het kan natuurlijk allemaal ook nog toeval zijn en gewoon
berusten op een ergens opgevangen lelijk beest in de vorm van een in
aerosol-vorm rondzwevende bacterie of een virus.
De ellende hield daarna
de hele avond nog aan, en donderdag begon het alweer aardig op te knappen. Toen
ik er 's middags al zo goed als helemaal geen last meer van had nam ik nog een
stuk of twee, drie van de hoestpastilles, zonder verdere ellende. Maar ik
besloot toch de rest van de menthol-snoepjes maar in de container te
doen.
Vrijdag had ik opnieuw kriebelhoest. En ik had dezelfde
hoestpastilles in de smaak drop dus nog. Ik heb er wel bij nagedacht of het
misschien toch niet van die dingen kwam, maar goed dan berustte het vast op een
productiefout van de mentholversie. Met de drop-dingen was er ongetwijfeld niets
aan de hand. Toch voorzichtig nam ik met een minuut of tien ertussen twee. Toen
er daarop niets gebeurde besloot ik dat ze 'veilig' waren en de rest van de
middag behoorde de kriebelhoest geheel tot het verleden. Ergens tussen drie en
half vier gebeurde er wel iets anders. Het hele circus van een dag of twee
ervoor begon dus nog opnieuw. Maar dan een factor vijf of zo zo erg. Ik begon me
zorgen te maken, hypochonder als ik soms kan zijn. Dit was wellicht helemaal
niet van de snoepjes. Ik had vast een tropische darminfectie opgelopen bij de
pizza die ik twee weken geleden nog had gehad, of nog iets heel veel
ergers.
Voor de zekerheid dus nooit meer dit soort hoestpastilles. Tot
aan het eind van de avond hield de ellende aan. Net als op donderdag was de boel
op zaterdag alweer behoorlijk tot rust gekomen, en tegen de avond was alles
bijna weer genormaliseerd. Sinds die tijd geen hoestpastilles meer aangeraakt.
En dus ook niet opnieuw last ervan gehad.
Wat ik vermoed is dat ik toch
een flinke allergie heb voor een van de in de snoepjes aanwezige ingrediënten.
Dat moet het haast wel zijn. Het is dát, of er was in deze partij van de
antikriebelhoestbonbons per ongeluk een flinke scheut raketbrandstof
terechtgekomen....
Categorie: life-log - plusminus 824 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

